H2 Voer Flashcards
Wat bepaalt de hoeveelheid voer die een dier nodig heeft?
Leeftijd, geslacht, activiteit, gezondheid, fysiologische toestand.
Wat betekent ‘ad libitum’ voeren?
Voeren naar believen, het dier kan eten wanneer het wil.
Wat betekent ‘beperkt voeren’?
Voer wordt in gecontroleerde hoeveelheden aangeboden.
Wat is een nadeel van ‘ad libitum’ voeren?
Kan leiden tot overgewicht en onregelmatige eetpatronen.
Welke factor beïnvloedt de verteerbaarheid van voer?
De samenstelling en kwaliteit van het voer.
Wat is een belangrijk aspect van de samenstelling van voer?
De aanwezigheid van essentiële nutriënten.
Waarom is smakelijkheid belangrijk bij voer?
Zorgt ervoor dat het dier het voer accepteert en voldoende eet.
Welke toxische stoffen kunnen in voer voorkomen?
Mycotoxinen, zware metalen, pesticiden.
Hoe beïnvloedt de consistentie van voer de opname?
Brijig voer kan makkelijker worden opgenomen dan droog voer.
Waarom speelt geur een rol bij voedselopname?
Geur stimuleert de eetlust en beïnvloedt de voorkeur.
Waarom is de vorm van het voer belangrijk?
Bepaalde dieren prefereren grotere of kleinere brokjes.
Wat is het effect van voerbereikbaarheid op energiebehoefte?
Moeilijker bereikbaar voer kan meer energieverbruik betekenen.
Wat is een slowfeeder?
Een hulpmiddel om dieren langzamer te laten eten.
Waarom zijn slowfeeders nuttig?
Voorkomen schrokken en verbeteren de spijsvertering.
Welke zintuigen zijn betrokken bij het zoeken naar voer?
Reuk, zicht, tastzin.
Welke invloed heeft motoriek op voedselopname?
Slechte motoriek kan het moeilijk maken om voer vast te pakken.
Waarom hebben brachycefale honden moeite met eten?
Door hun korte snuit kunnen ze voer moeilijker oppakken.
Welke rol speelt speeksel bij voedselopname?
Helpt bij het afbreken en doorslikken van voedsel.
Waarom is kauwen belangrijk bij planteneters?
Voor het malen van vezels en bevordering van vertering.
Wat kan gebeuren als een dier slecht kauwt?
Verstikkingsgevaar of spijsverteringsproblemen.
Wat is metabolisme?
De biochemische processen in cellen om energie vrij te maken.
Welke factor beïnvloedt de vertering van voer?
De gezondheid van het spijsverteringsstelsel.
Wat is de functie van enzymen in de spijsvertering?
Voedsel afbreken in opneembare voedingsstoffen.
Wat is de rol van gezonde darmflora?
Ondersteunt de spijsvertering en opname van nutriënten.
Waarom is rust belangrijk voor een goede spijsvertering?
Het parasympathische zenuwstelsel bevordert de vertering.
Welke factoren kunnen de vertering verstoren?
Stress, slechte voeding, ziekte.
Waarom kan te veel voer de verteerbaarheid verminderen?
Het spijsverteringsstelsel raakt overbelast.
Welke methode wordt gebruikt om de samenstelling van voer te analyseren?
De Weender analyse.
Welke macro-nutriënten zitten in voer?
Koolhydraten, vetten, eiwitten.
Wat is het nadeel van ‘ruwe’ voedingsanalyses?
Ze geven geen exacte details over de nutriënten.
Waarom is de verteringscoëfficiënt (VC) belangrijk?
Bepaalt hoeveel van het voer daadwerkelijk wordt opgenomen.
Welke factoren beïnvloeden de VC?
Samenstelling van voer, bewerking, voeropname, dierfactoren.
Waarom kunnen granen moeilijk verteerbaar zijn?
Ze bevatten anti-nutriënten zoals fytinezuur.
Wat is het effect van een hoge VC op ontlasting?
Minder en beter gevormde ontlasting.
Wat is een nadeel van een lage VC?
Voedingsstoffen gaan verloren en er ontstaat meer ontlasting.
Waarom worden bepaalde voedingsmiddelen verhit of geperst?
Om de verteerbaarheid en houdbaarheid te verbeteren.
Hoe beïnvloedt voerniveau de vertering?
Kleinere porties worden efficiënter verteerd.
Waarom hebben jonge en oude dieren een andere VC?
Hun spijsvertering werkt minder efficiënt.
Welke problemen kunnen ontstaan bij onjuiste voeding?
Tekorten, overgewicht, maag- en darmklachten.
Wat is de relatie tussen voeding en gedrag?
Tekorten kunnen leiden tot gedragsveranderingen zoals agressie of apathie.