Chapitre 32, p. 218 Flashcards
par devoir
uit plichtsgevoel
a fait son devoir
deed zijn plicht
homme de devoir
plichtsgetrouw
des scrupules
gewetensbezwaar
être tenu au secret professionnel
gebonden zijn aan beroepsgeheim
impérativement respecter/il remplit ses devoirs
in acht nemen/naleven/zijn huiswerk vervullen
prêter serment
een eed afleggen
rompre/violer
niet respecteren/negeren
parler sous serment
onder eed spreken
assermentés
beëdigd
sont liés par serment
zijn gebonden door eed
fait foi
officieel/rechtsgeldig
a solennellement promis
heeft plechtig beloofd
a juré à
heeft gezworen
a donné sa parole d’honneur
gaf zijn erewoord
a juré sur la tête de que
zweren op (het hoofd van)
me suis juré de
ik heb gezworen
coûte beaucoup à de
kostte veel/is hem duur komen te staan
prend sur elle/elle fait un effort de volonté
wilskracht
se voient dans l’obligation de
gedwongen worden tot
par la force des choses
door noodzaak
ont été amenés à
zijn erin geslaagd om
était censée
was bedoeld/verondersteld
ne sont pas disposés à
zijn niet bereid om
doit la vie à
dankt haar leven aan
une dette morale envers
een morele schuld tegenover
est redevable de
is aansprakelijk voor
doit une fière chandelle
heel wat verschuldigd/staat in het krijt bij
éprouvent de la gratitude/de la reconnaissance
dankbaarheid tonen
reconnaissants
dankbaar
me savent gré
ik ben dankbaar
ingratitude
ondankbaarheid
un ingrat
ondankbaar