Chemie H2 Flashcards
wann heb je een metaalkarakter
als ze een stabiele e- configuratie bereiken door e- af te geven -> vormen kationen
halogenen
groep VIIa
aardalkalimetalen
groep IIa
bepaling sterkte metaal karakter: (2)
- één e- wordt makkelijker afgegeven dan 1
- het afgeven is makkelijker naarmate de e- verder van de kern gelegen zijn
p-blok
groep IIIa, IVa, Va, VIa, VIIa en 0
syno edelgas structuur
octetstructuur (bij He: duetstructuur
d-blok
alle b-groepen
koolstofgroep
groep IVa
alkalimetalen
groep Ia
aardmetalen + syno
groep IIIa (boorgroep)
s-blok
groep Ia en IIa
kijk H4 en de EN-waarde !!!!
Wat is donderdag op een heel leven?
waar bevinden zich de strekste metalen
links vanonder
waar bevind zich het sterkste niet-metaal
rechts bovenaan
f-blok
de lanthaniden en de actiniden
hoe bepaal je het hoogste en laagste OG
- hoogste= groepsnummer N
- laagste (is vanaf groep 4) het groepsnummer - 8 (N-8)
bepaling sterkte NIET-_metaal karakter: (2)
- één e- wordt makkelijker opgenomen dan 1
- het opnemen is makkelijker als de buitenste schil dichter bij de kern is
stikstofgroep
groep Va
hoe worden elementen in de b-groepen genoemd
overgangs-, transitie- , nevenelementen
edelgassen
groep 0
wat hebben bijna alle nevenelementen
2 e- op de buitenste schil
zuurtsofgroep
groep VIa
wann heb je een niet-metaalkarakter
als ze een stabiele e- configuratie bereiken door e- op te nemen -> anionen
wat vond Sommerfeld uit
het nevenkwantumgetal = s-, p-, d-, f-subniveau
wat vond Schrödinger uit
de orbitalen
wat vond Zeeman uit
de magnetische niveaus
= s -> 1
p -> 3
d -> 5
f -> 7