een kind met immuundeficiëntie (PD) Flashcards

1
Q

Wanneer moet je denken aan PID?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

antistofdeficienties van minst erg naar erg

A

IgA deficientie komt heel vaak voor en is vaak asymptomatisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

CVID

  • vaccinatie responsen
  • wat zie je: welke infecties en Ig waarden
  • welke leeftijd
A

vaccinatie responsen: iemand maakt geen antistof na vaccinatie of te weinig geheugencellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

immunologisch onderzoek bij CVID

  • wanneeer
  • wat zie je: B-cellen, T-cellen
A

CVID is geen monogenetische ziekte, maar er zijn wel genetische risicofactoren voor. Dus als het in de familie voorkomt–> genetisch onderzoek doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

symptomen bij diagnose CVID bij kinderen (8 en 4 belangrijke)

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Complicaties CVID

  • waar meer kans op
  • wanneer prognose slechter
  • wanneer prognose beter
  • therapie
A

Meer kans op auto-immuunziekte en dus immuundysregulatie. Ook ziet men vaker bronchiectasien. Als kinderen dit hebben is de prognose slechter en de behandeling moeilijker.

Als kinderen alleen infecties hebben: ondersteundende therapie met antibiotica en immunoglobulines geven–> dan goede prognose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

prognose CVID

  • wanneer verminderde overleving
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

lichamelijke gevolgen PID (6)

A

Deze kinderen kunnen echt allergie hebben voor van alles

meest voorkomende klacht: chronische vermoeidheid–> hier kan je helaas weinig aan doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

3 vormen van immuunglobuline substitutie

A

verreweg het meest wordt subcutaan gegeven, omdat je dit thuis kan doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

IVIG

  • hoe vaak
  • wie geeft het
  • waar
  • hoeveel infusieplekken per keer
  • spiegels constant?
  • wat is moeilijk
A

schommelingen in spiegels omdat je in 1x heel veel geeft. Je merkt dat kinderen aan het eind van de maand toe zijn aan een nieuwe dosis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

f-SCIG

  • hoe vaak
  • wie geeft het
  • waar
  • hoeveel infusieplekken per keer
  • spiegels constant?
  • bijweekingen
  • 2 componenten
A

Dit kan je zelf thuis doen, omdat je subcutaan moet prikken. Hierdoor zijn de spiegels een stabieler. Je kan wel huidreacties krijgen op de dag van de infusie en je kan het zien zitten in een soort bobbel.

Dit bestaat uit 2 componenten:

1: hyaluronidase: enzym dat hyaluronzuur afbreekt, waardoor de verbinding tussen de cellen losser wordt. Dit versnelt het doordringen van in of op het lichaam gebrachte stoffen of medicijnen.
2: immunoglobunline 10%

Het is een grote hoeveelheid in 1x, dus je moet even aan de infuuspaal zitten voordat alles is ingelopen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

SCIG

  • hoe vaak
  • wie geeft het en waar
  • hoeveel infusieplekken per keer
  • bijwerkingen
  • spiegels constant?
A

Dit doe je dus subcutaan toedienen maar dan zonder voorbehandeling, hierdoor kan je een kleinere hoeveelheid in 1x en moet je dus vaker prikken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Bijwerkingen immunglobulines toediening (2)

A

Hoofdpijn door de flinke dosis eiwitten wordt het bloed dikker–> veel dringen en paracetamol nemen

ook kan het lokale huidreacties geven gelijk erna

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Voor welke toedieningsvorm kies je?

A

Ouders en kind mogen zelf beslissen wat het beste in hun leven past

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly