Les 15 gebaren Flashcards
WOONKAMER
WOONKAMER
GANG/HAL
GANG/HAL
BADKAMER
BADKAMER
WC
WC
DOUCHE
DOUCHE
BINNEN
BINNEN
BUITEN
BUITEN
KEUKEN
KEUKEN
SLAAPKAMER
SLAAPKAMER
BALKON
BALKON
TUIN
TUIN
GARAGE
GARAGE
KELDER
KELDER
BEGANE GROND
BEGANE GROND
EERSTE VERDIEPING
EERSTE VERDIEPING
TWEEDE VERDIEPING
TWEEDE VERDIEPING
DERDE VERDIEPING
DERDE VERDIEPING
ZOLDER
ZOLDER
DEUR
DEUR
1E 2E 3E 4E 5E
1E 2E 3E 4E 5E
6E 7E 8E 9E 10E
6E 7E 8E 9E 10E
11E-15E
11E-15E
PLATTEGRONDhuis
PLATTEGRONDhuis
GISTEREN
GISTEREN
EERGISTEREN
EERGISTEREN
VROEGER
VROEGER
PAS-GELEDEN
PAS-GELEDEN
TIJDJE GELEDEN
TIJDJE GELEDEN
LANG-GELEDEN
LANG-GELEDEN
HEEL-ERG-LANG-GELEDEN
HEEL-ERG-LANG-GELEDEN
LATER
LATER
TOEKOMST
TOEKOMST
zin 1: Maandag en dinsdag ga ik werken.
zin 1
TOT NU TOE
TOT NU TOE
NU
NU
VANDAAG
VANDAAG
BINNENKORT
BINNENKORT
PERIODE
PERIODE
STRAKS
STRAKS
WASTAFEL
WASTAFEL
GASFORNUIS
GASFORNUIS
TRAP
TRAP
KRAAN
KRAAN
GOOTSTEEN
GOOTSTEEN
TELEVISIE
TELEVISIE
COMPUTER
COMPUTER
LAPTOP
LAPTOP
TELEFOON
TELEFOON
I-PAD
I-PAD
DEKEN
DEKEN
KUSSEN
KUSSEN
BED
BED
BUREAU
BUREAU
STOEL
STOEL
BANK meubel
BANK meubel
KAST
KAST
BOEK
BOEK
BOEKENKAST
BOEKENKAST
KLEDINGKAST
KLEDINGKAST
RAAM
RAAM
GORDIJNEN
GORDIJNEN
VENSTERBANK
VENSTERBANK
AFWASMACHINE
AFWASMACHINE
VERWARMING
VERWARMING
THERMOSTAAT
THERMOSTAAT
WASMACHINE
WASMACHINE
CENTRALE VERWARMING
CENTRALE VERWARMING
TAFEL
TAFEL
TAFELKLEED
TAFELKLEED
PLANT
PLANT
BLOEM
BLOEM
BOOM
BOOM
GRAS
GRAS
TEGELS
TEGELS
AARDE
AARDE
GIETER
GIETER
HOUT
HOUT
SCHUUR
SCHUUR
STEEN
STEEN
TUINSLANG
TUINSLANG
METAAL
METAAL
ZAND
ZAND
BUITEN
BUITEN
KOFFIE
KOFFIE
THEE
THEE
MELK
MELK
SUIKER
SUIKER
KOEKJE
KOEKJE
GEZELLIG
GEZELLIG
VISITE
VISITE
KOPJE
KOPJE
zin 2:
zin 2
zin 2: Woensdag ben ik vrij.
zin 2
zin 3: Donderdag en vrijdag werk ik een halve dag.
zin 3
zin 4: Mijn zoon is nu 25 jaar oud.
zin 4
zin 5: Toen hij vijf jaar was hield hij van poppen.
zin 5
zin 6: Toen hij wat groter was vond hij poppen vreselijk.
zin 6
zin 7: Hij speelde veel met auto’s.
zin 7
zin 8: Nu volgt hij de opleiding tot automonteur.
zin 8
zin 9: Wil je de verwarming wat hoger zetten?
zin 9
zin 10: Op mijn bed liggen twee kussens en één deken.
zin 10
zin 11: Ga maar op de bank zitten.
zin 11
zin 12: De wasmachine is bijna klaar.
zin 12
zin 13: Zullen we in de huiskamer of in de tuin gaan zitten?
zin 13
zin 14: Boeken horen in de boekenkast en kleding hoort in de kledingkast.
zin 14
zin 15: Zet de televisie eens iets zachter!
zin 15
zin 16: De gootsteen zit verstopt.
zin 16
zin 17: Er staan mooie bloemen in de vensterbank.
zin 17
zin 18: Wil je melk en suiker in mijn koffie doen?
zin 18
zin 19: Wilt u thee of koffie?
zin 19