ZO3. Pathofysiologie van pompfunctiestoornissen Flashcards
soorten pompfunctiestoornissen
- ritme- en geleidingsstoornissen: er is iets mis met vorming/geleiding van een prikkel
- primaire aandoeningen myocard: daling in contractiliteit > toename ESV en daling slagvolume
- verstoorde belasting: druk-/volumebelasting
bradycardie
hartslag lager dan 50 slagen per minuut; langere diastolische duur en langere vullingstijd ventrikels > EDV neemt toe en slagvolume is vergroot
tachycardie
hartslag hoger dan 100 slagen per minuut; hogere hartfrequentie > kortere diastolische duur en kortere vullingstijd ventrikels > EDV is verlaagd > SV vrkleind
grote toename EDV in ventrikel
kan leiden tot daling slagvolume
aortaklepinsufficientie
volume belasting linker ventrikel
supraventriculaire tachycardie
ritmestoornis
virale myocarditis
primaire aandoening van myocard
sinus bradycardie
ritmestoornis
cor pulmonale
drukbelasting rechter ventrikel
mitraalklepstenose
ondervulling van LV
pulmonaalklep stenose
drukbelasting RV
mitralis insufficientie
volumebelasting LV
3e graads AV blokkade
geleidingsstoornis
idiopathische cardiomyopathie
primaire aandoening myocard
hypertensie
drukbelasting LV
myocardinfarct
primaire aandoening myocard
ventriculaire tachycardie
ritme en geleidingsstoornis
wolff-parkinson white syndroom
ritme en geleidingsstoornis
ischemische cardiomyopathie
primaire aandoening myocard
harttamponade
ondervulling
restrictieve pericarditis
ondervulling
falend hart
afterload overheerst preload (bij gezond andersom)
Wanneer treden klachten op
wanneer het hart niet aan de metabole eisen van het lichaam kan voldoen
acute adaptatiemechanismen
toename in eind-diastolisch volume, neurohumorale activiteit
chronische adaptatiemechanismen
structurele dilatatie van ventrikel lumen, hypertrofie van ventrikelwand
groter EDV leidt in gezond hart tot
groter slagvolume
groter EDV leidt in ziek hart tot
behoud slagvolume, maar afterload neemt toe > hartspierfunctie na tijd overbelast
activatie sympatisch zenuwstelsel
toename in contractiliteit via b1 adrenerge receptor. Vasoconstrictie arterieel vaatbed, R arteriolen neemt toe. Vasconstrictie veneus vaatbed > compilantie neemt af
RAAS activatie
circulerend RAAS: toename circulerend bloedvolume
lokaal myocardiaal RAAS: hypertrofie en dilatatie hartspier
Endotheline activatie
toename contractiekracht, vasoconstrictie arterieel en veneus vaatbed, hypertrofie ventrikel
TNFalfa activatie
inflammatie
atriaal natriuretisch peptide
natriurese en diurese, en vaatverwijding arterieel en veneus vaatbed
preload
toename EDV en neurohumorale activiteit
contractiliteit
toename neurohumorale activiteit en soms hypertrofie ventrikelwand
afterload
toename ADV, neurohum act, structurele dilatatie ventrikellumen, hypertrofie ventrikelwand
myocard vezel verkorting
toename EDV en neurohumorale activiteit
EDV
toename EDV, neurohumorale activiteit, struc dilatatie ventrikellumen, hypertrofie ventrikelwand
slagvolume
toename EDV, neurohumorale activiteit, struc dilatatie ventrikellumen, hypertrofie ventrikelwand
hartfrequentie
toename neurohumorale activiteit
perifere vaatweerstand
toename neurohumorale activiteit
bloeddruk
toename EDV, neurohumorale activiteit, struc dilatatie ventrikellumen, hypertrofie ventrikelwand
adaptaties kunnen leiden tot
verslechtering hemodynamische toestand en progressieve verslechtering cardiale pompfunctie
5 soorten afwijkingen hartspier
mycardiale efficientie (hoge afterload)
afwijkingen energiemetabolisme (ischemie)
afwijkingen eiwitten betrokken bij contractie
afwijkingen excitatie contractie koppeling (Ca)
afwijkingen b-adrenerge systeem
bestrijding pompfunctiestoornissen
gezond levensstijladvies, monitoring hartpatienten, medicatie, niet medicatie gerelateerde behandeling (pacemaker)
hemodynamische ontlasting LV
preload en afterload worden verlaagd, door bijv: dieet, diuretica, vasodilator, veneuze vaatverwijder