Chapitre 12, p. 96 Flashcards
met en garde/ avertit
waarschuwen
une mise en garde/ un avertissement
een waarschuwing
souffle le chaud et le froid
twee kanten belichten/dubbelzinnig
la carotte et du bâton
beloning en straf (cadeau en de roe)
me le paiera/ ne l’emportera pas au paradis
een lesje leren/ betaald zetten
sort des griffes/ montre les dents
je tanden laten zien/ van zich afbijten
laissé intimider
laten intimideren
les menaces de mort
doodsbedreigingen
fait pression sur
onder druk zetten
n’a rien trouvé à redire
niets op aan te merken
a fait de l’apologie de
brengt hulde aan/ neemt het op voor
vanté les mérites de
promoten/ pleiten voor/ prijzen
plaidoyer en faveur d’une
pleidooi voor een
préconisent
bepleiten/ pleiten voor
ne tarissent pas d’éloges/ couvrent d’éloges
vol lof
l’encensent
roemt hem
dithryambiques/ élogieux
lovende recensie
ces louanges
lof/ hulde
tire mon chapeau à
petje af voor
rend hommage à
waardering uitspreken voor
flatter/ de lui lécher les bottes/ de lui cirer les pompes
paaien/ hielen likken
la flatterie
vleierij/ geslijm
la flagornerie
onderdanigheid
chacun caresse l’autre dans le sens du poil
vleien
obséquieux
onderdanig
cette obséquiosité
vol onderdanigheid