CenB: ZSO22B Synapsen (blad 4) Flashcards

1
Q

van waar komt de synaptische input

A

van dendrieten die samenkomen op het cellichaam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

exciterende stimuli effect

A
  • Instroom van positieve lading
  • depolarisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

inhiberende stimuli effect

A
  • uitstroom van positieve lading
  • hyperpolarisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

PSP

A

Post Synaptisch Potentiaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het postsynaptisch potentiaal

A

Verandering van Vm in het postsynaptisch membraan die veroorzaakt wordt door de ladingsstroom die gegenereerd wordt door de binding van een neurotransmitter.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

EPSP

A

= Exciterende PostSynaptisch Potentiaal
=> Exciterende neurotransmitter => depolarisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

IPSP

A

= Inhiberend PostSynaptischPotentiaal
=> Inhiberende neurotransmitter => hyperpolarisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Bij neuro-neuronale synapsen hebben we een graduele/alles-of-niets resposn

A

gradueel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Spatiale sommatie

A

Optellen van EPSPs op verschillende plaatsen op hetzelfde moment.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Gevolg als er geen sommatie is

A

De PSP geraakt niet boven de drempelwaarde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Temporele sommatie

A

Optellen van EPSPs die snel achter elkaar arriveren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly