CenB: ZSO22B Synapsen (blad 3) Flashcards

1
Q

Welke eiwitten zijn direct betrokken bij de fusie van de vesikels

A
  • Synaptotagmine
  • v-SNARE: synaptobrevine
  • t-SNAREs: SNAP-25, Syntaxine
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke eiwit zorgt voor de vorming van het SNARE complex

A

Munc18 => SM-eiwit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welk eiwit zorgt ervoor dat het SNARE-complex geactiveerd wordt voor de interactie met synaptotagmine

A

Complexine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke stoffen vergemakkelijken de ontmanteling van het SNARE complex?

A
  • alfa-SNAP
  • NSF
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Dus stappen van de fusie van synaptische vesikels

A
  • Munc18 zorgt voor de vorming van het SNARE complex door te binden aan t-SNAREs en V-SNARE
  • Complexine fungeert als “grijpeiwit” om het SNARE-complex te activeren voor interactie met synaptotagmine.
  • Het vesikel komt dichter naar het membraan.
  • Calcium bindt aan synaptotagmine.
  • Ca2+ gebonden synaptotagmine verdringt complexine en bindt zich aan het SNARE-complex
  • membraanfusie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly