Lecture 3: Correct for computer experience in online testing Flashcards

1
Q

Welke 3 voordelen bieden computergebaseerde cognitieve tests?

A
  1. Meer gedetailleerde metingen van reactietijden
  2. Flexibiliteit in tijd en plaats
  3. Kostenefficiëntie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Bij welke groepen vindt over/onderdiagnose plaats nav computer tests?

A

Overdiagnose: mensen met weinig computerervaring

Onderdiagnose: ervaren computergebruikers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de onderzoeksvraag van dit artikel?

A

Hoe kan men corrigeren voor computerervaring bij online cognitieve tests om de validiteit te waarborgen?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de voorgestelde methode om te corrigeren voor computerervaring? Waarom is deze problematisch?

A

Prestatiegerichte meting van computerervaring, e.g. typsnelheid en musivaardigheid
-> Problematisch: deze vaardigheden zijn ook cognitief en motorisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een intuitieve manier om te onderzoeken wat de invloed van computerervaring is? Wat is een probleem hierbij?

A

Onderzoeken of computertests en prestaties op traditionele papieren tests samenhangen
-> Probleem: computerervaring kan ook invloed hebben op andere cognitieve vaardigheden, waardoor de correctie onbetrouwbaar wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke drie tests werden afgenomen om de invloed van computerervaring te beoordelen?

A
  1. Zelfgerapporteerde computerervaring
  2. Prestatiegerichte computervaardigheden
  3. Neuropsychologische tests online of op traditionele manier
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke 3 prestatiegerichte computervaardigheden werden onderzocht?

A
  1. Typevaardigheid
  2. Klikvaardigheid
  3. Sleepvaardigheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat betekent het dat computervaardigheden negatief gecorreleerd zijn met leeftijd?

A

Jongere mensen hebben betere computervaardigheden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waren er gender en educatie verschillen in zelfgerapporteerd computergebruik?

A

Mannen en hoger opgeleiden gaven aan meer computerervaring te hebben en meer uren per week de computer te gebruiken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Welke 3 demografische factoren hadden invloed op prestaties bij zowel online als traditionele tests?

A

Leeftijd, geslacht, opleiding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wanneer voor demografische kenmerken gecorrigeerd was, wat waren de hoofdresultaten?

A
  1. Betere prestatie gebaseerde computerervaring hing samen met betere prestaties op zowel online als traditionele cognitieve tests
  2. Verband tussen aantal zelfgerapporteerde uren computergebruik per week en betere prestaties op online tests, maar niet op traditionele tests
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de hoofdconclusie van de resultaten?

A

Het corrigeren voor computerervaring is nuttig voor online tests, vooral voor taken die motorische coördinatie en verwerkingssnelheid meten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Op welke soort taken is het vooral belangrijk om te compenseren voor computergebruik? (2)

A

Bij tests die meten: motorische coördinatie + verwerkingssnelheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de klinische implicaties van deze studie?

A
  1. Benadrukt hoe belangrijk het corrigeren voor computerervaring in online cognitieve tests is
  2. Zelfrapportage meting van computerervaring wordt aangeraden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de beperkingen van deze studie? (5)

A
  1. Leeftijdsverschil tussen online en traditionele steekproeven
  2. Steekproefgrootte tussen online en traditionele groepen was verschillend
  3. Alleen uitgevoerd bij gezonde personen
  4. Zelfrapportagemeting van computergebruik is gebruikt die niet volledig overeenkomt met het werkelijke aantal uren computergebruik –> subjectieve vertekeningen
  5. Niet-gemonitorde omgeving van online testgroep
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zou vervolgonderzoek moeten doen? (3)

A
  1. Richten op het verbeteren van objectiviteit van correcties voor computerervaring
  2. Testen van klinische populaties
  3. Minimaliseren van omgevingsfactoren