Week 5+6 Blok 8 Flashcards
zelfredzaamheidmatrix
= mate van zelfredzaamheid op 11 domeinen van het dagelijks leven beoordelen (financiën, dagbesteding, sociaal netwerk etc.)
De uitkomt hiervan kan gebruikt worden om te inventariseren welke zorgbehoeften iemand heeft
Model van Valentijn
In het regenboogmodel komt naar voren dat het nodig is dat alle lagen van organisatie met elkaar samenwerken om integrale zorg te bereiken
Systeem
Wlz, Zvw, Wmo, Jw en Participatiewet zijn allerlei systemen die los van elkaar staan, maar ook in verband. Gemeenten moeten rekening houden met de werking van de verschillende systemen
Organisaties
GGZ, cure, care, welzijn, huisvesting, werk en inkomen etc. Deze organisaties interacteren op verschillende manieren met elkaar, in de vorm van markt (concurrentie), hierarchie (overheden) of een netwerk (zorgnetwerk). Deze systemen werken door elkaar heen
Verticale integratie
integratie tussen meerdere lijnen bv. ziekenhuis en huisarts
horizontale integratie
integratie binnen één lijn zoals tussen verschillen ziekenhuizen
Kenmerken van een netwerk
- meerdere actoren
- actoren zijn van elkaar afhankelijk om doelen te behalen (interdependentie)
- geen van de actoren is dominant
- besluitvorming is geen monorationele keuze maar onderhandelingsproces
- enige continuïteit in de interactie waarbij patronen zijn ontstaan
Structurele integratie en fragmentatie
= processen waarbij afstemming tussen taken, functies en werkzaamheden van organisaties en beroepsbeoefenaren wordt respectievelijk gerealiseerd en doorbroken
Culturele integratie en fragmentatie
= processen waarbij waarden, normen werk- en benaderingswijzen en symbolen van actoren gaan respectievelijk overeenstemmen en uiteenlopen
Sociale integratie en fragmentatie
= processen waarbij de sociale verhouding tussen actoren respectievelijk positief en negatief geïntensiveerd raakt
Strategische integratie en fragmentatie
= processen waarbij de doelen, belangen, macht en middelen van actoren respectievelijk overeenstemmen en uiteenlopen
mate van exclusiviteit
= de mate waarin (een actor erkent dat) andere medezeggenschap hebben op dit gebied
Domein
= een gebied waar een actor zeggenschap over heeft en waar hij zich verantwoordelijk voor voelt
Breedte domein
de omvang van dit gebied
lateraliteit: aspecten van de cliënt (fases in zorgproces)
longitudinaliteit: fase van het ziekteproces: preventie, crisis
Hoe breder het domein, hoe minder exclusief –> interdependentie is nodig. Hoe smaller het domein, hoe exclusiever
AMO-model
Gedragsverandering kan geanalyseerd worden middels het AMO-model. Toepassing mensen met multiproblematiek in de wijk
- vaardigheden
- motivatie
- kans
vaardigheden
= nodig om gedrag te veranderen
- beperkt door: verslaving, stress, psychische problemen etc
motivatie
= om gedrag te veranderen
- hebben dezelfde doelen in het leven als anderen
- verwachten echter niet dat ze deze doelen kunnen bereiken, waardoor ze snel gedemotiveerd raken:
- -> vanwege ervaringen uit het verleden
- -> vanwege opvattingen over zichzelf en de wereld
kans
kans krijgen om gedrag te veranderen
- complexiteit van procedures maakt het lastiger
- multiproblematiek leidt tot exponentiële regeldruk
- geen of zwak sociaal netwerk waardoor weinig steun
- weinig participatie
- uitkeringssituatie of zelfs schuldsanering
5 mogelijke pijlers voor een duurzame aanpak
- aandacht voor vroeg signalering, mede door netwerk in de wijk
- oplossen van urgente problematiek en reductie van stress
- integrale analyse
- versterking zelfredzaamheid
- integrale levering
perspectieven op integratie: systeem perspectief
= problemen kunnen worden opgelost door goede structuren, procedures, etc. in te richten die ervoor zorgen dat zorg en ondersteuning op de juiste manier geleverd wordt
perspectieven op integratie: professioneel perspectief
= professionals vormen de kern van het hulpverleningsproces, zij lossen problemen op door hun professionele autonomie en reflectie vermogen in te zetten om de serviceverlening a te stemmen op de cliënt
Roets et al joined up thinking
ingesteld om fragmentatie te voorkomen en meer integrale zorg te leveren. Dit leidde tot het vooraf beschrijven van standaard services die werden geleverd. Zou zorgen voor meer transparantie efficiëntie en effectiviteit –> top down organisationele structuur.
