25 maart 2024 Flashcards
fire
het vuur
1 stalk of chicory
1 stronk witloof
to leak, to let leak
laten uitlekken
De geheime documenten zijn uitgelekt.
(The secret documents were leaked.)
De regering heeft laten uitlekken dat er nieuwe belastingen komen. (The government has leaked that there will be new taxes.)
Het is belangrijk om te controleren of er geen gassen lekken.
(It is important to check for gas leaks.)
even + ?
dezelfde /hetzelfde +?
allebei –>?
even + adjectief –> altijd zijn ile kullanilir
Ze zijn even groot
dezelfde /hetzelfde + substantief
Ze hebben hetzelfde gezicht
S+V+ allebei (Cumle allebei ile baslamaz)
Ze zijn allebei blond
to show, display
exhibition
tonen
de tentoonstelling
Kun je me de foto’s tonen? (Can you show me the photos?)
De winkel toont de nieuwste mode. (The store is displaying the latest fashion.)
to underline
onderstrepen
Kun je de belangrijke woorden onderstrepen?
(Can you underline the important words?)
past
het verleden
Participium
SoFT KeTCHuP –>?
SoFT KeTCHuP –> (s,f,t,ch,p) + TE
STAM + TE
bakken–> bak–> bakte
wachten–> wacht–> wachtte
digerleri + DE
verbas eindigen op “t” of “d” –> participium?
antwoorden –> antwoordde
praten –> pratte
to get, to fetch (gidip getirmek, gidip almak))
halen
Ik heb mijn rijbewijs gehaald!
(I got my driver’s license!)
cute
schattig
Imperfectum Conjugations (Cekimler)
Ik
Jij
.
.
Ik bakte
Jij bakte
U bakte
Hij/Zij bakte
Wij bakten
Jullie bakten
Zij bakten
this morning
vanmorgen
the old couple
het oude koppel (singularis)
hand in hand (el ele)
hand in hand
to argue
ruziemaken
De kinderen waren aan het ruziemaken. (The children were arguing.)
Mijn ouders maakten altijd ruzie. (My parents always argued.)
We hebben ruziegemaakt over wie er afwast. (We argued about who would do the dishes.)
“el” ile biten isimler nasil pluralis olur?
altijd “s” alarak pluralis olur
tafels
koppels
toddler
de kleuter (2.5-5 jaar oud)
to get out” or “to exit
Uitstappen –> imperfectum–> stapte uit
Ik stap uit de bus. (I get out of the bus.)
To get out of a vehicle:
Kun je me even uitstappen? (Can you let me out here?)
De bus stopt hier, u kunt uitstappen.
(The bus stops here, you can get out.)
To leave a place:
Ik ga nu uitstappen. (I’m going to leave now.)
We zijn al uitgestapt. (We’ve already left.)
to get on X out
Instappen X Uitstappen
Ik stap in de bus (I’m getting on the bus)
Ik stap uit de bus. (I get out of the bus.)
to paint
verven
Ze verfde de muren van haar huis
reizen
leven —> imperfectum ?
verven
reizen –>reisde
leven —> leefde
verven –>verfde
roasted chicken
de gebraden kip
peanut butter
de pindakaas
to taste
proeven
recipe (tarif)
het recept
Imperatief (Zorunluluk, sart kosma)
Zijn –>?
Uitdoen –>?
zijn –> wees –> wees braaf (be brave)
Uitdoen –> doe het licht uit
Imperatiefleri daha sempoatik yapmak icin kullanilan kelimeler?
Kom maar hier!
Kom eens hier!
Kom even hier!
Doe maar niet!
Zeg maar eens! (daha da sempatik)
Zeg maar even!
Add the carrots to the sauce
Put the carrots to the pan
Voeg de wortelen toe aan de saus
Voeg de wortelen toe in de pot
a sachet of vanilla sugar
2 boxes of vanilla ice cream
een zakje vanillesuiker
2 dozen vanille-ijs
What’s in it?
There is rice in it
There are mushroms in it
Wat zit erin?
Er zit rijst in
Er zitten champignons in
meatballs in a sweet and sour cherry sauce
balletjes met krieken
That’s a dish my grandmother prepared
Dat is een gerecht dat mijn grootmoeder klaarmaakte