Elleboog Flashcards

1
Q

werking elleboog

A
  1. algemeen
    - elleboog ≈ knie met vergroeide patella = olecranon
    - alle gewrichten in 1 kapsel
  2. inspectie
    - gestrekt = alles op 1 lijn
    - epicondylus medialis & lateralis
    - olecranon
    - gebogen = driehoek met gelijke benen
    - afwijkend = IA-pathologie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

gewrichten van de elleboog

A
  1. art. humero-ulnaris
    - zadelgewricht
    - ulna is sagittaal concaaf <=> frontaal
    - incisura trochlearis = 135° tov. diafyse
    - gewrichtsvlakken hebben bijna voortdurend optimaal contact
  2. art. humero-radialis
    - lateraal = capitulum x caput radii
    - mediaal = lateraal trochlea humeri x proximaal circumferentia articularis radii
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

gewrichten van onderarm

A
  1. antebrachiale systeem
    - art. radio-ulnaris proximalis & distalis
    - membrana interossea
    - RU-liga
    - chorda obliqua
  2. art. radio-ulnaris proximalis
    - rolgewricht
    - circumferentia articularis radii x concave incisura radialis ulnae
    - gesloten door lig. annulare radii
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

hoeken van elleboog

A
  1. beweging
    - art. humero-ulnaris & humero-radialis = 145° - -10°
    - art radio-ulnaris = 85° pronatie 80° supinatie
    - 5° valgus & varus
    - LPP = 70° flexie & neutrale onderarm
  2. satiek ventraal
    - normale valgus = 5-10° mannen & 10-15° vrouwen
    –> meer dooe bredere heupen
    - excessieve vlagus = 30°
    - gun stock deformity = varus na breuk
  3. statiek coronaal
    - trochleare axis 3-5° intern geroteerd
    - neutrale stand = lichte pronatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

membrana interossea

A
  1. functie
    - steunname = kracht op pols
    - doorgave via TFCC complex
    - bij gesloten keten & DF = 80% compressie naar radius
    - door membrana doorgeven op ulna
    - elleboog werkt niet graag in gesloten keten <=> schouder
  2. stand van pols
    - pronatie = meer kracht distaal op ulna & meer kracht op proximale radius
    - omgekeerde voor supinatie
    - pronatie = hogere humero-radiale kracht
  3. pathologie
    - massieve bloeduistrorting
    - zwelling & sensibiliteit stoornissen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

kinematica elleboog

A
  1. rol = glij
    - zowel radius als ulna zijn concaaf = bewegend segment
    - translatie in richting van beperking
  2. tracties
    - radius kop is parallel op humerus = loodrecht op gewricht in lengte richting
    - olecranon haakt rond humerus = naar dorsaal & distaal
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

varus/valgus in elleboog

A
  1. algemeen
    - tegen varus & valgus
    - proc. coronoideus heel belangerijk
    - spieren over elleboog zorgen voor compressie
  2. tegen valgus
    - extensie // 90° flexie
    - MCL = 30//50%
    - kapsel = 40//10
    - bot = 30//35
  3. tegen varus
    - LCL = 15//10
    - kapsel = 30//15
    - bot = 55//75
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

flexie/extensie rond elleboog

A
  1. flexie
    - brachialis is belangerijkste flexor
    - biceps & bracioradialis
    - ideale werking tussen 80-90° flexie
    - C5/6 = n. musculucutaneus
  2. biceps
    - flexie + supinatie = belangerijke functionele beweging tijdens eten
    - krachtkoppel = posterior deel deltoideus
  3. extensie
    - triceps & anconeus
    - anconeus = veel type I = groot aandeel in stabilisatie
    –> VMO van elleboog
    - ideale werking tussen 20-30° flexie
    - C6-8 = n. radialis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

