Delftse 10 Flashcards
Hoe laat … (will the shop close) ?
gaan de winkels dicht
Hoe laat gaan de winkels dicht?
Wanneer gaat u … (to holiday)?
met vakantie
Wanneer gaat u met vakantie?
Hoe laat …. ? (When do you get up?)
Hoe laat bent u opgestaan
… (This kind of question) stellen we vaak.
Dit soort vragen
het soort:kind
Dit soort vragen stellen we vaak.
Dit soort vragen … (ask we often).
stellen we vaak.
We willen kennelijk graag weten … ( when somethings happens) of hoe lang iets duurt.
wanneer iets gebeurt
gebeuren: to happen
We willen kennelijk graag weten wanneer iets gebeurt
of … ( how long will something lasts)
hoe lang iets duurt
We willen … (apperently like to know) wanneer iets gebeurt of hoe lang iets duurt.
kennelijk graag weten
…. ( Bundan anlaşılıyor ki, From this shows that) tijd een heel belangrijk element is in ons leven.
Hieruit blijkt dat
blijken: to appear, to show
het element: aspect, unsur, öğe
…. (We divide) om die reden de tijd in bepaalde stukken: jaren, maanden, weken, dagen en minuten.
We verdelen
We verdelen …. ( for that reason) de tijd in bepaalde stukken: jaren, maanden, weken, dagen en minuten.
om die reden
We verdelen om die reden de tijd …. (in certain segments): jaren, maanden, weken, dagen en minuten.
in bepaalde stukken
Zo … (consist of a year) twaalf maanden en een maand uit ongeveer vier weken
bestaat een jaar uit
bestaat … uit: consist of
Zo bestaat een jaar uit twaalf maanden en een maand uit … (about, approximately) vier weken.
ongeveer
… (What kind of) seizoenen kent Nederland?
Wat voor
Wij … ( divide the year in four periods from three months) : de lente, de zomer, de herfst en de winter.
We verdelen het jaar in vier perioden van drie maanden
Maar …. (what do they mean by) ‘voorjaar’ en ‘najaar’?
wat bedoelt men dan met
bedoelt met: mean by
… (Instead of) ‘lente’ zeggen we ook wel ‘voorjaar’.
In plaats van
En in plaats van ‘herfst’ … (we also use) het woord ‘najaar’.
gebruiken we ook
… (It gets) vooral in oktober en november wat koud
Het wordt
Het wordt vooral in oktober en november wat koud
It gets a bit cold, especially in October and November
Het wordt … ( especially) in oktober en november wat koud
vooral
… (The days are getting shorter).
De dagen worden korter.
…. (It gets dark early), rond vijf uur.
Het wordt vroeg donker
En ‘s morgens wordt het … ( only after eight o’clock light again)
pas na acht uur weer licht
… (Nature changes), de bladeren vallen van de bomen.
De natuur verandert
De natuur verandert, … (the leaves fall from the trees.)
de bladeren vallen van de bomen
vallen van: fall from
Maar in de lente worden de bomen weer groen, … (when it really gets a bit warmer)
als het echt wat warmer wordt
…. (That happens in April).
Dat gebeurt in april.
Wanneer werkt u … (actually)?
eigenlijk
… (I work on five days of the week): maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.
Ik werk op vijf dagen van de week
… (In principle) begin ik ‘s ochtends om half negen.
In principe
Tussen half een en half twee … (I have off time)
heb ik vrij
’s Middags … (I usually work until half past five)
werk ik meestal tot half zes
… (After that), dus ‘s avonds, ben ik natuurlijk ook vrij.
Daarna
After that, so in the evening, of course I am also free.
Daarna, dus ‘s avonds, … (of course I am also free).
ben ik natuurlijk ook vrij.
… (Do you ever have to) op reis voor uw werk?
Moet u wel eens
Moet u wel eens op reis voor uw werk?
(Do you ever have to travel for your work?)
O ja, … (quite often).
vrij vaak
vrij:quite
… (Last week) ben ik naar Londen geweest en … (next week) vlieg ik naar Parijs.
Vorige week: last week
Volgende week: next week
… ( My present job, şimdiki işim ) is erg druk.
Mijn huidige baan
de baan:job
druk:busy
… (Yesterday I was) in Amsterdam en … ( tomorrow I am) in Rotterdam.
Gisteren was ik
morgen ben ik
’s Woensdags ben ik … (almost all time) op de zaak voor overleg met onze directeur of voor een vergadering.
bijna altijd: neredeyse her zaman
’s Woensdags ben ik bijna altijd … (at the office) voor overleg met onze directeur of voor een vergadering.
op de zaak
’s Woensdags ben ik bijna altijd op de zaak … (for consultation with) onze directeur of voor een vergadering.
voor overleg met
het overleg: deliberation, consultation, iş görüşmesi
de directeur -> onze directeur
’s Woensdags ben ik bijna altijd op de zaak voor overleg met onze directeur of … (for a meeting).
voor een vergadering
Waar is die zaak van u?
Die is … (nearby). … (Our office) ligt midden in de stad, maar in een rustige straat.
dichtbij
Ons kantoor
het kantoor: office
Je hoort er … (hardly noise from outside)
nauwelijks geluid van buiten
het geluid: noise
We hebben geen … ( trouble with) het verkeer.
last van
het verkeer: the traffic
Vroeger werkte zij, … ( just like me), de hele dag.
net als ik
net als:just like
… ( Previously she worked), net als ik, de hele dag.
Vroeger werkte zij
hele dagen: whole days
… (Nowadays she works) halve dagen.
Tegenwoordig werkt zij
halve dagen: half days
… (In the future), wanneer de kinderen naar school gaan, gaat ze misschien weer hele dagen werken.
In de toekomst