materials Flashcards
learn vocab
1
Q
plastic
A
het plastic
2
Q
gold
A
het goud
3
Q
the Iron Curtain
A
het Ijzeren Gordijn
4
Q
wooden
A
houten
5
Q
golden
A
gouden
6
Q
made of wood
A
van hout
7
Q
metal [adj.]
A
metalen
8
Q
made of metal
A
van metaal
9
Q
silver [adj.]
A
zilveren
10
Q
made of silver
A
van zilver
11
Q
iron (n.)
A
het ijzer
12
Q
leather [adj.]
A
leren
13
Q
material
A
het materiaal
14
Q
made of cotton
A
van katoen
15
Q
cotton [adj]
A
katoenen
16
Q
wool
A
de wol
17
Q
silk [adj.]
A
zijden
18
Q
fabric
A
de stof
19
Q
silk
A
de zijde
20
Q
pillow / cushion
A
de kussen
21
Q
concrete [adj.]
A
betonnen
22
Q
made of glass
A
van glas
23
Q
glass
A
het glas
24
Q
glass [adj.]
A
glazen
25
Q
steel [adj.]
A
stalen
26
Q
brick [n.]
A
de baksteen
27
Q
clay [adj.]
A
kleien
28
Q
cardboard [adj.]
A
kartonnen
29
Q
steel [n.]
A
het staal
30
Q
concrete [n.]
A
het beton
31
Q
clay [n.]
A
de klei
32
Q
cardboard [n.]
A
het karton