l'eczéma Flashcards
eczema (2)
L’eczéma
la dermatite
een allergeen
Un allergène
quoi est-ce que un allergène
une substance allergisante
une substance qui peut causer une allergie
allergisch zijn aan iets
- Être allergique à quelque chose
een besmettlijke ontsteking
- Une inflammation contagieuse
niet bestmettelijk
non contagieuse
besmetten
Contaminer qqn
een stof die ontstekingen veroorzaakt
Une substance inflammatoire
een contactallergie
Une allergie de contact
metaal
- Un métal – des métaux
een atopische allergie
- Une allergie atopique
synoniemen voor atopique
héréditaire – génétique
een ziekte die een volwassene/kind treft
Une maladie touche un adulte / un enfant
een kind dat geboren is in een familie met allergie
Un enfant né au sein d’une famille allergique
doorheen de huid binnendringen
- Pénétrer à travers la peau
het uitbreken van een ziekte
Le déclenchement d’une maladie
uitbreken
déclencher
het immuunsysteem slaat op hol
Le système de défense s’emballe
op hol slaan
S’emballer
een antilichaam
- Un anti-corps
roodheid
- Une rougeur
een huidschilfer
- Une squame
een film/coating
- Une pellicule
een blaasje
- Une vésicule
een natte ‘plak’
- Une plaque humide
dikker worden
- S’épaissir
de huid wordt dikker
La peau s’épaissit
een verdikking
Un épaississement
lekken , vocht afscheiden
- Suinter
een lekkende wonde
Une plaie suintante