Lecture 7: Dekker: EF & intelligence on math abilities in disabled kids Flashcards

1
Q

Wat is de scientific gap van deze studie?

A

Er is weinig bekend over de rol van EF en IQ bij rekenvaardigheden in kinderen met matige verstandelijke beperking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke 3 executieve functies spelen een belangrijke rol bij rekenvaardigheden?

A
  1. Werkgeheugen
  2. Inhibitie
  3. Cognitieve flexibiliteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waarom is de verwachting dat kinderen met lichte verstandelijke beperking vertragingen hebben in rekenvaardigheden?

A

Deze kinderen hebben vaak verminderde EF, waardoor ze minder cognitieve controle en gedragsbeheer hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zou volgens de onderzoekers bijdragen aan het beter functioneren van deze kinderen?

A

Het trainen van EF en rekenvaardigheden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de aanpak van deze studie?

A

Vergelijking van directe, modererende en mediërende modellen om de mogelijke relaties tussen EF, IQ en rekenprestaties te beschrijven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat was de grens van IQ van kinderen in de studie?

A

IQ < 85 (zitten op speciale school in Zeeland <3)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke 3 elementen werden gemeten en hoe?

A
  1. Wiskundige vaardigheden
    -> Citotoets + SRMT
  2. Intelligentie
    -> IQ van schoolgegevens (Wechsler)
  3. Executieve functies
    -> BRIEF-T vragen voor leerkracht om gedragsproblemen te meten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke 3 gedragsproblemen mbt EF werden gemeten?

A

Inhibitie, shiften en werkgeheugen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe presteren VB kids tov normale kids?

A

VB: 20 maanden achter in hun rekenvaardigheden in vergelijking met typisch ontwikkelde leeftijdsgenoten
-> BID waren beter in rekenen dan MID

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het verschil tussen kids met BID en MID?

A

MID: milde verstandelijke beperking
BID: milde tot borderline verstandelijke beperking (dus iets hoger IQ dan MID)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat waren de resultaten van de vergelijking van de MID/BID kids en normale kids?

A

MID/BID scoorden beiden lager dan normale kids -> problemen in shiften, werkgeheugen en inhibitie

MID: meer problemen met shiften dan BID

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe zijn IQ en wiskunde en EF gerelateerd?

A

Hoger IQ -> presteert beter in wiskunde en minder problemen met shiften

Betere wiskundeprestaties waren gerelateerd aan minder werkgeheugen/shifting problemen, maar niet met inhibitie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat waren de modererende effecten die zijn gevonden?

A

Hoger IQ heeft alleen een positieve invloed op wiskundeprestaties van kinderen zonder klinische inhibitieproblemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat waren de mediërende effecten die zijn gevonden?

A

Alleen shifting kon getest worden op mediator zijn, maar de resultaten waren niet significant
-> Dus geen mediërende effecten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke 2 factoren zorgden in het regressiemodel voor een betere voorspelling van de rekenprestaties van de kinderen?

A
  1. Info over klinische werkgeheugenproblemen
  2. Info over shifting problemen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welke 2 factoren bleken invloed te hebben op wiskundige prestaties?

A
  1. Werkgeheugen
  2. Shifing
17
Q

Deze studie onderzocht de invloed van EF en IQ op de wiskundige vaardigheden van 10-13 jarigen met MBID. Wat bleek hieruit? Wat verstoorde deze relatie?

A

Kinderen met minder problemen met werkgeheugen en flexibiliteit + met hoger IQ hadden betere wiskundige prestaties

-> Inhibitieproblemen verstoorde de relatie -> Hoger IQ werd niet meer geassocieerd met betere wiskundeprestaties als kinderen inhibitieproblemen hadden

18
Q

Hoe varieerde de relatie tussen EF en wiskunde met de type wiskundige vaardigheden?

A

Werkgeheugen is sterker gecorreleerd met algemene wiskundemaat dan specifieke meetproblemen

19
Q

Wat is een suggestie voor vervolgonderzoek?

A

Onderzoeken of EF training bijdraagt aan betere wiskundige prestaties bij kinderen met MBID

20
Q

Wat is een belangrijke indirecte boodschap vanuit dit onderzoek?

A

Het is belangrijk om niet alleen maar van IQ uit te gaan! Er zijn meer factoren die invloed hebben buiten IQ