Norsk Ordliste 36-1 Flashcards
1
Q
-achtig
A
-aktig
2
Q
allerheiligst
A
allerhelligst
3
Q
antibioticum
A
antibiotikum (n)
4
Q
afscheid
A
avskjed
5
Q
afschuw
A
avsky
6
Q
achterhoofd
A
bakhode (n)
7
Q
berekenen
A
beregne
8
Q
bezoek
A
besök (n)
9
Q
ontsteking
A
betennelse
10
Q
bloed
A
blod (n)
11
Q
steil; plotseling
A
bratt
12
Q
beschikken (over)
A
disponere (over)
13
Q
zo brutaal zijn te
A
driste seg til
14
Q
eenmalige gebeurtenis
A
engangshending
15
Q
koorts
A
feber
16
Q
schelen, mankeren; falen
A
feile
17
Q
tolereren, zich schikken in
A
finne seg i (fant, funnet)
18
Q
verkalking
A
forkalkning
19
Q
verlengen
A
forlenge
20
Q
verschuiving
A
forskyvning
21
Q
vanaf een uur of …
A
fra og med … tida
22
Q
voorstelling
A
framstilling
23
Q
voorwerp
A
gjenstand
24
Q
herhalen
A
gjenta (-tok, -tatt)
25
beterschap!
god bedring!
26
keel
hals
27
keelontsteking
halsesyke
28
verwijzing
henvisning
29
hoesten
hoste
30
hoestdrank
hostemikstur
31
humeur
humör (n)
32
toegeven
innrömme
33
irriteren, ergeren
irritere
34
ketel
kjele
35
koelen, afkoelen
kjöle
36
constateren
konstatere
37
(dokters)assistente
kontorsöster
38
kostbaar
kostbar
39
laboratorium
laboratorium (n)
40
een klein beetje
litegrann
41
long
lunge
42
medicament
medikament (n)
43
spier
muskel
44
neusdruppels
nesedräper
45
noodzakelijkerwijs, per se
nödvendigvis
46
opbellen (zelfst. nw.)
oppringning
47
optimistisch
optimistisk
48
patiënt
pasient
49
penicilline
penicillin (n)
50
proef
pröve
51
referaat, samenvatting
referat (n)
52
recept
resept
53
roofdier
rovdyr (n)
54
ruggengraat
ryggrad
55
rugpijn
ryggsmerter
56
röntgenfoto
röntgenbilde (n)
57
servet
serviett
58
schijf, plak
skive
59
slang
slange
60
pijn
smerter
61
pijnstillend
smertestillende
62
specialist
spesialist
63
slaap
sövn
64
gedachte
tanke
65
tot een eind komen
ta slutt
66
telefooncel
telefonkiosk
67
aansteken, ontsteken
tenne
68
thermometer
termometer (n)
69
uur; afspraak
time
70
trouw
trofast
71
moeheid, vermoeidheid
trötthet
72
pech
uflaks
73
verwondering, verbazing
undring
74
boven, over
utover
75
onwel, niet lekker
uvel
76
ongewenst
uönsket
77
wachtkamer
venterom (n)
78
wachtkamer
ventevaerelse (n)
79
waardeloos
verdilös
80
virus
virus (n)
81
kamer
vaerelse (n)
82
pijnlijk, zeer; teder. innig
öm