Godsdients NIET VOL Flashcards
1
Q
wat is het ‘das Es’ (2)
A
- de ongestuurde en ongeremde driften (onderbewustzijn)
2
Q
functie ‘das Es’
A
- eros (= levensdrift; behoeften bevredigen)
- thanatos (= doodsdrift; loskomen van verlangens
3
Q
conclusie ‘das Es’
A
‘ik wil wat ik wil EN wanneer ik wil’ => BABY
4
Q
wat is het ‘überich’ (3)
A
- sociale normen door je opvoeders (ouders)
- regels & attitudes worden overgenomen
- schaamte & schuld (geweten)
=> Besef van goed & kwaad
5
Q
functie ‘überich’
A
Innerlijk verbiedende in conflict met ‘das Es’ en ‘das Ich’
6
Q
wat is ‘das Ich’ (2)
A
- kan zich aanpassen aan de omstandigheden & kan bevrediging uitstellen
-redeneert en controleert de driften
7
Q
functie ‘das Ich’
A
Zelfbehoud van het individu
8
Q
wat is er speciaal aan het ‘das Ich’
A
het herinert, evolueert en reageert in de fysieke en sociale wereld
9
Q
A
10
Q
A
11
Q
A
12
Q
wat is goed handelen volgens ‘das Es’
A
nastreven v/d eigen verwachtingen + de andere wordt gemanipuleerd
13
Q
wat is goed handelen volgens ‘das überich’
A
het algemene belang/wet volgen -> Goed is wat anderen je opleggen (volgertje)
14
Q
wat is goed handelen volgens
A