Chapitre 17, p. 134 Flashcards
Débrouillarde
vindingrijk
habiles
handig/bekwaam
astucieux/ingénieux
slim/ingenieus
une astuce
een truc
plein de resources
vindingrijk/vol verassingen
connaît toutes les ficelles du métier
kent alle kneepjes van het vak
un novateur
een innovatie
des innovations
de innovaties
du souffle/l’énergie créatrice
creatieve energie
un petit jeune
een klein kuikentje/een beginneling
un bleu
een groentje/beginner
a de grosses lacunes
tekortkomingen
n’est pas à la hauteur de
voldoet niet/ niet voldoende bekwaam voor de functie
a atteint son niveau/son seuil d’incompétence
het hoogtepunt van competenties
est inapte à
is ongeschikt om
piètre
vreselijk/slecht
obscur
duister
a été oublié/dédaigné/méconnu
vergeten/verkeerd ingeschat
n’y connais rien/je suis nul en
slecht zijn in/niets weten van
n’en connais que des bribes/je le connais pas bribes
weet niets daarover/beperkte dingen
n’ai pas la moindre idée de
geen flauw idee hebben
est d’une ignorance crasse
onbewust zijn/onwetendheid/ ignorance
la superstition
bijgeloof
ses défaillances
gebreken/zwaktes