Les 34 Flashcards
republiek (de)
republic
koninkrijk (het)
kingdom
ontstaan
originated
aparte (apart)
separate
zetten
put
feiten (het feit)
facts
op een rij
in a row
richten
direct
aandacht (de)
attention
staten (de staat)
states
rijk (het)
empire
leiding (de)
leadership
onder leiding van
under the leadership of
Willem
William
Oranje
Orange
voerden oorlog (oorlog voeren)
waged war
uiteindelijk
in the end
wonnen (winnen)
won
kwam tot stand (tot stand komen)
came into being
der (“=”van de)
of the
verenigde (verenigd)
united
Nederlanden
Netherlands
periode (de)
period
verre (ver)
far away
namen in bezit (in bezit nemen)
took possession
bezit (het)
possession
korte (kort)
short
namen (de naam)
names
herinneren
remind
daaraan
of that
Indonesië
Indonesia
Suriname
Suriname
gemeentes (de gemeente)
municipalities
horen bij
belong to
werd
became
hieraan
to this
lid (het)
member
vlag (de)
flag
in gebruik
in use
wit
white
blauw
blue
ontwikkeld (ontwikkelen)
developed
in tegenstelling tot
in contrast to
ontwikkeling (de)
development
meegemaakt (meemaken)
experienced
Duitse (Duits)
German
leidde (leiden)
led
waarbij
during which
tientallen
dozens
miljoenen
millions
stierven (sterven)
died
verloor (verliezen)
lost
waardoor
as a result of which
volk (het)
people
hoort bij (horen bij)
belongs to
op het gebied van
on the terrain of
waarheid (de)
truth