Maar patiënten wilde geen voorbedachte oplossing, maar juist professionals die met hun meedachten.
Primary care
= framework voor integrale zorg dat erop is gericht dat zorgvoorzieningen voor de gehele populatie toegankelijk zijn en gelijk wordt verdeeld. Er wordt onderscheidt gemaakt in verschillende type zorg
First contact care
= eerste contact met zorg bij een nieuw zorgprobleem, het meest belangrijk, moet toegankelijk zijn voor iedereen
Continuous care
= het langdurige gebruik van zorg, waarbij de patiënt zorg van verschillende experts ervaart als één zorgpakket
Comprehensive care
= een breed spectrum aan zorgvoorzieningen die de zorgbehoefte van een patiënt kan vervullen
Coordinated care
= samenwerking tussen verschillende expertises, door bijv. horizontale of verticale integratie
persoonsgerichte benadering
kijken naar psychische en sociale omstandigheden en niet alleen naar klinische
populatiegerichte benadering
kijkt ook op biopsychosociaal niveau, maar eerder op grotere schaal. Wanneer bijv. veel mensen uit dezelfde flat met hoofdpijnklachten komen, kan er worden gekeken naar een bepaalde oorzaak
klinische integratie
= coherentie van geleverde zorg voor de patiënt, afhankelijk van de mate waarin de zorg wordt gecoördineerd en geïntegreerd. Hierbij speelt vaak meer een ziektegerichte-benadering dan persoonsgericht
functionele integratie
= gezamenlijke financieringsstructuren en gezamenlijke planningssystemen
normatieve integratie
zelfde doel als functionele integratie, maar richt zich eerder op afstemming van gedrag, normen en waarden, cultuur en gedeelde doelen tussen organisaties
Domeinoverstijgende financiering - wat werkt wel?
- balanceren tussen organisaties (werk aan vertrouwen maar voorkom blind vertrouwen)
- balanceren binnen organisaties (toon lef maar bied comfort)
- balanceren binnen de financieringsspelregels (zoek de grijze gebieden, maar ken de spelregels van elkaars domein)
Noodzaak tot het vormen van teams
- complexiteit van zorg: meerdere disciplines wat betreft kennis en vaardigheden zijn nodig
- specialisatie en taakdifferentiatie
- combineren technische en niet-technische vaardigheden
- 24-uurs zorg leveren moet door verschillende mensen worden gedaan
multidisciplinaire teams
= teamleden hebben verschillende achtergronden, kennis en vaardigheden. Er wordt geen aandacht besteed aan het bekend worden met de expertise van een ander uit het team. Cliënt heeft daarom geen grote rol hierin
interdisciplinaire teams
= teamleden hebben verschillende achtergronden, kennis en vaardigheden. Meer vertrouwd op gezamenlijk beslissingen en doelen. Samenvoegen van disciplines
interprofessionele teams
= nadruk ligt meer op eigen professie van ieder individu en de verschillen hiertussen
transdisciplinaire teams
= gericht op het uitwisselen van kennis en vaardigheden om tot consensus te komen. Hierbij worden de ‘grenzen’ tussen de disciplines vervaagd. Er wordt bv. een geïntegreerd zorgplan opgesteld, waar iedereen achter staat en waar iedereen aan mee werkt. Patiënt of cliënt heeft hierin een meer centrale rol
Team
‘a team is a limited group of people, whose degree of interdependence varies in nature and intensity, committed to shared and indivudal goals and mutually responsible for shared goals’
pseudoteam
= een team wat alleen op papier bestaat. Dit zijn vaak geen ‘echte’ teams, die dus niet per se tot betere resultaten leiden
