HC.6.6 - Foetale bewaking Flashcards

1
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
1
Q

wat zijn de 4 belangrijkste oorzaken van perinatale sterfte en perinatale morbiditeit?

A
  • te laag geboorte gewicht
  • vroeggeboorte
  • aangeboren afwijkingen
  • perinatale asfyxie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is perinatale asfyxie?

A

conditie van verminderde gasuitwisseling of inadequate bloedstroom die leidt tot persisterende hypoxemie en hypercapnie (= te hoog CO2 gehalte) van het kind, die (tijdelijk) optreden rond de geboorte

TENTAMEN

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is hypoxemie?

A

abnormaal lage zuurstofconcentratie in het bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is hypoxie?

A

abnormaal lage zuurstofspanning in de weefsels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat is acidemie en acidose?

A

verzuring bloed en weefsels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

hoeveel arteriën en venen heeft de navelstreng?

A

2 arteriën en 1 venen hierbij is de kleur ook omgewisseld want v. umbilicales doet zuurstofrijk bloed vervoeren en de a. umbilicalis zuurstofarm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is het verloop van foetale pH tijdens de partus?

A

pH daalt dus er is altijd al wel verzuring

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat weet je over de foetale circulatie?

A
  • rechts-links shunt!
  • lage BD
  • snelle HF
  • lage pO2 (zuurstofspanning)
  • hoog Hb
  • hoge affiniteit voor O2 (hoger dan moeder)!
  • goed zuurstoftransport
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat is de APGAR score?

A

A =ademhalen
P = pols-/hartslag
G = spierspanning/ -tonus
A = aspect kleur
R = reactie op prikkels

je kan bij elke letter 0-2 scoren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat is de klinische definitie van perinatale asfyxie?

A
  1. ernstige metabole of gemengde acidemie (pH<7), vastgesteld in een monster van arterieel navelstrengbloed
  2. APGAR-score <3 gedurende >5 min na de geboorte
  3. klinische neurologische gevolgen in de directe neonatale periode, zoals convulsies, hypotonie, coma of hypoxisch-ischemische encefalopathie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat zijn de meest voorkomende oorzaken van asfyxie voor en tijdens de geboorte?

A
  • maternale oorzaken
  • placentaire oorzaken
  • umbilicale oorzaken
  • feotale oorzaken

TENTAMEN

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat zijn de maternale oorzaken van perinatale asfyxie?

A
  • hypovolemie/shock, meestal door verbloeding
  • ernstig longlijden (zuurstofopname gebrekkig)
  • hartgebreken
  • compressie van de VCI door de uterus: deze komt het meeste voor
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat zijn placentaire oorzaken van perinatale asfyxie?

A
  • placentaire insufficiëntie (veel voorkomend), met name bij zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie en foetale groeivertraging
  • abruptio placentae (loslating van de placenta)
  • placenta praevia (placenta zit voor baarmoedermond), met (veel) bloedverlies
  • hypertonie en polysystolie (weeënstorm) van de uterus (te vaak de placenta dicht geknepen en daardoor zuurstof te kort, dit zie je bij ingeleide bevalling)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat zijn de umbilicale oorzaken van perinatale asfyxie?

A
  • navelstrengcompressie (door weeën, bij weinig vruchtwater)
  • omstrengeling van het kind (A)
  • ware knoop in de navelstreng (B)
  • navelstrengprolaps ofwel uitgezakte navelstreng (C)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat zijn de foetale oorzaken van perinatale asfyxie?

A
  • infecties: parvo B19 vrius en opstijgende bacteriële infectie
  • foetale hartritmestoornissen
  • foetomaternale transfusie
  • foetale bloedafbraak door bloedgroepantagonisme

er werden vorig jaar 156.000 babys geboren

16
Q

welke belangrijke beschermingsmechanismen heeft een ongeboren kind tegen asfyxie?

A
  • affiniteit foetaal hemoglobine (HbF) voor zuurstof: de baby kan zn bloedstroom herverdelen
  • redistributie foetale bloedstroom: brain sparing effect ze bekijken dit via doppler en kijken dan naar a. umbilicalis en a. cerebri media
  • autoregulatie van de foetale cerebrale circulatie
17
Q

wat weet je over de affiniteit HbF voor zuurstof?

A

als je naar zuurstofdissociatiecurve kijkt dan zie je dat die van foetus meer naar links ligt en dus bij lage spanning al zuurstof kan binden. hierdoor kan de foetus O2 van de moeder afpakken want hij heeft zelf grotere affiniteit.

18
Q

wat is de autoregulatie van de foetale cerebrale circulatie?

A

er is een hele lange plateau fase met een onder en boven grens. dit zegt dat je bij een hele range aan bloeddrukken toch genoeg bloed naar je brein gaat. in fysiologie daalt je BD met 20 als je slaapt maar hierdoor krijg je dus geen hersenbeschadiging. volwassenen hebben dit dus ook

19
Q

welke foetale bewakingstechnieken hebben we?

A
  • cardiotocografie (CTG) dus hart van de baby en contracties van mama
  • ST-analyse ofwel STAN foetaal electrocardiogram (dit gaat te ver)
  • microbloedonderzoek ofwel MBO
20
Q

wat is CTG?

A
  • simultane registratie van de foetale HF (bovenste lijn) en de contracties van de uterus (onderste lijn)
  • doel: tijdige herkenning van foetale hypoxie en asfyxie, voor of tijdens de baring
  • patroonherkenning is belangrijk
  • dit kan in en uitwendig maar je doet liever uitwendig
21
Q

wat zijn de eigenschappen van CTG?

A
  • vrijwel bewijzend voor een normale foetale oxygenatie
  • negatief voorspellende waarde is dus hoog (bijna 100%)
  • als het afwijkend is dat is de kans 10-30% dat de baby niet goed geoxygeneerd is alle andere uitslagen zijn dus vals positief (dit is hoog)
  • de hoogte van de wee curve is niet belangrijk is onderzoek naar gedaan
22
Q

wat zijn de eigenschappen van een abnormaal CTG?

A
  • betekent lang niet altijd dat er foetale hypoxie/asfyxie is
  • positief voorspellende waarde is laag
  • is wel altijd een indicatie voor diagnostische (MBO) of therapeutische interventie (sectio, vaginale kunstverlossing)
  • CTG heeft niet geleid tot minder ‘cerebral palsy’ maar we gebruiken deze test wel iedere dag en maken hier beslissingen op
  • je ziet een abnormaal CTG vaker dan normaal
23
Q

hoe beschrijf je het CTG?

A
  1. tocogram (weeën)
  2. basis HF: normaal is 110-150
  3. variabiliteit: wisselende veranderingen van het hartritmepatroon met bandbreedte van >5 slagen/minuut OF > 6 nuldoorgangen/minuut (<5 slagen is afwijkend)
  4. acceleraties: versnellingen van de HF bij foetale bewegingen
  5. deceleraties: afname van de foetale HF met >15 slagen tov basisfrequentie, gedurende min 60 sec. hier is vaak wel echt wat aan de hand

dan pas interpretatie en classificatie en dan pas diagnostiek en behandeling

24
Q

wat zijn de behandelingsmogelijkheden van asfyxie voor en tijdens de geboorte?

A
  • moeder in (linker)zijligging positioneren
  • weeën tijdelijk stoppen met tocolyticum (atosiban)
  • snelle geboorte d.m.v. vaginale kunstverlossing of sectio
  • anti-oxidanten (allopurinol) niet effectief gebleken