CenB: ZSO22B Synapsen (blad 2) Flashcards

1
Q

snelheid ionotrope en metabotrope receptoren

A
  • ionotroop: snel (msec)
  • metabotroop: trager (sec - min)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

2 soorten ACh receptoren

A
  • Nicotinerge
  • Muscarinerge
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Verschil Nicotinerge AChR en muscarinerge AChR

A
  • Nicotinerge = ionotroop
  • Muscarinerge = metabotroop
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Werking muscarinerge AChR

A
  • Binding van ACh
  • Activatie G-eiwit
  • K+ stroomt uit de cel
  • hyperpolarisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Mechanisme van neuro-neuronale synaps

A

Stappen zijn hetzelfde als die van de neuromusculaire junctie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Verschillen neuro-neuronale synaps en neuromusculaire junctie

A
  • Neurotransmitters: Bij de NM is er enkel ACh, bij de NN zijn er veel verschillende neurotransmitters
  • Receptoren: Bij de NM zijn er zo goed als alleen nAChR en bij de NN zijn er verschillende receptorvarianten voor elke neurotransmitters
  • Een NN kan inhibitoir of excitatoir zijn terwijl een NM altijd excitatoir is.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

neurotransmitters in de neuroneuronale junctie

A
  • Glutamaat (excitatoir)
  • GABA (inhibitoir)
  • Noradrenaline
  • Serotonine
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly