Chapitre 32, p. 220 Flashcards
impute à
toekennen aan (de taak)
la responsabilité de
de verantwoordelijkheid voor
porterait la responsabilité du
zou de verantwoordelijkheid dragen van…
décline/rejette toute responsabilité
weigert alle verantwoordelijkheid
en fait peser la responsabilité sur
legt verantwoordelijkheid op
chapeaute
overkoepelend
exerce de lourdes responsabilités dans
heeft zware verantwoordelijkheid over
les assume/revendique
aannemen/eisen
la responsabilité qui m’incombe
de verantwoordelijkheid die op mij neerkomt
pèse sur mes épaules
weegt op mijn schouders
prendre mes responsabilités
verantwoordelijkheid nemen
assumerai les conséquences
zal de consequenties dragen
retomber sur
terugvallen op
retomber dessus
averechts werken
payer les pots cassés
opdraaien voor
revient l’honneur
de eer te danken
joue un rôle capital/essentiel/vital
een belangrijke rol spelen
une affaire de la plus haute importance
zaak van het grootste belang
la pierre angulaire
de hoeksteen
se décharger de ses responsabilités/se défausser sur
van verantwoordelijkheden ontdoen/weglopen
endossent la responsabilité
de verantwoordelijkheid dragen
fait les frais
het slachtoffer
a bon dos
het is een makkelijk excuus
se portent gratants de
garant staan voor
s’engagent à
verbinden aan/met
s’en lave les mains
handen in onschuld wassen
ne relèvent pas de sa responsabilité
niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen
le cadet de mes soucis
de minste van mijn zorgen
remédier aux carences
tekortkomingen/gebreken verhelpen
négligence
nalatigheid
laisser-aller
slordig
vigilance
waakzaamheid/toezicht