Praktijk knie Flashcards
anamnese kenmerken voor meniscusletsel
- pijn
- hoofdklacht
- uitgelokt door rotatie, compressie, hurken & hypextensie
- hotspot = intra-articulair - andere symptomen
- zwelling = minimaal & pas na uren
- onstaan = compressie & pijnrotatie
- 40% klikkend gevoel - oorzaak instabiliteitsgevoel
- loose body
- meniscus letsel
- LCL/MCL
- VKB/AKB
- (sub)luxatie patella
- quadriceps-atrofie door pijninhibitie
anamnese kenmerken van patellofemorale klachten
- hoofdklacht pijn
- meestal
- excentrisch > concentrisch ≠ patellapees letsel
–> trap af is erger als trap op - hoofdklacht instabiliteit + pijn
- subgroep post-patella luxatie
- ernstig letsel = veel pijn & veel zwelling
anamnese kenmerken bij VKB/AKB
- symptomen
- hoofdklacht = instabiliteit bij rotaties
- zwelling = onmiddelijk & veel
–> aspiratie toont bloed aan
- onstaan = non contact endorotatie + valgus collaps
–> voelbare & hoorbare krak
- hotspot = IA - gecombineerde letsels = 60%
- meniscus
- kraakbeen
- MCL
anamnese kenmerken van LCL/MCL letsels
- zwelling
- graad 1 = geen zwelling
- graad 2 = lichte EA extra-articulaire zwelling
- graad 3 = aanzienlijke IA zwelling
–> bijna altijd ook kapsel gescheurd - klachten
- graad 1 & 2 = pijn
- graad 3 = pijn & instabiliteit bij varus/valgus - andere symptomen
- onstaan = overdreven varus/valgus
- hotspot = O/I van lig & bijna nooit in verloop
- geassocieerde letsels zijn zeldzaam
–> graad 2 of 3 kan meniscusscheur zijn
specifieke inspectie
- positie van gewricht
- IA-probleem = gewricht in LPP 20-30°
- zal bijna nooit gewricht in CPP extensie houden
- hyperextensie bij 90% van de mensen = economische stand - vocht
- onderscheid intra- of extra-articulair
- visuele inspectie = kuiltjes net caudaal van VMO
- meestal mediaal & suprapatellair
- enkel betrouwbaar bij veelvocht
–> patelladans & wipe-test - capsulair patroon
- flexie > extensie
- niet relevant = 1e revalidatie doel zal altijd extensie zijn
- bij 10° beperking geen normaal gangpatroon & staan meer mogelijk
- geen revalidatie in ADL door compensaties
oriënterende palpatie
- wipe-test = Brush/stroke-test
- mediaal van distaal naar proximaal wrijven met handrug
- vocht naar brusa suprapatellaris wrijven
- lateraal van proximaal naar distaal wrijven met handrug
–> mediale ruimte vult opnieuw op - patella dans
- van proximaal & distaal naar knie toe enkele keren wrijven
- boven & onderknie vastnemen
- wijsvinger op patella duwen
- vooral bij relatief veel vocht - positieve test
- vooral fluctuerende vocht van letsels
- niet bij visceus vocht van synovitis ≈ artrose
actief BFO
= flexie & extensie in ruglig waarbij extensie boven tafel behoud wordt
- pijn bij flexie
- fracturen
- acuut lig. letsel
- variërend bij gewrichtsmuizen & KB-pathologie - pijn bij extensie
- meniscus letsel
- achterste kapselletsel
- zwelling
- acuut lig. letsel
- variërend bij gewrichtsmuizen & KB-pathologie
passief BFO
- uitvoering
- flexie & extensie in ruglig
- niet meer dan 90° heupflexie bij flexie
- extensie = op tafel knie fixeren & voet naar hyperextensie trekken - pijn bij flexie
- meniscus letsel
- bakercyste
- apofysitis
- acuut lig. letsel
- fracturen
- variërend bij gewrichtsmuizen & KB-pathologie - pijn bij extensie = zelfde actief
- meniscus letsel
- achterste kapselscheur
- zwelling
