H19 Voeding en Veroudering Flashcards

1
Q

Wat is veroudering?

A

Een biologisch proces waarbij lichaamsfuncties geleidelijk achteruitgaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe beïnvloedt voeding het verouderingsproces?

A

Voeding kan oxidatieve schade verminderen en het behoud van spiermassa en immuunfunctie ondersteunen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke factoren versnellen veroudering?

A

Oxidatieve stress, chronische ontstekingen, slechte voeding en genetische factoren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij oudere dieren?

A

Artrose, nierziekten, gewichtsveranderingen, spijsverteringsproblemen en cognitieve achteruitgang.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waarom verandert de voedingsbehoefte van een dier met de leeftijd?

A

De stofwisseling vertraagt en de opname van voedingsstoffen kan verminderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke macronutriënt is het belangrijkste voor spierbehoud bij veroudering?

A

Eiwit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarom is het belangrijk om de calorie-inname te reguleren bij oudere dieren?

A

Om overgewicht of spierverlies te voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke rol speelt hydratatie bij oudere dieren?

A

Oudere dieren hebben een hoger risico op uitdroging door een verminderde dorstprikkel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waarom moeten seniorenvoedingen minder calorieën bevatten?

A

Oudere dieren hebben vaak een lagere energiebehoefte door een verminderde activiteit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waarom is de samenstelling van het dieet belangrijker dan de hoeveelheid voer?

A

Omdat oudere dieren vaak een verminderde eetlust hebben en efficiënter voedingsstoffen moeten opnemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waarom hebben oudere dieren voldoende eiwitten nodig?

A

Voor het behoud van spiermassa en immuunfunctie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Welke aminozuren zijn essentieel voor spierbehoud bij oudere dieren?

A

Leucine, isoleucine en valine (BCAA’s).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat gebeurt er bij een eiwittekort bij oudere dieren?

A

Spierafbraak, zwakte en een verzwakt immuunsysteem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is sarcopenie?

A

Leeftijdsgerelateerd spierverlies.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke eiwitbronnen zijn het beste voor oudere dieren?

A

Hoogwaardige dierlijke eiwitten zoals vis, gevogelte en eieren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waarom is de verteerbaarheid van eiwitten belangrijk bij oudere dieren?

A

Omdat de spijsvertering minder efficiënt wordt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Waarom wordt vaak gehydrolyseerd eiwit gebruikt in seniorenvoeding?

A

Omdat het gemakkelijker verteerbaar is en minder kans geeft op allergieën.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is het risico van een te hoog eiwitgehalte bij oudere dieren met nierproblemen?

A

Het kan de nieren extra belasten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Waarom is taurine belangrijk voor oudere katten?

A

Het ondersteunt de hartfunctie en het gezichtsvermogen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Welke rol speelt arginine in het verouderingsproces?

A

Het ondersteunt de bloedcirculatie en immuunfunctie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Waarom zijn vetten belangrijk in seniorendiëten?

A

Ze leveren energie en ondersteunen celmembranen en hersenfunctie.

22
Q

Welke vetzuren zijn essentieel voor oudere dieren?

A

Omega-3 vetzuren (EPA en DHA).

23
Q

Hoe kunnen omega-3 vetzuren helpen bij veroudering?

A

Ze verminderen ontstekingen en ondersteunen gewrichts- en hersengezondheid.

24
Q

Waarom moet het vetgehalte in seniorenvoeding worden aangepast?

A

Om overgewicht te voorkomen, maar toch voldoende energie te leveren.

25
Q

Wat gebeurt er bij een vettekort in de voeding van oudere dieren?

A

Droge huid, slechte vachtconditie en verminderde energie.

26
Q

Waarom wordt visolie aanbevolen voor oudere dieren?

A

Het bevat omega-3 vetzuren die cognitieve achteruitgang kunnen vertragen.

27
Q

Wat is het effect van een hoge omega-6 inname zonder voldoende omega-3?