Criteria voor een écht team
- duidelijk grenzen: wie zit wel en niet in t team (teamleden moeten met namen en functies worden aangeduid)
- stabiliteit van het team: niet constant wisselen van mensen binnen een team
- rede voor onderlinge afhankelijkheid
onderlinge afhankelijkheid
onderlinge taakafhankelijkheid: niet zomaar losse taken langs elkaar heen uitgevoerd, maar deze worden gecoördineerd
onderlinge sociale afhankelijkheid
effectieve teams organisationele structuur
- duidelijk doel
- goed werkklimaat
- duidelijk taken
- duidelijke rolverdeling
- goed leiderschap
- teamleden met toegevoegde waarde
- goede bronnen om het werk uit te kunnen voeren
effectieve teams individuele bijdrage
- vermogen tot zelfreflectie
- onderling vertrouwen
- commitment
- flexibiliteit
effectieve teams team processen
- coördinatie
- communicatie
- cohesie
- besluitvorming
- conflictmanagement
- sociale relaties
- feedback op prestaties
input-proces-output model
input: kenmerken (organisationele + individuele kenmerken) leiden tot
proces kenmerken (teamproces)
en deze leiden tot output kenmerken
kenmerken voor effectieve interprofessionele teams
- psychosociale kenmerken
- team processen
- context
psychosociale kenmerken
- gedeelde visie en gezamenlijke doelen
- respect en vertrouwen tussen teamleden (elkaar begrijpen, veilig voelen)
team processen
- effectief leiderschap (assertief, creeeren veilige omgeving)
- communicatie (face to face, balans juiste communicatiekanalen)
- omgaan met conflicten (erkennen van verschillen, bereid aan oplossing te werken)
Context
dit kan worden beïnvloed, is niet zomaar een gegeven:
- goede werkplek
- rol van samenwerkingspartners begrijpen
ITEM-model Steijn et al
- task type
- task features
- team composition
- -> team processes
- -> team psychosocial traits
- -> team effectiveness
- objectief
- subjectief
- -> organizational context
Welke barrières kunnen met het ITEM- model worden geïdentificeerd voor het functioneren van wijkteams
communicatie: is lastig omdat er niet altijd sprake is van directe samenwerking
team composition: vaak nog te grote teams
organizational context: faciliteiten worden niet altijd volledig gerealiseerd
followership: vaak sprake van, maar kritisch nadenken moet juist worden gestimuleerd
zelfsturend team
= zorgverleners zijn gelijkwaardig. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor boekhoeding, roosters, activiteiten en nemen van beslissingen.
Deze manier van werken zorgt ervoor dat de werknemers de klantvraag centraler kunnen stellen.
Of een zelfsturend team succesvol is, is afhankelijk van de context. Het is belangrijk dat hij ontstaat vanuit een visieverandering en niet vanuit een bezuinigingsmaatregel
intergrating simplification theory
probeer dingen simpel te maken, niet complex. Door dit te doen kunnen mensen eerder verantwoordelijkheid nemen en problemen oplossen
kenmerken nieuw management denken
- self regulation: geen niveaus van hiërarchy
- wholeness: feedback gesprekken etc organiseren als een manier waarop professionals hun professionele masker af kunnen doen en kwetsbaarheid kunnen tonen
- evolutionary purpose: organisatie ontwikkelt zichzelf, niet vooraf bepalen hoe het zich gaan ontwikkelen. Luisteren naar bestaande ontwikkelingen en die in goede banen leiden.