- acuut lig. letsel
- variërend bij gewrichtsmuizen & KB-pathologie
weerstands BFO
- extensie in ruglig
- beide kniën geplooid
- arm onder homolaterale knie & op heterolaterale knie = extensie heup vermijden
- weerstand net boven enkel - flexie in ruglig
- 90/90° van heup & knie
- weerstand aan calcaneum - tests in buiklig
- knie in 90°
- weerstand naar beide kanten net boven enkel - differentiaal diagnose
- tests van extensie in meerdere hoeken
- afh van flexie hoek
tests van de kruisbanden
op volgorde
- AKB exclusie = posterior sagging
- (stabiele) lachman = meer specifiek
- voorste schuiflade
- Pivot shift-test = endo + valgus + flexie 0-40°
–> positief indien luxatie-repositie
posterior sagging
- inspectie
- lateraal aanzicht van bilateraal gebogen knieën in 90°
- sagging = tibia meer naar posterior, “hol” onderbeen
- door sagging zal voorste schuiflade positief lijken
- specificiteit 100% - andere testen
- in stand = hyperextensie met dorsale translatie
- indien niet duidelijk = afstand margo anteromedialis tibia -> mediale femorale condyl - gevolg
- AKB = ernstig letsel
- andere testen niet meer doen & doorsturen
Lachman-test
- stabiele Lachman-test
- fixatie van bovenbeen tussen knie & proximale hand
- distale hand zo proximaal mogelijk op tibia
- knie in 30°
- meer stabiel = zwaardere benen
–> eigenlijk altijd beter - Lachman-test = bovenbeen met proximale hand langs dorsaal vastnemen
- algemeen test
- stadaard test
- 30° flexie = LPP & minder diepe flexie nodig wat acuut soms niet kan
positieve lachman test
- positieve test
- hard eindgevoel = indicatief voor stabiliteit
- 3mm + hard eindgevoel = ok
- 5mm = nood aan vergelijking met andere knie
- soft/afwezig eindegevoel = verdacht - vals-positief
- femur onvoldoende gestabiliseerd
- bijkomende meniscus/degernatieve veranderingen
- tibia in endorotatie
- sensitiviteit = 85-99%
voorste schuiflade
- uitvoering
- heup in 45° & knie in 90° flexie
- bil op voet voor fixatie
- handen proximaal op tibia met duimen in gewrichtspleet
- met vingers voelen dat hamstrings ontspannen zijn - algemeen test
- vaak negatief bij acute tests
- onvoldoende flexie mogelijk = 90°
- reflexmatige contracite van hamstrings
- pijn bij gecombineerde letsels kan vals-negatieve test opleveren
test van collaterale ligamenten
- valgus-stresstest = MCL
- lateraal van been staan
- handvatting net proximaal & distaal van knie
- kan ook in zijlig
- sensitiviteit 85% - varus-stresstest = LCL
- tussen benen zitten
- sensitiviteit 0-25% - algemeen tests
- in 30° flexie = wel bewegelijkheid door LPP
- in extensie = geen bewegelijkheid door ook posterior kapsel testen
- relatieve heupextensie = ontspannen van hamstrings
algemeen meniscus tests
- vele tests
- geen enkele test heeft voldoende sensitiviteit of specificiteit
- sensititeif = % correct positief
- specificiteit = % correct negatief - testen
- combinatie van bewegingen = compressie, flexie & rotatie
- van 1D naar 3D
- progressie inbouwen bij test
–> niet verder gaan als 1D al positief is - positieve test
- zoeken naar pijn/herkenbare klik
- niet altijd nood aan beeldvorming
- enkel indien anmnese verhaal acuut & traumatisch is
- is ook vaak positief bij ouderen door artrose
1D meniscus test
= 1D Steinmann
- uitvoering
- 90° knieflexie
