Learn Dutch 6 Flashcards
… (In the Hoofdstraat in the center of Tilburg) zit mijn universiteit.
In de Hoofdstraat in het centrum van Tilburg
… (Never in my life)!
Nooit van mijn leven!
… (Bart is working on it).
Bart werkt eraan.
… (She is interested in it).
Zij interesseert zich ervoor.
… (They warn about it).
Zij waarschuwen ervoor.
Regelmatig werkwoord: WAAR-schu-wen :uyarmak
… (Michel congratulates them on it).
Michel feliciteert hen ermee.
… (He is hoping for it).
Hij hoopt erop.
… (We long for it).
Wij verlangen ernaar.
… (They enjoy it).
Zij genieten ervan.
… (He is thinking about it).
Hij denkt eraan.
Denk ____ dat je op tijd bent.
eraan
Het is straks vakantie. Wij verlangen _______.
ernaar
Regelmatig werkwoord: ver-LAN-gen:to desire
verlangen naar: longing for… özlemini çekmek
De docent waarschuwt ______ dat het examen moeilijk is.
ervoor
Regelmatig werkwoord: WAAR-schu-wen:to warn
waarschuwen voor: to warn for
Stop je _______? (Do you stop it?)
ermee
Ik reken _____ dat je komt. (I’m counting on you to come)
erop
Bart heeft een Youtube kanaal. Veel studenten abonneren zich ______.
erop
Volgende week begint de cursus. Hij schrijft zich ______ in.
ervoor
Het lijkt _____ (It seems) dat we te veel studenten hebben.
erop
De studenten maken geen huiswerk. De docent ergert zich _____ (The teacher is annoyed.).
eraan
Je moet nog zo veel doen. Kom op! Begin ______.
eraan
Hij heeft een raar accent. Hij schaamt zich _______ (He is ashamed of it).
ervoor
Hij hoopt _____ dat hij nog kan meedoen. (He hopes he can still participate.)
erop
Wat een lekker zonnetje! Ik geniet _______.
ervan
Morgen is de Marathon van Rotterdam. Ik doe ______ mee. ( I participate)
eraan
Deze maand is Nathalie jarig. Peter denkt _____.
eraan / aan haar
Wat een goede student! De docent is blij ________.
met hem
… (What is wrong)?
Wat is er mis?