Les 42 Flashcards
voorbij
over
begon (beginnen)
started
cursisten (de cursist)
students
hadden daar moeite mee (er moeite mee
had difficulty with that
vonden (vinden)
assignments
opdrachten (de opdracht)
do
oefenen
a matter of
een kwestie van
on it
bureau (het)
come along
ga … mee (meegaan)
society
twijfelt (twijfelen)
decision
beslissing (de)
taken
concreet
have doubts
twijfel (twijfelen)
look for
verwacht (verwachten)
set up
opzetten
continue
gaan door (doorgaan)
pass
eindelijk
finally
voorbij
over
alleen
only
begon (beginnen)
started
na … zeggen (nazeggen)
repeat
combinaties (de combinatie)
combinations
middel (het)
tool
cursisten (de cursist)
students
hadden daar moeite mee (er moeite mee hebben)
had difficulty with that
vonden (vinden)
found
opdrachten (de opdracht)
assignments
uitvoeren
do
oefenen
practise
een kwestie van
a matter of
eraan
on it
overdag
during the daytime
bureau (het)
desk
ga … mee (meegaan)
come along
maatschappij (de)
society
twijfelt (twijfelen)
has doubts
beslissing (de)
decision
genomen (nemen)
taken
concreet
concrete
twijfel (twijfelen)
have doubts
zoek (zoeken)
look for
verwacht (verwachten)
expect
opzetten
set up
gaan door (doorgaan)
continue
slagen
pass
positief
positive
zodat
so that