BBB - H6. Thoraxwand en diafragma (borst of mamma) Flashcards

1
Q

waar ligt de borst

A
  • onderhuid van de voorste thorax
  • op de fascia pectoralis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

van waar tot waar strekt de borst zich uit

A

van rib 2 tot rib 6

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

de borst kan tot in de oksel reiken, hoe noemt deze uitloper

A

naar lateraal en craniaal gerichte processus axillaris

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

op welke spier ligt de borst

A
  • musculus pectoralis major
  • langs lateraal gedeeltelijk op musculus serratus anterior
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

klinische toepassing van de processus axillaris

A

kan ten onrechte voor een lipoom/abnormaal klierweefsel worden aangezien

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

tepel

A

papilla mammaria

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat voor spieren bevat de onderhuid van de tepel

A

kringvormige gladde spiervezels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Opbouw papilla mammaria

A
  • Kringvormige gladde spiervezels
  • Sensibele zenuwuitlopers (nn. intercostales 4-6)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

voor wat zorgt de contractie van de kringvormige gladde spiervezels in de onderhuid van de tepel

A

erectie van de tepel oiv oppervlakkige prikkels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

ongeveer 15 … monden afzonderlijk uit aan de oppervlakte van de tepel

A

ductus lactiferie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

de ductus lactiferie verbreedt eerst tot een … voor dat die vernauwd aan het oppervlak uitmondt

A

sinus lactiferus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is het sterk gepigmenteerd gebied rond de tepel

A

areola mammae

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

klierweefsel bestaat uit ongeveer 15 radiair gerangschikte lobben ingebed in vetweefsel, hoe heten die lobben

A

lobi glandulae mammariae

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

heeft de borst een afgelijnd kapsel

A

nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

hoezo kan de borst in haar geheel heen en weer verschuiven

A

Door de submammaire ruimte: Er is losmazig bindweefsel aanwezig tussen de laag dens bindweefsel aan het diepe oppervlak en de fascia pectoralis over de musculus pectoralis => algemeen: losmazig bindweefsel dat aanwezig is in de submammaire ruimte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

bindweefseltussenschotten convergeren naar de tepel toe

A

ligamentum suspensoria mammaria

17
Q

Gevolg invasie van bindweefseltussenschotten van de borst door kankercellen

A
  • Septa verkorten
  • retractie van de tepel en bovenliggende huid
  • sinaasappelhuid
18
Q

arteriële bevloeiing lateraal deel van de borst

A

arteria thoracica lateralis

19
Q

arteriële bevloeiing mediaal deel van de borst

A

arteria thoracica interna

20
Q

arteriële bevloeiing bovenste deel van de borst

A
  • arteria intercostalis anterior
  • arteria thoraco-acromialis
21
Q

Waar begint de lymfedrainage van de borst

A

Onder de areola mammae zit er een plexus van lymfevaten. Vanaf hier vertrekken 2 hoofdroutes voor de drainage.

22
Q

2 hoofdroutes voor de lymfedrainage van de borst vanaf de plexus van lymfevaten onder de areola mammae

A
  • Lymfeknopen van de okselregio
  • Parasternale lymfeknopen
23
Q

Verdere drainage van lymfe vanuit de lymfeknopen van de okselregio

A
  • Lymfeknopen van de okselregio
  • Afvoer naar apicale okselklieren
  • Uitmonding in intraclaviculaire klieren
  • Uitmonding in truncus subclavius dexter/sinister.
  • uiteindelijk: lymfe komt links in de hoek tussen de vena subclavia en vena jugularis interna terecht
  • rechts: uitmonding in ductus lymphaticus dexter
24
Q

Verdere drainage van lymfe vanuit de parasternale lymfeklieren

A
  • Naar truncus bronchomediastinalis dexter/sinister.
  • Links: uitmonding in ductus thoracicus
  • Rechts: uitmonding in ductus lymphaticus dexter/v. subclavia
25
Q

Wat zijn 2 alternatieve routes voor de lymfedrainage van de borst

A
  • Naar oksel van de andere lichaamshelft.
  • Rechtstreeks naar lymfeknopen boven/onder clavicula.
26
Q

Hoe komt dat, indien er een verschil is in grootte tussen de linker en rechter borst, de rechter meestal de grootste is

A

Omdat het superolaterale kwadrant het meeste klierweefsel bevat

27
Q

klinisch teken van borstkanker

A

Contractie van de pectoralis major => borst beweegt naar boven

28
Q

waarom wordt het naar boven bewegen van de borst bij contractie van de musculus pectoralis als klinisch teken van borstkanker beschouwd?

A

Dat gebeurt wanneer de borstkanker de submammaire ruimte invadeert en zich vasthecht op de fascia over de musculus pectoralis

29
Q

belangrijke routes voor het metastaseren van borstkanker: lymfatische en veneuze drainage

A
  • meest frequent: naar lymfeknopen van de oksel
  • naar supraclaviculaire lymfeknopen
  • naar de contralaterale borst
30
Q

hoezo kan borstkanker uitzaaien naar wervels, schedel en hersenen?

A

Intercostale venen hebben verbindingen met de veneuze complexen van de wervelkolom

31
Q

kwaadaardig borstkanker tumor bij mannen

A
  • hard
  • neiging om de fascia over de musculus pectoralis major en de apicale groep okselklieren te infiltreren