Rotator-cuff dysfunctie Flashcards

1
Q

rotator cuff dysfunctie

A
  1. types
    - structuur gerelateerd = zwelling van RC na scheur of tendinopathie
    - functie gerelateerd = subacromiale klachten
  2. oorzaken van subacromiale klachten bij rotator cuff dysfunctie
    - zwakte
    - tendinopathie
    - calcifiërende tendinopathie
    - scheur = partieel of totaal
  3. spieren = van meest naar minst
    - supraspinatus
    - infraspinatus
    - subscapularis
    - teres minor = bijna nooit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

rotator-cuff zwakte

A
  1. functionele oorzaak
    - onevenwicht RC-deltoideus
    - cuff = centreren & caudale translatie
    - deltoideus = bewegen & craniale translatie
    - indien cuff zwakte = teveel craniale translatie
    - vooral exorotatoren verzwakt = extra aandacht
  2. bevindingen
    - SAPS-klachten
    - weerstand exorotatie verzwakte
    –> niet pijnlijk want niet in provocerende houding
  3. toegevoegd onderzoek
    - enkel indien lage irritatie = bijna alle testen zijn provocatief
    - veel vals-positieve testen
    - SAPS-testen
    - kracht exorotatie = kan gemeten worden met HHD hand held dynamometer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

therapie van rotator cuff zwakte

A
  1. algemeen
    - krachttraining van rotator cuff
    - vooral focus op supraspinatus
    - 6 beste oefeningen van onderzoek
  2. exorotatie oefeningen
    - supra, infraspinatus & teres minor
    - exorotatie vanuit buiklig
    - exorotatie vanuit zit met arm in 45° abductie & gesteund
    - exorotatie in zijlig
    - full can = elevatie in scapulaire vlak met duimen omhoog
  3. andere oefeningen
    - endorotatie vanuit zit met arm in 45° abdcutie & gesteund
    - horzontale abductie in exorotatie in buiklig = supra & infraspinatus
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

algemeen rotator cuff tendinopathie

A
  1. oorzaak
    - meestal dominante schouder
    - ongepaste belasting
    - overbelasting
    - relatieve onderbelasting = heel relatief
  2. risicofactoren
    - roken
    - sedentaire levensstijl
    - hoge BMI
  3. toegevoegd onderzoek
    - reactieve tendinopathie = geen
    - SAPS-testen posiitef
    - provocerende testen = quicktests
    –> vb: full can voor supraspinatus
    - differentiaal diagnose met scheur door tissue failure tests
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

types tendinopathie

A
  1. reactieve tendinopathie = hoge irriteerbaarheid
    - pijn in rust
    - uitstraling tot onder elleboog
    - niet slapen op schouder
    - toenemende pijn bij activiteiten = vooral elevaties
    - pijn voor weerstand van betrokken pezen
    –> meestal alle bewegingen pijnlijk maar toch exacte pees kunnen aanduiden door meest pijnlijk
  2. degeneratieve tendinopathie = lage irriteerbaarheid
    - geen pijn in rust
    - geen nachtelijke pijn
    - pijn bij contractie & rek
    - drukgevoeligheid op pees
    –> palpatie subscapularis is sensitief maar niet specifiek
    - SAPS-symptomen
    - painfull arc
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

educatie pijndempende therapie van reactieve tendinopathie

A
  1. educatie
    - ADL-aanpassen naar lagere belasting
    - pijnafhankelijk
    - geen immobilisatie
    - geen soft-tissue technieken
  2. behandeling van secundaire klachten
    - ontspannende cervicale mobilisaties
    –> spanning reactief op pijn
    - mobilisatie van scapula
    - thoracale extensie = grotere subacromiale ruimte
    - harmonics in rusthouding
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

therapie voor reactieve tendinopathie

A
  1. algemeen
    - relatieve rust & aanpassen activiteiten
    - pijnmedicatie = afh van patiënt
    -paracetamol = 3x500-1000mg
    - NSAID
    - corticoïd = max 3x in 1 week
  2. pijndempend
    - isometrische contracties
    - in pijnlijke richting
    - 30-45s
    - 5x herhalen 5x per dag
    - pijn 4-5/10 = niet meer of minder
    –> oorzaak pijn moet wel van pees zijn!
  3. activerende oefeningen met lage belasting
    - onder 50% 1RM
    - criculatoir & ROM-onderhoudend
    - bench- & wall-slide
    - rotator cuff werkt 15% van maximum
    - goede training = elevatie zonder hoge belasting
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