pronatie/supinatie rond elleboog

A
  1. algemeen
    - radius draait rond ulna
    - ulna = vast deel = bewegingsas is lengte richting ulna
    - beperkt door membrana interossea & chorda obliqua
  2. proviteren rond 3 punten
    - proximaal radius
    - chorda obliqua
    - distaal ulna
  3. belang ADL
    - supinatie = intieme hygiëne & geen compensatie mogelijk vanuit schouder
    - pronatie = meer nodig sinds recent = computer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

pronatie/supinatie beweging

A
  1. gekoppelde bewegignen
    - door 5e straal bij gesteunde ulna
    - door 3e straal bij niet-gesteunde ulna
    - pronatie = interne rotatie ulna
    - pronatie = 1,5mm proximale beweging van radius
  2. pronatie
    - pronator teres & quadratus
    - ook belangerijk voor stabiliteit
    - C6-8 = n. medianus
  3. supinatie
    - belangerijkste supinator is biceps
    - sipinator
    - C5-6 = n. radialis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

stabiliteit in de elleboog

A
  1. algemeen
    - grote anatomische congruentie
  2. mediaal lig. complex
    - anterior band = belangerijskte
    - posterior
    - transversale
  3. lateraal lig. complex
    - lig. collaterale laterale ulnare = belangerijskte
    - lig. annulare radii
    - lig. collaterale radiale
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

zenuwen van de elleboog

A
  1. n. ulnaris
    - verloop = posteromediaal elleboog
    - motorisch = intrinsieke hand
    - sensibel = ulnair pols & hand = ringvinger & pink
  2. n. medianus
    - verloop = mediaal van bicepspees
    - motorisch = flexoren pols & vingers
    - sensibel = handpalm & vingertoppen
  3. n. radialis
    - verloop = lateraal elleboog
    - motorisch = extensoren pols & vingers
    - sensibel = dorsaal hand & vingers
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

snelle evaluatie zenuwen onderarm

A
  1. n. radialis = vuist in dorsiflexie
  2. n. medianus = alle vingers gestrekt & duim tegen handpalm
  3. ulnaris = alle vingers gestrekt
  4. interosseus posterior = duim omhoog
  5. interosseus anterior = perfect teken met pincet greep
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

revalidatie principe elleboog

A
  1. functionele bewegingsboog
    - graden van flexie nodig voor bepaalde activiteiten
    - referentiekader
    - wat heb je nodig om functioneel te zijn
    - geen enkele activiteit heeft full-extension of full-flexion nodig
  2. noodzaak
    - naar mond
    - algemeen trekken
    - full-extension enkel bij turners voor punten
  3. gevolg
    - naar deze doelen toewerken
    - wilt niet zeggen dat dit nooit meer gaat terukomen
    - start open keten & 0° GH-abductie in gesloten keten
    - progressie naar 90° abductie in open keten = aberpositie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

DF/PF voor elleboog

A
  1. anatomie
    - DF = C6-8 n. radialis
    - PF = C6-8 n. medianus
  2. functie
    - analytisch
    - stabiliseren pols = vooral dit
    –> weinig effectieve bewegingen in pols
    - training door grijpen
  3. vingerspieren
    - synergie tussen vingerextensoren & vingerflexoren
    - beide moeten gelijke kracht hebben
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

flow-chart van gewrichtproblemen

A
  1. capsulair patroon in passief onderzoek
    - artritis = irriittatie gewrichtskapsel
    - flexie > extensie
    - weinig tot geen pro = supinatie
  2. geen capsulair patroon in passief onderzoek
    - lig of musculair
    - corpus liberum = vaak voorkomend in elleboog
  3. weerstandsonderzoek
    - pijn = tendinopathie
    - pijn & krachtverlies = partiële ruptuur & hoog actuele tendinopathie
    - krachtverlies = ruptuur of zenuwweefsel
    –> altijd gevaarlijk
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

traumatische artritis

A
  1. oorzaken
    - heel vaak betrokken bij een val
    - val op olecranon
    - hyperextensie moment
  2. kliniek
    - diffuse pjn postero-mediaal
    - BFO = capsulair patroon
    - indien pro/supinatie pijnlijk is = radiuskopfractuur mogelijk
  3. therapie
    - relatieve rust
    - ROM
    - functionaliteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