A

Kan ontstekingen bevorderen en ouderdomsziekten verergeren.

28
Q

Welke oliën zijn geschikt voor seniorenvoeding?

A

Visolie, algenolie en lijnzaadolie.

29
Q

Waarom wordt MCT-olie soms toegevoegd aan seniorendiëten?

A

Het levert snel beschikbare energie en ondersteunt de hersenfunctie.

30
Q

Hoe kan een dieet met gezonde vetten helpen bij cognitieve achteruitgang?

A

Omega-3 en MCT-olie kunnen de hersenfunctie ondersteunen en dementie vertragen.

31
Q

Waarom hebben oudere dieren vaak een verhoogde behoefte aan antioxidanten?

A

Om oxidatieve stress te verminderen en celveroudering te vertragen.

32
Q

Welke vitamines werken als antioxidanten?

A

Vitamine C en E.

33
Q

Waarom is vitamine B12 belangrijk bij oudere dieren?

A

Het ondersteunt de zenuwfunctie en voorkomt bloedarmoede.

34
Q

Welke rol speelt vitamine D in de botgezondheid van oudere dieren?

A

Het helpt bij calciumopname en voorkomt botontkalking.

35
Q

Waarom is calcium belangrijk in seniorendiëten?

A

Voor het behoud van sterke botten en tanden.

36
Q

Wat is het risico van een te hoge fosforinname bij oudere dieren?

A

Het kan nierproblemen verergeren.

37
Q

Waarom is zink belangrijk bij veroudering?

A

Het ondersteunt de huid, vacht en immuunsysteem.

38
Q

Welke rol speelt selenium bij het verouderingsproces?

A

Het werkt als een antioxidant en beschermt cellen tegen schade.

39
Q

Waarom kan een magnesiumtekort problemen veroorzaken bij oudere dieren?

A

Het kan spierkrampen, hartritmestoornissen en zwakte veroorzaken.

40
Q

Waarom hebben oudere dieren soms meer kalium nodig?

A

Voor het behouden van een gezonde spier- en zenuwfunctie.

41
Q

Waarom hebben oudere dieren vaak een tragere spijsvertering?

A

De darmmotiliteit neemt af, waardoor constipatie en gasvorming kunnen optreden.

42
Q

Welke vezels kunnen helpen bij spijsverteringsproblemen bij oudere dieren?

A

Psyllium, bietenpulp en FOS (fructo-oligosacchariden).

43
Q

Wat is de rol van prebiotica en probiotica in seniorendiëten?

A

Ze ondersteunen een gezonde darmflora en verbeteren de spijsvertering.

44
Q

Waarom kan overgewicht een groter probleem worden bij oudere dieren?

A

Omdat hun energiebehoefte afneemt, maar de eetlust soms behouden blijft.

45
Q

Wat is de beste manier om het gewicht van oudere dieren te reguleren?

A

Minder calorieën, maar voldoende eiwitten en vezels voor verzadiging.

46
Q

Waarom kan een plotselinge gewichtsafname bij oudere dieren een teken van ziekte zijn?

A

Het kan wijzen op nierproblemen, diabetes of kanker.

47
Q

Waarom moeten oudere dieren vaker kleinere maaltijden krijgen?

A

Om de spijsvertering te vergemakkelijken en een stabiele energievoorziening te behouden.

48
Q

Wat gebeurt er als een oudere kat of hond te weinig eet?

A

Risico op spierafbraak en verzwakt immuunsysteem.

49
Q

Waarom is natvoer vaak beter voor oudere katten dan droogvoer?

A

Het bevat meer vocht en is makkelijker te kauwen.

50
Q

Wat is de belangrijkste conclusie van dit hoofdstuk?

A

Een gebalanceerd dieet met voldoende eiwitten, gezonde vetten en micronutriënten kan het verouderingsproces vertragen en de levenskwaliteit verbeteren.