Delftse 20 Flashcards
Hoi Eva. Ben je vanavond vrij? Er … (a nice film is showing/turns/ gösterimde). Heb je zin om mee te gaan?
- Ja, gezellig.
Er draait een leuke film.
Hoi Eva. Ben je vanavond vrij? Er draait een leuke film. … (Would you like to going with me)?
- Ja, gezellig.
Heb je zin om mee te gaan?
Onregelmatig werkwoord: MEE-gaan
ik ga mee (… ik meega)
jij/u gaat mee (… jij meegaat)
hij/zij gaat mee (… hij meegaat)
wij/zij/jullie gaan mee (… wij meegaan)
ik/jij/u/hij/zij ging mee (… ik meeging)
wij/zij/jullie gingen mee (… wij meegingen)
hij is meegegaan
… (How is that movie called)?
Uh, even in de krant kijken. De titel is: Millennium.
Hoe heet die film?
… (It is about) een jongen die via zijn computer duizend (1000) jaar teruggaat in de tijd.
Hij gaat over
Hij gaat over een jongen die via zijn computer … (a thousand years go back in time).
duizend jaar teruggaat in de tijd
… (The early or late show)?
De vroege of de late voorstelling?
… (Let’s take the late). Dan kunnen we eerst nog ergens samen eten.
Laten we de late nemen
Onregelmatig werkwoord: NE-men ik neem jij/u neemt hij/zij neemt wij/zij/jullie nemen ik/jij/u/hij/zij nam wij/zij/jullie namen hij heeft genomen
… (Do you remember) dat restaurant van de vorige keer waar we zo lekker hebben gegeten?
Herinner je je
Onregelmatig werkwoord: E-ten ik eet jij/u eet hij/zij eet wij/zij/jullie eten ik/jij/u/hij/zij at wij/zij/jullie aten hij heeft gegeten
Ben je … (by any chance/misschien) jarig?
Nee hoor. Ik vind het gewoon leuk om met jou uit te gaan.
soms
… (I just like it) met jou uit te gaan.
Ik vind het gewoon leuk om
Ik vind het gewoon leuk om … (go out with you).
met jou uit te gaan
Ik kom je … (around six) halen. Tot straks.
rond zessen
eenen tweeën drieën vieren vijven zessen zevenen achten negenen tienen elven twaalven
… rond zessen … (I’ve come to get you).
Tot straks.
Ik kom je … halen.
Goedenavond. We willen graag eten. Hebt u plaats voor ons, … (if possible by the window).
als het kan bij het raam.
Daar hebben we … (last time) ook gezeten.
verleden keer
Daar hebben we verleden keer ook … (seated).
gezeten
Onregelmatig werkwoord: ZIT-ten ik zit jij/u zit hij/zij zit wij/zij/jullie zitten ik/jij/u/hij/zij zat wij/zij/jullie zaten hij heeft gezeten
… (With how many people) bent u?
Met z’n tweeën.
Met hoeveel personen
… (If you just wait ), komt er een tafel vrij bij het raam.
Dat is goed.
Als u even wacht
Als u even wacht, … (a table is released) bij het raam.
Dat is goed.
komt er een tafel vrij
Terwijl we wachten, … (we look at the menu).
bekijken we de kaart
(Even later…)
- Uw tafel is klaar. U kunt … (take place).
plaats nemen.
… (Have you already made your choice)?
Hebt u uw keuze al gemaakt?
Ja, we willen graag … (start with) Franse uiensoep.
beginnen met
Onregelmatig werkwoord: be-GIN-nen ik begin jij/u begint hij/zij begint wij/zij/jullie beginnen ik/jij/u/hij/zij begon wij/zij/jullie begonnen hij is begonnen
Daarna … (as main course) voor haar de vis.
als hoofdgerecht
het hoofdgerecht
Ik … (give preference to) vlees.
geef de voorkeur aan
Onregelmatig werkwoord: GE-ven ik geef jij/u geeft hij/zij geeft wij/zij/jullie geven ik/jij/u/hij/zij gaf wij/zij/jullie gaven hij heeft gegeven
Geeft u mij maar … (this dish).
deze schotel
de schotel:the dish, yemek
Wat wilt u drinken?
Voor haar een glas witte wijn bij de vis. Voor mij een glas bier. Licht bier graag, … (not that heavy).
niet van dat zware
… (And bring you even a bottle of water.).
En brengt u ook maar een fles water.
… (Could you bring the bill).
Kunt u de rekening brengen
… (What was it about)?
Waar ging die over?