- enkel gesteund op tafel & in dorsiflexie = CPP om beweging te voorkomen
–> hand aan voorvoet
- exorotatie van tibia uitvoeren
- indien geen pijn in endstand extra thrust geven
- test is positief bij pijn - 90° knieflexie niet mogelijk
- minder flexie met enkel niet gesteund
- kan in alle graden knieflexie
–> eerst passief BFO beperking bepalen
- beweging aan voet met voorarm & hand op calcaneus
2D meniscus test
= 2D McMurray
- uitvoering
- maximale knieflexie = voorwaarde
–> testen tijdens passief BFO
- van hieruit endo & exorotatie inbrengen aan malleolus
- palpatie van gewrichtsspleet
- gemodificeerd = vanuit exo/endopositie cirkels draaien
–> accentueren van geklik - sensitiviteit & specificiteit
- positief indien pijn
- geklikt wilt niet zeggen positieve test
- 30% gezonde kinderen positief
- 1% gezonde volwassenen positief
- sensitiviteit 20-60%
- speciticiteit 80-98%
Apley-compressoin test
- uitvoering
- in buiklig met 90° knieflexie
- voorarm op voet & andere hand aan malleoli
- axiale drukgeven
- met beide armen draaien naar exo & endorotatie - sensitiviteit & specificiteit
- positieve grinding test
- sensitiviteit 15%
- specificiteit 80-90% - hurkzit
- compressie & flexie
- observatie van pijn & symmetire
- positie in anamnese wordt al onmogelijk of pijnlijk beschreven
3D test
- childress’s sign = eendengang
- compressie op posterior hoorns van menisci
- combinatie flexie, compressie & rotatie
- hoge specificiteit = 90% - indicatie
- indien letsel vermoed = niet doen
–> provocatie van verdere scheur
- indien positie moeilijk aanneembaar is ook niet = provocatie van nieuw letsel
patellofemorale tests
- patellofemorale mobiliteitstest
- teken van Smillie = patellofemorale apprehensie test
- patella grind test = patellacompressie tet
patellofemorale mobiliteit
- uitvoering
- ruglig met geen hyperextensie = kleine handdoek onder knie
- duim & wijsvinger aan beide kanten
-> met 2 handen of met 1 hand & andere hand palpatie van ontspannen Qc
- patella lichtjes optillen & verplaatsen naar mediaal & lateraal - positieve test
- breedte van patella in 4 opdelen
- <1/4 van patella mediolaterale glide = hypomobiel
- >3/4 van patella mediolaterale glide = hypermobiel - redenen voor hypermobiliteit
- te hoge patella = patella alta
- ondiepe groeve van trochlea
teken van Smillie
- teken van Smillie = apprehensietest
- ruglig met lichte flexie
- uitvoering zoals mobiliteit test
- verhindering van laterale glide
- onstabiele patella = (sub)luxatie - laterale glide wordt verhinderd door patient
- schrik van luxatie
- pijn
- quadricepscontractie
patellaire compressie test
- uitvoering
- in ruglig
- patella met beide handen tegen femur duwen
- bewegen van craniaal naar caudaal
- positief bij creptaties & pijn - varianten
- 90° knieflexie = manuele weerstand tijdens knie-extensie
–> kan concentrisch/excentrisch met weerstand
- squat beweging = manuele weerstand
functionele testen
- algemeen
- niet functionele inspectie
- toegevoegd onderzoek
- geen specifieke knie testen maar OL testen
- belastende oef = pas later doen - hop-tests
- squattest & traptest
- bilaterale/unilaterale squat
- step up/down test
- kwaliteit van beweging
- pijn - lateral stepdown test
- meer doorgedreven onderzoek
- Q-hoek bepaling
- loopanalyse
hoptests
- kwalitatieve evaluatie
- alignement van OL = dynamische valgus van knie
