Biologie - 1 Functionele bouw van de cel (termen) Flashcards
Celorganellen
- membraneuze compartimenten
Celstructuur
- niet membraneuze organellen
LM
- lichtmicroscoop
Functie celmembraan
Houdt inhoud cel of intracellulaire milieu samen
Schermt de cel af van uitwendige milieu
verzamelnaam inhoud van de cel
Intracellulaire milieu
Synoniem uitwendige milieu
Extracellulaire milieu
Naam totale inhoud van de cel
Protoplasma
Cytosol
Celorganellen die in de waterige vloeistof van het cytoplasma liggen
EM
Elektronenmicroscoop
Cellulosevezels
Grote hoeveelheid cellulose id celwand van planten vormt sterke cellulose vezels.
- zijn onderling met elkaar verbonden
Middenlamel
Verbindt de celwand van de ene plantencel met de celwand van andere plantencellen door een laag die het middenlamel genoemd wordt
Plasmodesmata
Fijne poriën in de celwand die de plasmamembranen of celmembranen van naburige plantencellen onderling verbindt.
Plasmamembraan
Zit rond de cel en begrenst zo de celinhoud
Fosfolipide
Vetachtige molecule met 2 hydrofobe of waterafstotende staarten en een hydrofiele of waterminnende kop
Betekenis hydrofobe
Waterafstotende
Betekenis hydrofiele
Waterminnende
Fosfolipide dubbellaag
Ontstaat doordat de staarten van plasmamembraan naar elkaar richten door de waterige oplossing aan beide kanten van het membraan.
Functie cholesterol
Vermindert de beweeglijkheid van fosfolipiden
Functie glycoproteinen en glycolipiden
Zorgen voor celstabiliteit en de identificatie van de cel door andere cellen of virussen
Glycocalyx
Beschermende laag rond de glycolipiden en proteïnen op basis van polysacchariden bij dierlijke cellen
Cytoskelet
Structurele netwerk dat verbonden is met het plasmamembraan en de celorganellen
Zorgt voor structuur en stevigheid
Microtubuli
Fijne onvertakte en buisvormige proteïne vezels opgebouwd uit tubuline.
Worden voortdurend afgebroken en opgebouwd
Functie microtubuli
Via daar kunnen de transportblaasjrs of vesikels zich verplaatsen
Microfilamenten
Onvertakte proteïne vezels opgebouwd uit actine of in mindere mate myosine.
Functie microfilamenten
Maken celbeweging of celconcentratie mogelijk
Waarbij speelt actine een belangrijke rol tijdens het celdelingsproces?
Sleutelrol bij de insnoering van de dierlijke cel in twee dochtercellen
Functie intermediaire filamenten
Helpen met het juist positioneren van de celorganellen in de cel
Centrosoom
Groeicentrum vlak bij de nucleus
Waaruit bestaat het centrosoom?
2 centriolen of het centriolenpaar
Functie centriolen
Vormen tijdens de celdeling het ankerpunt van waaruit de microtubuli de chromosomen verdelen over de twee dochter cellen.
Bij welke soort cellen komen centriolen en het centrosoom voor?
Dierlijke cellen
kernomhulsel
datgene dat de celkern omhuld
uit wat bestaat het kernomhulsel?
uit 2 fosfolipide dubbellagen
synoniem kernplasma
nucleoplasma
Waar exact in de nucleus of celkern bevindt het DNA dat de genetische informatie voor de bouw en de werking van de cel en bij uitbreiding van het hele organisme bevat zich?
in het kernplasma of nucleoplasma
In welke vorm kan DNA in de celkern aanwezig zijn?
als chromatine of als chromosomen
synoniem kernlichaampjes
nucleoli
ribosomen
opgebouwd uit 2 subunits: grote en kleine
functie ribosomen
- vrij zwevende ribosomen = productie van vrij zwevende proteïnen in het cytosol
- membraangebonden ribosomen = produceren proteïnen voor membranen, voor celorganellen en voor export buiten de cel
cisternen
sterk vertakkend organel dat een netwerk van verbonden membraanzakken vormt
welke 2 types onderscheiden we bij het endoplasmatisch reticulum?
glad en ruw
ruw endoplasmatisch reiculum (RER)
verderzetting van het buitenste kernmembraan, met op de buitenzijde van het membraan ribosomen
glad endoplasmatische reticulum (SER)
buisvormig netwerk van membranen, zonder ribosomen, dat in verbinding staat met het RER
functie SER
worden vooral lipiden gesynthetiseerd, nodig voor oa de aanmaak van membranen
opslagfunctie
ontgifiting of detoxificatie door de afbraak van giftige moleculen
synoniem golgi-apparaat
golgicomplex
golgi-apparaat
celorganel bestaande uit aantal parallelle membranen of cisternen
waar ligt het cis- en transgebied?
cisgebied in de buurt van het ER
transgebied georiënteerd naar het plasmamembraan
(beide deel van golgi-apparaat)
synoniem nabewerking
modificatie
hoe ontstaan glycoproteïnen en glycolipiden?
door de aanhechting van suikergroepen aan proteïnen en lipiden
lyosomen
speciale golgiblaasjes die bestaan uit een membraan dat vocht met verteringsenzymen omgeeft
functie lyosomen
functioneren als een intracellulair verteringssysteem
heterofagie
vertering van extracellulair materiaal
lysosomen
autogafie
afbreken van oude of beschadigde eigen celorganellen
lysosomen
vacuolen
met vocht gevulde blaasjes omgeven door een vacuolemembraan of tonoplast
synoniem vacuolemembraan
tonoplast
functie vacuole
structuurfunctie
beschermende functie (houden inwendige celmilieu constant door opslag van reservestoffen)
welke cellen bevatten een vacuole?
vooral plantaardige cellen
dierlijke geen of slechts een beperkt aantal kleine
synoniem spanningsdruk
turgor
mitochondriën
meerdere ellipsvormige organellen die omgeven zijn door een dubbele fosfolipide dubbellaag
intermembraantuimte
ruimte tussen het buitenste en het binnenste membraan
mitochondriën
cristae
sterke plooien die naar binnen toe instulpen
mitchochondriën
matrix
de wand van in en mitochondrion
synoniem bladgroenkorrels
chloroplasten
chloroplasten
bladgroenkorrels
zijn nodig in planten en sommige andere eukaryote organismen om aan fotosynthese te doen
chromoplast
oranjerood
functie chromoplast
synthetiseren carotenoïden en slaan die op
amyloplast
onderverdeling van leukoplasten die zetmeel opslaan in grote granulen, vooral in de wortels van de plant
proplastiden
plastiden die nog moeten differentiëren in functie van de cel waarin ze gevormd worden, elk met een specifieke functie, die in elkaar kunnen overgaan
welke soort cellen hebben plastiden
enkel plantaardige
stroma
het binnenste membraan van de chloroplasten omgeeft een met vocht gevulde ruimte = stroma
thylakoïden
gevouwen membranen bij plastiden waarin chlorofylmoleculen zitten
opeengestapeld in zuilen, die we grana noemen
grana
de zuilen waar de thylakoïden zijn opeengestapeld
plastiden
cytosol
het waterige gedeelte van het cytoplasma, de vloeistof waar de organellen in zitten maar ook ionen, moleculen, …
cellulose
de bouwstof van de primaire celwand bij plantaardige cellen
ze zorgen voor de stevigheid van de celwand.