therapie voor degeneratieve tendinopathie

A
  1. dynamische oefeningen
    - zelfde oefeningen als RC-zwakte & reactieve tendinopathie
    - progressieve belasting
  2. dynamische oefeningen met excentrische component
    - geen wetenschappelijke evidentie dat excentrisch beter is als concentrisch
    - wel meer belasting specifiek op pees
    - vb: 1-2-3 oefening = schouderpress naar elevatie & full can laten zakken
  3. functionele oefeningen
    - noden-analyze
    - werpen, duwen & trekken zijn standaard componenten
  4. andere
    - educatie = toenemde belasting belangerijk voor herstel
    –> monitonering voor pijn
    - soft-tissue technieken = DDF & stretch mag maar worden niet aangeraden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

gradatie van tendinopathie voor sporters

A
  1. graad I
    - pijn net na activiteit
    - recuperatie 2 dagen na activiteit
  2. graad II
    - last bij begin van opwarming
    - pijn net na activiteit
    - geen pijn tijdens activiteit
  3. graad III
    - pijn gaat niet weg tijdens activiteit
    - enkel pijn uitvoeren van selectieve activiteit
  4. graad IV = overdag ook pijn zonder specifieke activiteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

oorzaken supraspinatus tendinopathie

A
  1. primaire overbelasting
    - heel relatief
    - jonge sporters
    - jobgerelateerd
    - ADL-bovenhandse activiteiten
  2. vascularisatie
    - slecht aan insertie & proximale 1cm
    - wring out fenomeen = tractie in lengterichting -> druk in transversale vlak
    - altijd laag in pees = lange prognose
    - geen paratenon = bloed kan ook vanuit bursa & periost komen
  3. andere
    - secundaire belasting = instabiliteit
    - tractiespoor coracomiale lig
    - genetisch
    - leeftijd 60+
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

kliniek supraspinatus tendinopathie

A
  1. symptomen
    - pijn laterale zijde bovenarm
    - pijn bovenhandse bewegingen
    - frequentie & intensiteit afh van ernst
  2. onderzoek
    - painfull arc
    - pijn bij weerstand abductie & exorotatie
  3. testen
    - test van Jobe = empty can
    - test van Neer = passieve elevatie in endorotatie
    - test van Hawkins = passieve endorotatie in 90° anteflexie
    - Champagne toast test = klink beweging met weerstand = meest sensitief
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

calcifiërende supraspinatus tendinopathie

A
  1. oorzaak
    - onvoldoende gekend
    - altijd voorafgegaan door overbelasting
  2. symptomen
    - tendinopathie = mechanisch patroon
    - calcifiërende = inflammatoir
    - nachterlijke pijn
    - kan heel hevig zijn
    - soms onmogelijkheid beweging
    - onafhankelijk van beweging
  3. testen
    - painfull arc
    - geen specifieke testen = vals positief door pijn
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

regels voor echografie

A
  1. indicatie
    - eerste keus voor spieren
    - goedkoop
    - makkelijk toegankelijk
    - wel onderzoekersafhankelijk!
  2. uitvoering
    - L/R vergelijken is een must
    –> vaak vocht vinden maar is bij ouderen normaal
    - ondanks klachten kan echo er normaal uitzien
  3. andere testen
    - MRI goed voor spieren maar niet calcificatie
    - RX goed voor calcificatie maar niet spieren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

echografie bij tendinopathie

A
  1. tendinopathie
    - normaal weinig doorbloeding
    - geen signaal bij doppler
    - wel signaal = inflammatoire reactie
  2. calcifiërende
    - puntvormig/wolkvormig
    - dense calcificaties
    - aan insertie
    –> soms niet te zien = subacromiaal
    - onder calcificatie = hypo-echogene zone door weerkaatsing
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

therapie van calcifiërende tendinopathie

A
  1. acute fase = anti-inflammatoir
    - NSAID
    - corticosteroïden infiltratie = beter echogeleid
  2. afgekoelde fase
    - dryneedling = kapot prikken van calcificatie
    - barbotage
    - ECSWT
  3. verloop
    - spontane resporptie = 30-50j
    - assymptomatisch
    - recidiverende opstoten = artrosopisch verwijderen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

barbotage & ECSWTa

A
  1. barbotage
    - onder verdoving & echo
    - calcificatie doen open barsten met fysiologisch water
    - optrekken van barsten
    - cortisone voor reactieve inflammatie te remmen
  2. ECSWT
    - ECSWT = extra-corporele = in ziekenhuis
    - RSWT = door kine
    - 60-70% succes
    - langer dan 6w vooraleer weg
17
Q

orthopedisch: tendinitis calcanea

A
  1. letsel = ontsteking
  2. natuurlijk herstel
    - weke delen
    - soms spontaan openbarsten
    - heel veel pijn op spoed
    - is meteen ook therapie
  3. chirurgie
    - chirurgie = indien kalk langdurig blijft & voor pijn zorgt
    - techniek = resectie
    - toegangsweg = artroscopisch
    - herstel = resectie
18
Q