- symmetrie van bekken
- mate van rompflexie
- aan/afwezigheid romplateroflexie
- voldoende grote knieflexie hoek = afremmen van landing - kwanitatieve evaluatie
- LSI limb symmetry index
- 10% = normaal
- 10-20% = redelijk verschil
- 20-30% = matig verschil
- 30%+ = slecht - hop-testen
- single & triple hop for distance
- 6 & 10m hop for time
- triple hop cross-over
lateral step-down test
- uitvoering
- te testen been = standbeen
- eerst niet-aangedane been
- unilaterale stand op verhoogje van 30cm
- handen in zij plaatsen - aandacht
- genu valgus
- bekken horizontaal
- mate van dorsiflexie & pro-supinatie van voet
–> heupstrategie bij beperkte DF
- compensaties van romp
te kunnen palpatie
- proximaal
- patella & hoffa vetlichaam
- tuberculum adductorium
- condylus femoris lateralis & medialis - distaal
- caput fibulae
- condylus tibialis lateralis & medialis
- tuberositas tibiae - zwakke structuren
- patella- & quadricepspees
- vastus medialis & lateralis
- rectus femoris
- linea articularis met MCL & LCL (4-teken)
- pes anserinus
- n. tibialis
palpatie van plica-synovialis
- 4 plica’s
- suprapatellair
- mediopatellair
- infrapatellair
- laterale plica - mediopatellair
- meest gekwetst
- als enige moeten kunnen palpaeren
- mediaal van patella ≈gewrichtspleet
- gezonde meestal niet voelen tenzij lichte crepetaties
palpatie bij pathologiën
- joint line tenderness
- mediale rand meniscus wordt meer prominent bij endorotatie tibia
- omgekeerd voor laterale meniscus
- palpatie makkelijker maken - andere
- MCL/LCL = meestal last aan O/I
- apex patella pijn = Sinding-Larsen-Johansson
- tuberositas tibiae pijn = Osgood-Schlatter
- bakercyste in fossa poplitea
tractie van de knie
- indicaties
- mag snel na operaties = veel effect
- niet na prothese - uitvoering
- buiklig met bovenbeen proximaal gefixeerd door riem
- beide malleoli vasthouden
- voorspanning opnemen
- tracties afh van doel - stand van knie
- pijndemping = LPP = 30°
- mobilisatie = meest pijnvrije geflecteerde of geëxtenteerde positie - alternatieve uitvoering
- zonder riem = andere hand proximaal van kniekuil
- in zit met onderbeen afhangend
translatie van tibia
- algemeen
- rol = glij
- niet bij prothese & geen pijn
- enkel indien indicatie van capsulaire verkorting
–> verhard eindgevoel & geen rekgevoel in spieren
- zelden/nooit doen
- in beperkte eindstand graad 3-4 - naar posterior voor flexie bevordering
- buiklig met knie in eindstand & over rand tafel
- proximaal met V-greep tibia vasthouden
- distaal tibia fixeren
- translatie naar dorsaal loodrecht op tibia - naar ventraal voor extensie bevordering
- buiklig met knie in eindstand & over rand tafel
- proximaal tibia vasthouden
- distaal tibia fixeren
- translatie naar ventraal
harmonics van knie
- uitvoering
- met beide handpalmen proximale rand van tibia vastnemen
- vingers over knie
- pendelende beweging uitvoeren
–> mogelijk in eindstand = ROM bevorderen
- handen ondersteunen posterior translatie - uitgangshoudingen
- in zit = onderbeen afhankend
–> mogelijkheid van tijdens duwen tractie te geven
- in lig = heupflexie met onderbeen afhangend
- buiklig = andere handvatting
–> tibia proximaal & distaal vasthouden
therapie patella
- lateromediale tractiemobilisatie
- enige indicatie = hypomobiele patella
