Chapitre 1 woordjes C F > NL Flashcards
la manifestation
de demonstratie
convaincre
overtuigen
polluant
vervuilend
ne … aucun
geen enkele
inutile
nutteloos
avoir tort de
ongelijk hebben te
construire
bouwen
l’habitant
de inwoner
le permis
de vergunning
empêcher
verhinderen
qoui que ce soit
wat dan ook
de toute facon
in ieder geval
au cas où
voor het geval dat
non-violent
niet gewelddadig
se sentir concerné
zich betrokken voelen
exagérer
overdrijven
là-dessus
daarover
le comportement
het gedrag
la valeur
de waarde
l’expérience
het experiment
économe
zuinig
usagé
gebruikt
sociable
sociaal
généraux, -euse
vrijgevig
favoriser
bevorderen
pousser à
aanzetten tot
augmenter
toenemen
prouver que
bewijzen dat
dépenser
uitgeven
distribuer
uitdelen
avoir intérêt à
belang hebben bij
inciter à
aanzetten tot
rendre
maken
le rapport
het verband