ideopatische artritis

A
  1. oorzaak
    - spontaan ontstaan
    - vaak systeemziekte = controleren onderliggende oorzaak
  2. kliniek
    - zwelling
    - kapsulair patroon
  3. therapie
    - afh van oorzaak
    - injectie & medicatie
    - mobilisatie & rekkingen
    - oefentherapie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

osteochondritis dissecans

A
  1. osteochondritis dissecans
    - 15-20j
    - meer vrouwen
    - vorm van RA
    - vaak bij sporten met hoge belasting
    = werpen, turnen & tennis
    - KB & bot holte
  2. therapie
    - conservatief
    - opnieuw hechten = post-op elleboog beleid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

stadia van osteochondritis dissecans

A
  1. vroeg stadium
    - geen pijn
    - recidiverende zwelling
    - lichte extensie beperking
  2. midden stadium
    - belastingsafhankelijke pijn
    - regelmatig blokkeren elleboog
    - crepitaties
    - flexie & extensie beperking
  3. laat stadium
    - continue pijn
    - pro/supinatie beperkt
    - ADL-stoornissen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

corpora libera

A
  1. ontstaan
    - oudere mensen
    - post-trauma of spontaan
    - vaak na osteochondritis dissecans
  2. kliniek
    - blokerend gevoel
    - wisselend flexie of extensie beperking
    - gestoord eindgevoel
    - beter na schudden
  3. therapie
    - als kine weinig effect
    - tracties = meer ruimte
    - kracht
    - chirurgie = wegzuigen van muis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

artrose

A
  1. oorzaak
    - belastende elleboog beroepen
    - bouw = hamers & drilboren
    –> vanaf 45j vaak bilateraal
    - turners = BL belasting in gesloten keten = slecht voor elleboog
    - post-trauma
    - systeem ziekte
    familiaal
  2. locatie
    - vooral art. humero-ulnaris
    - ook art. humero-radialis
  3. symptomen
    - capsulair patroon
    - crepitaties
    - verhard eindgevoel = flexie & extensie
    - mogelijk atrofie = afh van atrofie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

conservatieve therapie artrose

A
  1. pijndemping
    - NSAID
    - tractie ulna & radius
    - in LPP = 80° flexie
    - weke delen technieken
  2. mobilisatie
    - tractie
    - translatie
    - angulaire mobilisatie
    - mobiliserende oefentherapie = overhead
  3. oefentherapie
    - spiercomplex in orde maken
    - kracht & stabiliteit = drukken niet op gewricht
    - functiegericht trainen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

chirurgie artrose

A
  1. heelkunde
    - prothese proberen vermijden
    - niet zo goed als heup & knie
    - vb: stiff-elbow = vaak voorkomende complicatie met weinig therapie opties
  2. partiële destructie gewricht
    - artrosocpie = synovectomie, capsuectomie of artroplasiek
    - open ingreep = radiuskop prothese of radiocapitellaire prothese
  3. volledige destructie
    - 65- = artroplasiek of totale prothese
    - 65+ = totale prothese
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

orthopedisch cubartrose

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = degeneratief, traumatisch of congentiaal
    - natuurlijk herstel = geen herstel mogelijk
    - chirurgie = falen van conservatief
  2. chirurgie
    - techniek = totale prothese
    - toegangsweg = open
    - para-olecranon = naast
    - tricepsrelease = weke delen op bot
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

resultaten prothese

A
  1. resultaten
    - minder pijn
    - functionele mobiliteit 30-130°
  2. complicaties
    - instabiliteit
    - loslating
    - n. ulnaris irritatie
    - infectie = weinig beschermende weke delen & direct onder huid
  3. opsporen van infectie
    - tragere genezing wonde
    - warm & rood
    - algemene malaise
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

