Lecture 1: Baumard & LeGall Apraxie Flashcards

1
Q

Waarom is volgens het artikel het vaststellen van apraxie belangrijk?

A

Het is een voorspeller voor het functioneren van iemand

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zegt het artikel over de hoeveelheid definities en assessments?

A

Het is verwarrend en bemoeilijkt de diagnose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat waren de twee grootste conclusies uit deze literatuurstudie van 100 apraxie artikelen?

A
  1. Apraxie definities zijn niet sterk gekoppeld aan het gebruik van specifieke tests
  2. Meest gebruikte tests zijn doen alsof (pantomime) en gebruik van voorwerpen (tools)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarom is het vaststellen van apraxie complex? Hoe wordt het nu vastgesteld?

A

Er is geen universeel aanvaarde definitie
-> Momenteel wordt het vastgesteld aan de hand van uitsluitingscriteria en gestandaardiseerde tests, wat leidt tot uiteenlopende en inconsistente diagnoses

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat voor type apraxie was de focus van deze studie?

A

Apraxie van ledematen (limb apraxia)= gebreken in het uitvoeren van intentionele, doelgerichte bewegingen met de bovenste ledematen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Op welke twee criteria is gelet in dit onderzoek naar apraxie?

A
  1. Specificiteit: of apraxie wordt veroorzaakt door de verstoring van cognitieve modules voor gebaren
  2. Consistentie: of de gebarenstoornis consistent is bij verschillende taken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is het kritiek op het gebruik van testen van pantomime van gereedschapsgebruik en imitatie tests? Welke discrepantie creëert het?

A

Ze meten meerdere cognitieve processen en kunnen de onderliggende beperkingen niet altijd verduidelijken

Discrepantie tussen task-based en process-based

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is de task-based benadering van apraxie? Noem een voor en een nadeel

A

Task-based: richt zich op het gebruik van gold standard tests (zoals pantomime en imitatie)

+: overeenstemming kan worden bereikt over welke tests relevant zijn voor diagnose

-: methode is circulair: patient wordt gediagnostiseerd met apraxie op basis van tests die vooraf zijn vastgesteld als meetinstrumenten voor apraxie + deze benadering is verouderd. Het heeft lage ecologische waarde van pantomime voor het voorspellen van dagelijks gereedschapgebruik

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de process-based benadering van apraxie? Noem een voor en een nadeel

A

Probeert de cognitieve mechanismen achter apraxie te begrijpen

+: veel cognitieve processen dragen bij aan 1 taak, dus een cognitieve stoornis kan meerdere taken beïnvloeden. Dit schept een breder overzicht

-: moeilijk om een eenduidige definitie van apraxie vast te stellen + leidt tot verschillen in diagnoses

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn 4 cognitieve mechanismen die problemen hebben in apraxie?

A
  1. Werkgeheugen
  2. Semantisch geheugen
  3. Lichaamsbeeld
  4. Sensorimotorische integratie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waarom zijn de task-based en process-based benaderingen van apraxie niet compatibel?

A

Standaardtests meten uiteenlopende cognitieve stoornissen, wat leidt tot diagnostische verschillen en een gebrek aan eenduidigheid tussen studies

Process-based: breder, maar moeilijk om een duidelijke operationele definitie vast te stellen door variatie in onderliggende stoornissen

Daardoor blijven beide benaderingen met elkaar verweven en zijn exclusiecriteria cruciaal voor een goede diagnose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het verschil tussen ideatoire, ideokinetische en ledemaat-kinetische apraxie?

A

Ideatoir: concepten van handelingen vallen uiteen –> verkeerd gebruik gereedschappen

Ideokinetisch: scheiding tussen het idee van een beweging en de uitvoering ervan (aangetoond door imitatietests)

Ledemaat-kinetische apraxie: komt voort uit laesies in de centrale regio van de hersenen en beïnvloedt zowel doelbewuste als routinematige bewegingen (fijne motoriek vingers/handen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Welke 3 verklaringsniveaus worden gebruikt voor de definitie van apraxie?

A
  1. Fenomenologisch: definitie gebaseerd op klinische symptomen
  2. Theoretisch: definitie gebaseerd op onderliggende cognitieve problemen of psychologisch construct
  3. Anatomisch: definitie gebaseerd op onderliggende hersenschade
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is het voordeel van het maken van subtypes van apraxie?