infraspinatus pathologie

A
  1. tendinpathie
    - minder frequent dan supraspinatus
    - vaak samen met supraspinatus
  2. calcifiërende tendinopathie
    - bijna nooit geïsoleerd = supraspinatus ook
    - aan insertie
  3. ruptuur
    - geassocieerd met supraspinatus
    - vooral op degeneratieve basis
19
Q

oorzaken infraspinatus tendinopathie

A
  1. overbelasting
    - jonge sporters = follow trough bij werpen
    - ADL-bovenhands met exorotatie
    - secundaire = instabiliteit
  2. andere
    - genetisch
    - impigment = extern & intern
    –> intern bij cocking phase van werpen
20
Q

kliniek infraspinatus tendinopathie

A
  1. symptomen
    - pijn lateraal & posterior bovenarm
    - pijn bij exorotatie
  2. klinisch onderzoek
    - painfull arc
    - pijn bij geresisteerde exorotatie = vooral vanuit Aber-positie
    –> moeilijker kracht zetten
    - drukpijn aan insertie = volledig beschikbaar
  3. echografie vaak normaal
21
Q

subscapularis pathologie

A
  1. tendinopathie
    - minder frequent
    - beter vascularisatie pees & insertie
  2. calcifiërende tendinopathie
    - samen met suprascapularis
    - minder frequent
  3. ruptuur
    - val op uitgestrekte arm
    - plost geforceerde extensie
  4. associatie met caput longum
    - fixerend element in sulcus intertubercularis
    - sneller chirurgie nodig
22
Q

kliniek subscapularis tendinopathie

A
  1. oorzaak
    - primaire overbelasting = werpsport
    - secundair = instabiliteit
  2. symptomen
    - pijn anterior schouder
    - pijn bij endorotatie
  3. klinisch onderzoek
    - painful arc
    - test van Gerber = pijn bij endorotatie tegen weerstand
    - pijn horizontale adductie = inklemming proc. coracoideus
    –> proximaal peesprobleem
    - drukpijn insertie
23
Q

rotator cuff rupturen

A
  1. spieren ≈tendinopathie
    - vooral supraspinatus & infraspinatus
    - teres minor & subscapularis zeldzaam
  2. acute traumatische scheuren
    - jongere patiënt
    - bijna altijd volledig scheuren
    - onmiddelijk na ongeval geen functie meer hebben
    - chirurgie
  3. chronische degeneratieve scheuren
    - oudere patiënt 60-65j+
    - spontaal door slijtage
    - hoge prevalentie
    - 1/2 symptomatisch
    –> pijnuitting = gevolgen van scheur = voor iedereen anders
    - vooral kine
24
Q

locatie rotator cuff rupturen

A
  1. oorsprong
    - begin van binnen = intra-articulaire scheur
    –> humerale zijde = meest frequent
    - begin van buiten = bursal-side
  2. uitgebreidheid
    - partieel
    - volledig
25
Q

verloop van rotator cuff dysfunctie

A
  1. leeftijd
    - 0-40j = gezonde cuff
    - 40-60j = progressieve stijging van schade
    - 80j = afvlakking door sterfte
  2. 60j
    - 50% heeft partical tickness tear
    - kleine scheuren aanwezigheid = niet volledig gat
    - 20% full thickness
  3. 80j
    - 80-100% partial
    - 50% full
26
Q

factoren rupturen

A
  1. risicofactoren
    - roken
    - obesitas
    - artrose
    - genetische voorbeschiktheid
  2. keuze van chirurgie bij degeneratief
    - minder frequent tegenwoordig
    - leeftijd
    - hoeveelheid pijn
    - anatomische intragriteit
    - bijkomende pathologie gewrichtsvlakken
    - biceps = tenotomie = lange kop is apendix van schouder
27
Q

kliniek van rotator cuff rupturen

A
  1. algemeen
    - wisselend klachten patroon
    - afhankelijk van gescheurde pees
    - goede nodenanalyze
  2. kliniek
    - actief beperkt vooral elevatie & exorotatie
    - passief kan normaal zijn
    - vaak stijfheid door ouderdom maar is verhoogd door ruptuur
    - weerstand = pijnlijk & beperkt vooral abductie & exorotatie
  3. differentiaal diagnose
    - recente ruptuur = pijn & krachtverlies
    - oude ruptuur = krachtverlies
    - spieren = tissue failure tests
  4. klinische cluster degeneratieve scheur = bijna zeker bij 3/3
    - 65+
    - nachterlijke pijn
    - zwakke weerstand exorotatie
28
Q

tissue failure tests

A
  1. algemeen
    - testen of specifieke functie kan uitgevoerd worden
    - test intactheid van spier = scheur
  2. Jobe = supraspinatus
    - elevatie tegen weerstand
    - duimen naar beneden
  3. ERLS external rotaton lagg-sign
    - arm zakt naar endorotatie
    - infraspinatus
  4. lift-off = IRLS internal rotation
    - arm van patient op rug
    - arm proberen losheffen
    - test van subscapularis
29
Q

