Business Flashcards
factory
de fabriek
customer
de klant
business [e.g. the world of business]
de zaken [pl]
business [as in, company]
het bedrijf
insurance
de verzekering
on business
voor zaken
owner
de eigenaar
industry
de industrie
tax
de belasting
branch [of a company]
het filiaal
contract
het contract
sale
de verkoop
competition
de concurrentie
promotion
de promotie
to get promoted
promotie maken
customer service
de klantenservice
accountancy
de boekhouding
business trip
de zakenreis
salary
het salaris
businessman/businesswoman
de zakenman/de zakenvrouw
risk
het risico
to be aware of
zijn bewust van [reflexive]
entrepreneur
de ondernemer
agenda
de agenda
meeting
de vergadering
to take part in
deelnemen aan [sep.]
deal
de deal
in years, for years
al jaren
broad
breed
to organise
organiseren
organisation
de organisatie
delivery
de levering
to deliver
leveren
failure
de mislukking
bankrupt
failliet
neither of them
geen van beiden
competition, match
de wedstrijd
industrial area
het industriegebied
part, section
het onderdeel
small print
de kleine lettertjes