AVV Blok 3 - 2 Flashcards
meta analyse
= is een onderzoek waarbij de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken samen worden genomen om een preciezere uitspraak te doen over een bepaald fenomeen of theorie.
kwalitatief
= betekenisgeving aan concepten, ideeen over ziekten als ze in aanraking komen met ziekte. In vorm van interviews.
kwantitatief
= numerieke data, in de vorm van vragenlijsten
Experimenteel onderzoek
= je zit zelf in het onderzoek
observationeel onderzoek
= je staat erbuiten en kijkt wat er gebeurt
Voordeel en Nadeel RCT
V: sterke causaliteit
N: kleine steekproef, mensen moeten ergens naar toekomen, ethisch verantwoord? duur
Cross sectioneel onderzoek
= je meet kenmerken in een populatie (iemand is groot/klein, wel/geen afwijking). Groepen met elkaar vergelijken en samenhang bepalen: mannen of vrouwen.
bv. mensen met heupafwijkingen verschillen met betrekking tot geluk met mensen die geen heupafwijking hebben. In hoeverre hangt optimisme samen met geluk of stress
Voor- nadelen cross sectioneel
Voordelen:
- groot aantal variabelen
- grote steekproef
- relatief goedkoop
- zwakke evidentie voor causaliteit
Nadeel: geen goede oorzaak gevolg relatie meten. Persoonlijkheidskenmerk impact op geluk, maar we kunnen niet meten of een bepaalde x voor het y is gebeurd
Longitudinaal
- populatie waarin 2 natuurlijke groepen worden gevormd (rokers, niet-rokers)
- je kijkt niet naar verschillende groepen, maar je meet bijv. optimisme op een bepaald tijdstip. Aantal jaren later kijk je hoeveel mensen er bijv. nog leven. Daarna ga je de samenhang bepalen
Voor- nadelen longitudinaal
nadeel:
- geen gelijke verdeling confounders. groepen die je vormt op basis van bepaald gedrag, zijn gekoppeld aan andere gedragingen en bijv. sociaal economische status
- onderzoeken lopen soms wel 40 jaar (tijd)
- tijd = geld –> duur
- mensen terugvinden na 20 jaar is lastig
- medium sterkte evidentie voor causaliteit
- grote steekproef, veel dropout
voordeel:
- groot aantal afhankelijke en onafhankelijke variabelen meten
Case control
= op zoek naar oorzaken van iets, we beginnen bij de uitkomst
bv. iedereen werd met minder ledematen geboren, hoe komt dit? je hebt een populatie met en zonder misvorming en die worden verdeeld in 2 groepen
voor- nadelen case control
- groot aantal onafhankelijke variabelen, maar een afhankelijke variabele (wel of niet aandoening)
- grote steekproef
- relatief goedkoop
- zwakke evidentie voor causaliteit (lastig om goede betrouwbare informatie aan mensen terug te vragen)
Welke factoren hebben invloed op de keuze van de analysetechniek
- aard van de onderzoeksvraag: verschil vs. samenhang/verklaring
- kenmerken van de afhankelijke variabele: meetniveau, steekproefgrootte
- meetniveau van alle variabelen
Rapporteren van resultaten
- kort en bondig, maar met voldoende detail
- relevante statistische waarden in de tekst, tabel of figuur
- analysetechniek en hypothese noemen
- heeft het wel of niet tot significant resultaat geleid?
- f waarde, p, square
- inhoudelijke beschrijving
ongepaarde t-toets
- vergelijken van 2 onafhankelijke groepen (bv. controlegroep, mannen vs vrouwen, jong vs oud, mensen met en zonder aandoening)
- afhankelijke variabele moet een continue variabele zijn
gepaarde t-toets
- vergelijken van 2 afhankelijke metingen binnen 1 groep (bv. ervaren stress voor en na een meditatieoefening, vermoeidheid aan het begin vs einde van de week)
- de metingen moeten continue variabele zijn
eenwegs-variantie analyse
- vergelijken van >2 onafhankelijke groepen (bv. interventiegroep vs placebogroep vs controlegroep, normaal gewicht vs overgewicht)
- afhankelijke variabele moet een continue variabele zijn
tweeweg-variantieanalyse
- vergelijken van onafhankelijke groepen die tot stand komen door de combinatie van 2 verschillende groepskenmerken (bv. mannelijke rokers, mannelijke niet-rokers, vrouwelijke rokers, vrouwelijke niet-rokers)
- afhankelijke variabele moet een continue variabele zijn
hoofdeffect
= is het effect van een onafhankelijke op de afhankelijke variabele (bv. effect van roken op gezondheid; effect van geslacht op gezondheid)
interactieeffect
= het effect van de combinatie van de 2 onafhankelijke variabelen op de afhankelijke variabele: het effect van 1 onafhankelijke variabele op de AV is afhankelijk van de waarde van de andere onafhankelijke variabele (bv. effect van roken op gezondheid verschilt voor mannen en vrouwen) = moderatie
interactie vs hoofd
= interactie-effect zegt meer dan het hoofdeffect. Je beoordeelt dus ook eerst de interactie term. Als deze significant is (de 2 beïnvloeden elkaar) dan doen we niks meer met de hoofdeffecten –> deze zeggen dan niks meer
POST HOC
doe je om inzicht te krijgen in een verschil. Doe je alleen maar als de ANOVA laat zien dat er een significant verschil is. Anders is het niet nuttig