- zijlig met aangedane been bovenaan
- laterale rand patelle naar mediaal duwen
- 10-15s x 10
- andere hand fixeert bovenbeen - positie van knie
- meer knieflexie = meer voorspanning = minder beweging
- beginnen in positie met meeste flexie waar nog mobiliteit is
- progressie naar meer flexie
diepe dwarsefricties patella
- indicaties
- peespathologie
- enkel bij degeneratieve pees
- niet na scheur of contusie = risico opo calcificaties - uitvoering
- duim is fixatie van hand
- met wijsvinger & middelvinger heen & weer bewegen
- op apex patella = 95% plaats van tendinopathie
- andere hand fixeert basis van patella
- uitvoeren tot pijn weg is
verschil meniscus hechting & resectie
- indicatie voor hecting
- letsel aan buitenkant
- jonge leeftijd = voor 30
- herstel is mogelijk
- anders resectie - verschil in revalidatie
- resectie = alles wat pijn vrij is doen
- hechting = strict protocol - protocol
- W1 = extensie
- W2 = 60° flexie
- W4 = 90°
- W6 = 110°
- W8 = volledig
- M6 = belaste flexie = hurkzit
bevindingen van meniscus post-operatief
- actief
- flexie beperkt & pijnlijk
- extensie niet tot licht beperkt - passief
- flexie beperkt & pijnlijk
- extensie niet tot licht beperkt - weerstand
- extensie verminderd
- pijn inhibitie
- kan ook normaal zijn
therapie van meniscus post-operatief
- pijndemping = prioriteit begin
- harmonics
- tractie
- angulaire bewegingen
–> actieve oefentherapie zoveel mogelijk bij actieve mensen - mobiliteit
- translaties
- angulaire bewegingen - MC
- spierrekrutering = Qc
- statisch = altijd lichte flexie voor knie
- dynamisch - kracht
gebruik posturen
- indicatie
- heel vaak voor acute extensie beperking
- achteraf ook voor flexie
- opbouwen 1-5min
- meerdere malen per dag - extensie
- hiel op verhoog met knie afhangend
- op buiklig met knieën net over tafel - flexie
- hurkzit
- handen knieën steun
testen & bevindingen voor PFPS
- BFO
- pijnlijke extensie
- geen andere bevindingen - patellofemorale testbatterij
- toegevoegde testen
- Qc kracht
- lengtetest Q & TFL
- functionele testen = vaak Qc-avoidance met gestrekte knie landen
- distaal & proximale hinder
oefeningen voor PFPS
- algemeen
- zo weinig mogelijk drukken patellofemoraal
- bij stretchings diepe flexie vermijden - Qc training met lage drukken
- open keten = 50-90°
- gesloten keten = 0-50°
- indien pijn vrij mag het verder - praktisch Qc training
- excentrische load vermijden
- step-up
- achterwaarts werken = meer gluteaal & minder pijn van druk
–> lunges, squat met rug tegen bal, …
educatie krukken VKB
- stappen
- 2w met 2 krukken
- 2w met 1 kruk - trappen
- good to heaven = eerst goede been met trap op
- bad to hell = eerst slechte been met trap naar beneden
educatie sport VKB
- fietsen
- 110° mobiliteit nodig
- zadel hoogzetten
- mag op 3-4w - zwemmen
- wachten op littekenherstel = 3-4w
- schoolslag nog niet = rotaties - lopen
- gangpatroon perfect zijn
- max 30% MMT verschil -> uiteindelijk verschil moet 10% zijn
- lopen, springen, … = 3m - competitie = 6-9m
quadriceps oefeningen voor VKB
- gesloten keten
- altijd voorkeur door functionaliteit
- compressie geeft minder afschuifkrachten - open keten
- 70-90° = posterior translatie = veilige oefeningen
- 0-70° = anterior translatie
–> enkel gevaarlijk indien extern gewicht, pendelen mag wel
- 10° per week opbouwen