revalidatie na prothese

A
  1. acuut
    - heel afh van type prothese
    - radiuskop prothese = minder zwelling
    - post-op meteen bewegen
  2. bovenste lidmaat
    - hand veel zwelling
    - preventie frozen shoulder
    - schouder & hand mobiliseren
    - schouder & hand actieve oefeningen
  3. revalidatie
    - nooit forceren
    –> actief-geassisteerd overhead mobiliseren
    - niet meer dan 5kg heffen = zwakke prothese
    - opletten met varus/valgus krachten = loslatingen
    - bij re-fixatie triceps = 2m post-op geen weerstand extensie
    –> wel motor control
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

pronation douleureuse

A
  1. algemeen
    - 1-3j
    - radiuskop uit annulair lig.
    - longitudinale tractie aan arm in pronatie
  2. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = geen herstel nodig
    - chirurgie = reductie met 1 manoevre
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

tendinopathiën bij elleboog

A
  1. types
    - distale bicepspees
    - tendinopathie extensoren = tennis elleboog
    - tendinopathie flexoren-pronatoren = golfers elleboog
  2. normale pees
    - type I collageen bundels
    - oriëntatie in lengte richting
    - strak verpakt
  3. pathologie
    - microtraumatische gebeurtenissen
    - degeneratie type I & cellen
    - onvermogen tot groei & herstel
    - tendinose
30
Q

orthopedisch: golfers/tennis elleboog

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = degeneratief
    - natuurlijk herstel = weke delen op bot of niet mogelijk
    - chirurgie = indien geen effect conservatief
  2. chirurgie techniek
    - resectie = wegname van slecht stuk pees
    - resectie + herfixatie
  3. toegangsweg
    - artroscopisch
    - open
    - percutaan
31
Q

prevalentie tendinopathie extensoren

A
  1. prevalentie
    - 1-3%
    - 70-80% van alle elleboog tendinopathien
    - meer bij vrouwen
    - 45-50j = sarcopenie met daling capaciteit
    - vooral ECRB aangedaan
  2. impact
    - 6-48m aanwezig
    - 5% ziekteverlof
    - 5% chirurgie
32
Q

mechanisme tendinopathie extensoren

A
  1. pathofysiologie
    - compressie van radiuskop x extensoren
    - bij activiteiten met gecombineerde activiteit met flexoren
    - pijn lateraal elleboog
    - pijn heffen, grijpen, wringen, …
  2. typering
    - 1 = origo ERCL
    - 2 = insertie ECRB
    - 3 = caput radii ECRB
    - 4 = spierpees-overgang ECRB
    - 5 = extensor digitorum
    - tupes in literatuur in vraag gesteld
33
Q

tendinopathie extensoren multi-factorieel

A
  1. oorzaken pees
    - lokale pees pathologie
    - verminderde belastbaarheid
  2. oorzaken biomechanisch
    - veranderingen pols bij grijpen
    - verminderde reactie tijd
    - algemene zwakte BL
  3. oorzaken chronisch
    - verhoogde activiteit glutaminerge pathways = verandering pijnsysteem
    - reorganisatie motorische cortex
34
Q

tendinopathie extensoren risicofactoren

A
  1. lichaam
    - BMI >25
    - hoge cholesterol
    - abdominaal vet induceert ontstekingen
  2. levensstijl
    - roken
    - handenarbeiders = slechtere outcome op langere termijn
    - sedentair
  3. medicatie
    - 10m statines = cholesterol remmers
    - 8d-6m fluoroquinolones = antibiotica
  4. MSK
    - RC-pathologie
    - nek & schouder pijn
    - EDS = COL5A1 = genetisch
    - pyschosociale factoren & verwachtingen
35
Q

provocatie van tendinopathie extensoren door sport

A
  1. tennis foute techniek
    - bal te vroeg of te laat raken
    - onstabiele pols bij backhand
    - foute positie van voeten
  2. tennis modaliteiten
    - duur
    - frequentie
    - grootte & gewicht van racket
  3. padel
    - enorme boost
    - laag drempelig = mensen die lang niet meer sportte beginnen intensief
    - ook geen buffer in racket
36
Q

