engels extra glossary: folder 3 Flashcards
stikken
to choke
een overledene
a deceased
verhongeren
to starve
lichaamssappen
body fluids
(vezel)stof
fibre
incubatie, broedperiode
incubation
uit een ei komen
hatching
vervalsing
forgery
een vete
a feud
erop volgen
to ensue
een veroordeling
a conviction
een vervalser
a forger
feilbaar
fallible
wurging
strangulation
speeksel
saliva
een dader
a culprit
oppakken
to apprehend
vrij van schuld verklaard
exonerated
gruwelijk
ferocious
een terugkerend thema of idee
a trope
een kanten onderlegger
a doily
ijzingwekkend
ghastly
doorslaggevend
paramount
schimmel
mould
restant van pesticiden
P residue
ongedierte
vermin
opruimen
to dispose of
uitwerpselen
faeces
ontbinden
to decompose
verzamelplaatsen
hoarding sites
een knaagdier
a rodent
een slagader
an artery
bedekt met een mat
matted
een made
a maggot
verzachtende omstandigheden
extenuating circumstances
een schedel
a skull
ontegenspreekbaar
unarguably
op verboden terrein komen
to trespass
uitsteken
to jut
een gelijkenis
a resemblance
nasleep
aftermath
marteling
torture
griezelijk, afgrijselijk
grisly
kwellen
to torture
heel enthousiast zijn
to be stoked
een kreet
a shriek
een scheermes
a razor
een schoorsteen
a chimney