Perfectum-Imperfectum -2 Flashcards
IE, E
bedriegen (to cheat)
bedroog-bedrogen
hebben bedrogen
bieden (to offer)
bood-boden
hebben geboden
gieten
goot-goten
hebben gegoten
kiezen
koos-kozen
hebben gekozen
liegen (to lie)
loog-logen
hebben gelogen
schieten (to shoot)
schoot-schoten
hebben geschoten
verbieden (to forbid, to prohibit, to ban)
verbood-verboden
hebben verboden
verliezen (to lose)
verloor-verloren
hebben verloren
vliegen
vloog-vlogen
hebben gevlogen
vriezen
vroor-vroren
hebben gevroren
eten
at-aten
hebben gegeten
geven
gaf-gaven
hebben gegeven
lezen
las-lazen
hebben gelezen
vergeten
vergat-vergaten
hebben vergeten
bidden (to pray)
bad-baden
hebben gebeden
liggen
lag-lagen
hebben gelegen
zitten
zat-zaten
hebben gezeten
blazen (to blow)
blies-bliezen
hebben geblazen
houden
hield-hielden
hebben gehouden
laten
liet-lieten
gelaten
lopen
liep-liepen
zijn/hebben gelopen
roepen (to call)
riep-riepen
geroepen
slapen
sliep-sliepen
hebben geslapen
vallen
viel-vielen
zijn gevallen
hebben
had-hadden
hebben gehad