A

+: helpt om symptomen te specificeren (e.g. gereedschappen vs. motorische beheersing)

Maar er zijn ook nadelen!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is de definitie van apraxie op fenomenologisch niveau? Noem een voor en nadeel

A

Gedefinieerd door klinische symptomen

+: kan belangrijke inzichten bieden

-: gebrek aan dieper begrip van onderliggende cognitieve processen (oppervlakkige diagnose)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is de definitie van apraxie op theoretisch niveau? Noem een nadeel

A

Het verklaren van apraxie door cognitieve mechanismen, zoals geheugen/taalstoornissen

-: kan leiden tot cirkelredeneringen of vage, niet-falsifieerbare verklaringen die te breed zijn om betekenisvol te zijn

17
Q

Wat is de definitie van apraxie op anatomisch niveau? Noem een voor en nadeel

A

Apraxie gekoppeld aan specifieke hersenschade

+: wetenschappelijk waardevol

-: biedt geen directe verklaring voor psychologische mechanismen achter symptomen dus is onvolledig + apraxie wordt gezien als uitvloeisel van andere cognitieve stoornissen (dus het is moeilijk om het als een op zichzelf staande aandoening te zien)

18
Q

Hoe zou een symptoomgerichte benadering voor apraxie beter zijn?

A

Definitie van apraxie is dan voornamelijk gebaseerd op de symptomen zelf en pas later worden theoretische verklaringen overwogen

19
Q

Wat is het verschil tussen specifieke en non-specifieke oorzaken van apraxie?

A

Specifiek: als het probleem uitsluitend gebaren taken beïnvloedt

Niet-specifiek: als het probleem andere klinische symptomen veroorzaakt die niet gerelateerd zijn aan gebarenproductie

20
Q

Noem een voorbeeld van non-specifieke oorzaken van apraxie

A

Stoornissen in taal, visuospatiale vaardigheden, werkgeheugen of sociale cognitie: patienten met zulke stoornissen kunnen andere tests waar geen gebaren nodig zijn ook niet uitvoeren

21
Q

Apraxie heeft mogelijk te maken met het verlies van gesture engrams. Wat zijn dat?

A

Geheugenrepresentaties van gebaren die essentieel zijn voor gebarenproductie en het discrimineren en herkennen van pantomimes

Is specifiek voor apraxie, maar discutabel of het bestaat

22
Q

Wanneer spelen lichaamsbeeld/schema stoornissen een rol in apraxie? Zijn deze specifiek voor apraxie?

A

Bij imitaties

Moeilijk te bepalen of dit specifiek voor apraxie is, omdat lichaamsbeeld/schema essentieel zijn voor gebarenproductie en kunnen bijdragen aan een gebrekkige uitvoering van gebaren

23
Q

Wat zou een onderscheid tussen 2 soorten apraxie kunnen zijn?

A
  1. Symptomatische apraxie: gebrek aan gebarenproductie als gevolg van algemene cognitieve tekorten (taal/geheugen stoornissen)
  2. Idiopathische apraxie: geïsoleerde gebarenproductiestoornis die niet kan worden toegeschreven aan bredere cognitieve tekorten
24
Q

Wat zijn samenvattend de 2 voorstellen uit dit onderzoek die helpen antwoord te krijgen op ‘wat maakt apraxie specifiek als elke cognitieve stoornis mogelijk motorische problemen kan verklaren’?

A
  1. Specifieke vs. non-specifieke oorzaken van apraxie
  2. Consistent vs. taak-specifieke apraxie
25
Q

Wat is het consistentiecriterium waarop de operationele definitie zich moet richten? En waarom?

A

Gebarenproblemen moeten zichtbaar zijn in verschillende taken die gebaren vereisen, onafhankelijk van de taak

Veel oorzaken van apraxie beïnvloeden alleen ervaren gebaren en niet het imiteren van betekenisloze gebaren of het gebruik van gereedschappen

26
Q

Welke apraxie type voldoet aan het consistentiecriterium? Wat kenmerkt deze apraxie en waarom voldoet het?

A

Limb apraxie -> unilaterale onhandige bewegingen van ledematen

Voldoet omdat het consistent is over verschillende taken en niet wordt beïnvloed door taakmodaliteit

27
Q

Hoe verschilt limb apraxie van andere motorische stoornissen?

A

Motorische zwakte komt niet systematisch voor en is minder afhankelijk van de taak.
-> Andere vormen van apraxie hebben meer variaties, afhankelijk van de gebruikte cognitieve processen

28
Q

Waarom vindt dit onderzoek process-based benaderingen beter?

A
  1. Leidt tot een meer wetenschappelijke definitie van apraxie die focust op specificiteit en consistentie
  2. Kan verduidelijken welke stoornissen functioneel herstel voorspellen
29
Q

Waarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen idiopathische en symptomatische apraxie?

A

Het helpt met het begrijpen van de functionele betekenis van het syndroom

30
Q

Waar moet toekomstig onderzoek zich meer op richten (2) en met welk doel?

A
  1. Nieuwe taxonomieën/terminologie voor apraxie
  2. Verduidelijken van klinische manifestaties

Dit verbetert het begrip van prevalentie, herstel en behandeling van apraxie