Chirurgien - orthopédiste 2 Flashcards
Verergeren
S’aggraver
de pijn verergert.
la douleur s’aggrave
Gevoelig zijn <-> ongevoelig zijn
Être sensible <-> insensible
de gevoeligheid
la sensibilité
de overgevoeligheid
l’hypersensibilité
de ongevoeligheid
l’insensibilité
Gezwollen zijn
Être gonflé
Zijn vingers spreiden
Écarter les doigts
Een vinger
Un doigt
de duim
le pouce
de middenvinger
le majeur = le médius
de wijsvinger
l’index (masc.)
de ringvinger
l’annulaire (masc.)
de pink
l’auriculaire (masc.) = le petit doigt
De handpalm
La paume de la main
Een vuist
Un poing
! Een deurklink / handvat / een handvol
! une poignée
!de polsslag
! le pouls
De elleboog
Le coude
De binnenkant van de elleboog
L’intérieur du coude
De buitenkant van de elleboog
L’extérieur du coude
Een teen
Un orteil
Een gewricht
Une articulation
Een bot – botten
Un os {os} – des os {oo}