testbatterij voor tendinopathie extensoren

A
  1. anamnese = pijn laterale condyl regio
  2. BFO
    - passieve extensie is pijnlijk
    - DF pols pijnlijk
    - vingerextensie 3e straal pijnlijk of verzwakte
    –> differentatie met 2e vinger = niet aangedaan
  3. grijpkracht
    - dynamometer
    - pijnvrije ratio is sterk gedaald = L/R verschil
    - 5-10% daling van gestrekte arm tov. lichte flexie
  4. TO
    - Cozens-test = extenrische PF-ulnarie deviatie vanuit DF-radiale deviatie
    - Maudsley-test = MTP3 extensie tegen weerstand
    - stoel-test
37
Q

therapie tendinopathie extensoren

A
  1. algemeen
    - zelflimiterend = 10-18m
    - kine = versnellen
  2. onderdelen
    - strechting werkt niet
    - corticoïd inspuiting = minder goed dan wait & see
    - cryo/warmte
    - taping
    - specifiek gedoseerde oefeningen
38
Q

oefentherapie tendinopathie extensoren

A
  1. pijn
    - max 3/10
    - continu op zoek gaan naar pijnlijke zone = niet bevorderend
  2. doelen
    - isometrisch voor pijndemping
    - progressieve belasting
    - grijpoefeningen = flexoren & extensoren samen
  3. provocatie
    - grijp oefeningen zijn te provocatief in eerste fase
    - beginnen met geplooide elleboog = minder provocatief
    - 3e straal in verlengde onderarm = goede pols hygiëne
39
Q

differentiaal diagnose voor tendinopathie extensoren

A
  1. neurogeen
    - TOS
    - compressie n. radialis of n. interosseus posterior
    - C6-7 refered pain
    - CANS complaints of arm, neck & schoulder
    - RSI hyperalgesie
  2. elleboog
    - kneuzing proximale radio-ulnaire gewricht
    - post-distrotie
    - instabiliteit lateraal
    - artrose
    - corpus liberum
    - inflammatie/degeneratieve artritis
  3. andere
    - compensatie forzen shoulder
    - inflammatoie anconeus
40
Q

onderzoek neurologische differentiaal diagnose

A
  1. quantitative sensory testing
    - temp = warm vs koud
    - mechanische hyperalgesie
    - temporele summatie = hands-off vs on of taping kan zorgen voor toename
    - gevolg = pijnvrij oefenen
  2. differentatie zenuw
    - reflexen
    - dermatomen
    - kracht
    - sensibiliteit
    - tinel
41
Q

zenuw lengtetesten

A
  1. n. medianus
    - schouder abductie 90°
    - elleboog extensie
    - supinatie & dorsiflexie
  2. n. ulnaris
    - schouder abductie 90°
    - elleboog flexie
    - 4-5e vinger DF
  3. n. radialis
    - schouder abductie 90°
    - elleboog extensie
    - pronatie & palmair flexie
42
Q

tendinopathie flexoren-pronatoren

A
  1. algemeen
    - gemeenschappelijke oorsprong
    - algemene ligging van spieren kennen
    - meest mediaal & proximaal = pronator teres
    - meest lateraal & distaal = FCU
  2. prevalentie
    - minder dan 1%
    - 10-20% elleboog tendinopathie
    - tussen 35-40 en 55-60j
    - 50% associatie met ulnaire neuropathie
    - last ontstaat geleidelijk
  3. risicofactoren
    - zelfde als tenniselleboog
    - belastende arbeid = vijzen draaien & pneumatische gereedschappen
    –> highload-prontatie
    - sport = werpen & golven
    - valgus component
    - val in abductie = microtrauma op structuur
43
Q

