6V Chapitre 1 woordjes C F > NL Flashcards
papoter
kletsen
se remettre au travail
weer aan het werk gaan
avoir failli (+inf.)
bijna … zijn/hebben
décrocher son bac
je diploma halen
l’offre v d’emploi
de vacature
figure-toi
stel je voor
convoquer
oproepen
rendre nerveux
zenuwachtig maken
s’addresser à
zich richten tot
mentionner
benoemen
le poids
het gewicht
culpabiliser
zich schuldig voelen
il paraît que
het lijkt erop dat
avoir le trac
bang zijn
obtenir le poste
de functie krijgen
exposer
laten zien
effectuer une tâche
een taak uitvoeren
mentir
liegen
pertinent
relevant
l’atout
een troef
pas la peine
niet de moeite
quant à
voor wat betreft
en raison de
wegens
cela convient à
dat past bij
entamer un sujet
een onderwerp aankaarten
révéler
onthullen
la conception
de opvatting
il s’agit de
het gaat over
juste
eerlijk, terecht
méfiant
wantrouwend
valorisé
gewaardeerd
confier à
toevertrouwen aan
imposer
dwingen, opleggen
d’autant que
des te meer omdat
abaisser
verlagen