Chapitre 2 woordjes B F > NL Flashcards
le dentiste
de tandarts
l’infirmier (-ère)
de verpleegkundige
le médecin généraliste
de huisarts
l’ophtalmologue m/v
de oogarts
la précaution
de voorzorg
le placard
de (voorraad)kast
sage
verstandig
prévenir
voorkomen
faire le suivi
bijhouden
permettre de
mogelijk maken
la nourriture
het voedsel
se nourrir
zich voeden / eten
démontrer
(aan)tonen
justement
juist, precies
conçu
ontwikkeld
contenir
bevatten/inhouden
parmi
te midden, tussen
rendre malade
ziek maken
la consultation
het doktersbezoek
dès que
zodra
étant donné
aangezien
particulièrement
in het bijzonder
avaler
(in)slikken
déranger
storen
guérir
beter worden, genezen
figurer
vóórkomen
il suffit de
je hoeft alleen maar
le régime
het dieet
la course à pied
het hardlopen
se passer de
het zonder doen
rejoindre
aansluiten / bijvoegen
mesurer
meten
partager
delen
encourager
aanmoedigen