DD tendinopathie flexoren-pronatoren

A
  1. neurogeen
    - C6-7 refered pain cervicale wervelzuil
    - TOS
    - n. medianus = pronator teres syndroom
    - n. ulnaris
  2. andere
    - traumatisch artritis
    - HU artrose
    - avulsie fractuur bij jongeren
    - UCL
44
Q

kliniek tendinopathie flexoren-pronatoren

A
  1. kliniek
    - pijn anterior epicondylus medialis
    - vaak uitstralen
    - vaak teno-ossaal > teno-musculair
  2. bewegingen
    - ADL = uitschenken & opendraaien
    - pijn bij grijpen
  3. BFO
    - actief = eindstandige pijn, flexie door compressie & extensie door rek
    - passief = zelfde + eindstandige supiantie
    - weerstand = PF met gestrekte elleboog, pronatie & vingerflexie
  4. TO
    - test voor pronator teres syndroom
    - n. medianus & ulnaris testen
    - reverse Cozens
    - Polk)test
45
Q

therapie van tendinopathie flexoren-pronatoren

A
  1. pijndemping
    - weke delen = dwarse rekkingen
    - warmte therapie
    - isometrische oefentherapie bij reactieve tendinopathie
    - taping
  2. verhogen belastbaarheid = volgorde
    - mobiliteit herstellen
    - spieronevenwicht herstellen
    - concentrisch/excentrische oefentherapie
    - functionele oefentherapie
    - rekkingen
    - valguscomponent = thrower-10-program
46
Q

therapie tendinopathie flexoren-pronatoren aandacht

A
  1. vingerflexoren meenemen
    - begin met open hand openingen
    - isometrisch grijpen
    - pronatie & isometrisch
    - nadien = concentrisch & excentrisch
  2. geen vooruitgang
    - beperking gewrichtsmuis
    - slechte positie os scaphoideum na val
47
Q

elleboog instabiliteit

A
  1. stabiliteit
    - vooral MCL
    - vooral anterior deel MCL
  2. luxatie
    - na schouder meest frequent
    - normaal erg stabiel = bijna nooit spontaan
    - vaak heel duidelijk maar kan ook gemist worden
  3. typische bewegingen
    - supinatie vanuit extensie
    - werpbeweging met valgus kracht
    - val op gestrekte elleboog
  4. typische sporten
    - olympisch gewichtheffen
    - judo
    - rugby
48
Q

mediale instabiliteit

A
  1. mediale instabiliteit
    - pijn voor & mediale zijde
    - lateraal ook pijn door compressie
    - flexie-extensie beperking
    - valgus = abnormale bewegelijkheid rond 20° flexie
  2. mediale luxatie
    - functie ondrzoek onmogelijk
    - abnormale stand van gewricht
49
Q

instabiliteit in andere richtingen

A
  1. laterale instabiliteit
    - zelden
    - bij kinderen < 8j
    - (sub)luxatie radiuskop door tractietrauma
  2. posterior instabiliteit
    - 80% traumatisch
    - posterolateraal = frequensts
    - vermijden maximale extensie
    - positieve varus op 20° flexie
  3. anterior instabiliteit = zelden
50
Q

therapie elleboog luxatie

A
  1. conservatief enkel instabiliteit
    - spierversterking & stabiliteit soms genoeg
    - acuut = brace voor volledig strekken tegen gaan
    - flexie is geen probleem
  2. luxatie
    - conservatieve repositie onder narcose
    - mogelijk externe fixatie voor lig. heling
    - heelkunde indien te onstabiel of verplaatst
    - opbouw van stabiliteit & revalidatie soft-tissue letsels
  3. doelen
    - mobiliteit herstellen overhead
    - MC & proprioceptie
    - oefentherapie = open keten
    - functionele oefentherapie
    - rekkingen
51
Q

orthopedisch: luxatie

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = weke delen op bot
    - chirurgie = indien recidiveren
    –> kleinere kans dan bij schouder
  2. aMCL valgus instabiliteit
    - tests = miliing maneuver & moving valgusstress
    - techniek = MCL-reconstructie
    - toegangsweg = artrosocpisch
    - herstel = weke delen op bot
  3. LCL postero laterale instabiliteit
    - tests = zelfde manoevres maar naar buiten duwne + chair sign
    - techniek = LCL-reconstructie
    - toegangsweg = open
    - herstel = weke delen op bot
52
Q