keuze van therapie ruptuur

A
  1. assymtomatisch = niks
  2. symptomatisch onder 55j
    - artroscopie
    - krachttoename & pijndaling
    - conservatief is ook mogelijk
    - 6-12m revalidatie
  3. symptomatisch 55-65j
    - infiltratie
    - indien nodig artroscopie
  4. symptomatisch 65j+
    - conservatief
    - pijnstilling
    - kine
30
Q

therapie van rotator cuff ruptuur

A
  1. oefentherapie
    - focus op functie
    - cuff is kapot beperkte load
  2. toe te voegen aan oefentherapie bij indicaties
    - hoge irriteerbaarheid = pijndempend
    - glenohumerale stijfheid = mobilisatie
    - algemene houdingscorrectie scapulair/cervicaal/thoracaal
    - functioneel door nodenanalyze
    –> geisoleerde oefeningen RC zijn niet aangewezen
31
Q

oefentherapie van rotator cuff ruptuur

A
  1. eerste fase = onder 90°
    - gesloten keten pendel oefening
    - uni/bilaterale bench slides = niet hoger 90°
    - Levy-oefening = in lig met beide armen omhoog brengen
    –> hier unilaterale lichte anteflexies 10° = tussen handen als referentie punt
  2. tweede fase = boven 90°
    - bench-slide met rompflexie
    - wall slide
    - Levy-oefening in langzit
    - supina band = theraband wordt eerder als hulpmiddel ervaren door compressie
  3. modaliteiten
    - 2-3 oefeneingen
    - 2x per dag
    - 3x10
    - geen pijn toename = alreeds gedaalde zelfredzaamheid bij ouderen
    - progressie is gebaseerd op pijn en voortgang
    - 9 kine sessies op 12 weken
32
Q

oorzaken supraspinatus rupturen

A
  1. traumatisch
    - vooral anterior
    - gezonde pees = jongeren
    - hoog energetisch
  2. degeneratief
    - vooral posterior
    - degenerateif process
    - soms zelf niet eens acuut moment
33
Q

kliniek supraspinatus ruptuur

A
  1. symptomen
    - pijn naar laterale bovenarm
    - krachtsvermindering = abductie < exorotatie
    - soms assymptomatisch = degeneratief
  2. onderzoek
    - painfull arc
    - onmogelijke abductie
    - gedaalde kracht abductie & exorotatie
    - lokale drukpijn
  3. technisch onderzoek = echo
    - vocht IA & bursa = 100% zeker van scheur
    - partieel of totaal
    - betrokkenheid biceps = meer symptomen
34
Q

RC-hectingen

A
  1. indicatie
    - acute traumatische scheur
    - falen revalidatie degeneratieve scheur
    –> minder uitvoeren wegens hoog succes
  2. bevindingen
    - BFO beperkt uit te voeren
    - alles beperkt
    - geen weerstand testen
    - TO CI
  3. richtlijnen
    - 2w immobilisatie
    - in sling met lichte abductie stand = buikkussen
    - approximatie-compressie werkt pees protectief
    - na 6w actief bewegen
    - geen spanning op pees tot 12w ≠ 12 wachten tot bewegen
35
Q

orthopedisch: traumatische RC-scheur

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = geen herstel mogelijk
    –> te grote afstand van scheur
    - chirurgie = altijd
  2. chirurgie
    - techniek = RC herstel
    - toegangsweg = artroscopisch
    - herstel = weke delen op bot
36
Q

orthopedisch: degeneratieve RC-scheur

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = degeneratief
    - natuurlijk herstel = geen herstel mogelijk
    - chirurgie = indien falen van conservatief
  2. chirurgie biceps irritatie
    - techniek = bicepspeestenotomie
    –> long head ≈ appendix van de schouder
    - toegangsweg = artroscopisch
    - herstel = resectie
  3. chirurgie RC
    - techniek = RC-herstel
    - toegangsweg = artroscopisch
    - herstel = weke delen op bot
37
Q

therapie van RC-hectingen

A
  1. week 3-4 = start
    - passieve angulaire mobilisatie
    - houdingscorrigerende oefeningen
    - gesloten keten pendeloefeningen
  2. week 5-6
    - actief geassisteerde oefeningen
    - Levy-programma
    - alle oefeningen onder 90°
    - geen weerstandsoefeningen
  3. week 6-12
    - actieve functionele oefeningen boven 90°
    - oefeningen met weinig weerstand
  4. week 12+
    - normale ROM
    - toenemende belasting 60-80% 1RM
    –> dosering voor basiskracht/uithouding
    - oefeningen ADL
    - specifieke RC-training na 6 maand