elleboog fracturen

A
  1. algemeen
    - bijna altijd door impact
    - elleboog = vaak bij vallen
    - type fractuur = afh van type val
  2. types
    - distale humerus fractuur
    - olecranon fractuur
    - radiuskop fractuur
53
Q

supracondylaire humerusfractuur

A
  1. oorzaak = val op gestrekte arm
  2. revalidatie
    - direct actieve oeveneingen schouder vingers
    - na gips = draagdoek
    - lichte mobilisaties
  3. controle neurovasculair bundel
    - a. brachialis
    - n. medianus
54
Q

orthopedisch: distale humerus fractuur

A
  1. types
    - supracondulair = boven condylen
    - condylair = tussen condylen
    - intercondulair = 2 breuken die samen komen tussen condylen
  2. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = bot
    - chirurgie = indien verplaatst
  3. chirurgie kinderen
    - techniek = osteosynthese met pinning
    - toegangsweg = gesloten
    –> CRIF closed reduction + internal fixation
    - herstel = botherstel
55
Q

orthopedisch: distale humerus voor volwassenen

A
  1. chirurgie volwassenen
    - techniek = osteosynthese of elleboog prothese
    - toegang = open
  2. triceps in de weg
    - olecranonstomie = bot herstel
    - tricepssplit = weke delen herstel
    - tricepsrelease = weke delen op bot
    - langs tricep = resectie
56
Q

olecranon fractuur

A
  1. algemeen
    - rechtstreekse slag op olecranon
    - meestal verplaatst door triceps activiteit
    - chirurgie = tension band
  2. revalidatie
    - meteen oefenignen vingers & schouders
    - MC spieren elleboog
    - na een week = actieve flexie-extensie
57
Q

orthopedisch: olecranon fractuur

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = bot
    - chirurgie = indien verplaatst
  2. chirurgie
    - techniek = osteosynthese
    - toegangsweg = open
    - herstel = bot herstel
58
Q

radiuskop fractuur

A
  1. algemeen
    - combinatie compressie & valguskracht
    - centrum van pro-supinatie as
    - mechanische steunpilaar
  2. klinisch
    - pro-supinatie beperkt
    - drukpijn
    - soms crepitaties
  3. Rx
    - vaak miskend
    - nooit patiënt in vraag stellen
    - bij twijfel nieuwe foto
59
Q

types radiuskop fractuur

A
  1. type I
    - korte immobilisatie
    - mobilisatie vanaf pijn toelaat
  2. type II
    - fragment minder dan 30% = conservatief
    - fragment meer dan 30% = heelkundige repositie & fixatie
  3. type III
    - moeilijk te fixeren
    - vaak prothese nodig
60
Q

orthopedisch radiuskop fractuur

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = bot
    - chirurgie = indien verplaatst of in de weg
    –> controleren of pro-supinatie nog goed verloopt
  2. chirurgie technieken
    - osteosynthese = bot herstel
    - prothese
    - resectie
    - LCL-herstel = weke delen op bot
  3. chirurgie toegangsweg
    - artroscopisch
    - open = Kaplan approach tussen spieren
61
Q

orthopedisch dubbele voorarm fractuur

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch
    - natuurlijk herstel = bot
    - chirurgie = ja
    –> delicaat evenwicht pro-supinatie volledig verstoord
  2. chirurgie
    - techniek = osteosynthese
    - toegangsweg = open tussen spieren
    - herstel = botherstel
62
Q

therapie van fracturen

A
  1. type therapie
    - fixaties & platen kunnen beperkingen gebven
    - beeldvorming nakijken
    - forceren kan nutteloos zijn
  2. revalidatie
    - veel overhead mobilisaties
    - pas volledige belasting op 6w = consolidatie
63
Q

neurologische aandoeningen

A
  1. entrapment van zenuw
    - post-op
    - post-traumatisch
  2. kliniek
    - anatomische kennis
    - functionele testen
  3. therapie
    - nerve gliding = distaal-proximaal
    - spiegeltherapie
    - training plasticiteit hersenen
    - elektrotherapie
64
Q

post-op principes elleboog

A
  1. verwachte bevindingen
    - hypertonie biceps & brachialis
    - atonie triceps vooral in end range
    - veel schoudercompensaties
    - ROM beperking
  2. therapie
    - tonus vermidneren
    - MC triceps
    - actief geassisteerde mobilisatie = overhead
    –> doel is totale range van 120° zo snel mogelijk
    - postuur theraband = nooit door grijpen want flexie-ketting blijft opgespannen
  3. andere
    - communicatie arts
    - kennis operatie
65
Q

werken met osteosynthese materiaal

A
  1. kennis
    - operatie = kenmerken & CI
    - fasen van herstel
    - red flags
    - materiaal gebruikt
  2. communicatie
    - radiologie
    - geen risico’s nemen
    - communicatie met chirurg/arts
66
Q

progressie van ROM door tijd

A
  1. ROM locatie
    - schouder & hand nog voor elleboog
    - frozen shoulder
    - shoulder-handsyndroom
  2. ROM type
    - bovenhands korte lastarm
    - lange lastarm
    - belaste vormen = weightbearing
  3. doel
    - winnen ROM
    - vergroten van controle binnen ROM
    - stabiliteit
    - functie herstel
  4. andere aandachtspunten
    - altijd beginnnen in open keten
    - eindigen in Aberpositie = 90-90°
    - flexie-contractuut = CRAC-technieken
67
Q

aandacht bij elleboog post-op

A
  1. algemeen
    - erg gevoelig aan immobilisatie = direct mobiliseren
    - oppassen voor stijve elleboog
  2. heterotope ossificatie
    - uitgestelde chirurgie
    - spasticiteit
    - coma = afwisselen extensie links & flexie rechts
    - MRI-CT = 3D reconstructie
68
Q

stijve elleboog

A
  1. ROM
    - acceptabele ADL functie = 30-130°
    - super kleine ROM = 10-20°
  2. algemene oorzaken
    - post-traumatisch
    - post-chirurgie
    - als kine oorzaak = te vaak te intens mobiliseren
    - genetische factoren zijn aanwezig maar onbekend
  3. preventie post-op
    - individueel afhankelijk
    - rust & medicatie afwegen met mobilisatie
    - ook intensiteit oppassen
69
Q

andere oorzakken stijve elleboog

A
  1. intrinsieke factoren
    - gelimiteerde proprioceptie
    - KB-lijden
    - osteofyt
  2. extrinsieke facotren
    - sterk litteken
    - spiercontractuur
    - lig-problemen
    - kapsulaire-problemen
70
Q

therapie stijve elleboog

A
  1. conservatief
    - zachte rekkingen
    - Mulligan mobilisatie
    - puur passief niet aangewezen
    - traagheid van process accepteren = 10° per 2m
  2. heelkunde = indien langer dan 2m geen progressie
71
Q

n. ulnaris lijden

A
  1. orthopedische evaluatie
    - letsel = degeneratief, traumatisch & compressie
    - natuurlijk herstel = geen herstel mogelijk of nodig
    - chirurgie = indien lage kans op recuperatie
  2. chirurgie
    - techniek = n. ulnaris release
    - toegangsweg = endoscopisch of open
    - herstel = resectie
72
Q

bursitis olecrani

A
  1. functie
    - kussen tussen bewegend & statisch deel
    - geen irritatie tussen delen
    - normaal plat
    - kleine hoeveelheid smeer vloeistof
  2. orthopedische evaluatie
    - letsel = traumatisch, RA of infectie
    - natuurlijk herstel = geen herstel mogelijk
    - chirurgie = ja
  3. chirurgie techniek
    - incisie = etter weglaten
    - resectie = volledige busra wegnemen
  4. chirurgie
    - toegangsweg = open
    - herstel = resectie