Chapter 16 NEW Flashcards
To burn
Branden
To have the light on
De lamp laten branden
The member
Het lid
To join,
To subscribe
Lid worden van
The club, association
De vereniging
To bite off. To gnaw
Knagen
Tobbe busy with
Het druk hebben met
To run. To turn
Draaien
The finish
De eindstreep
To get to the finishing line
De eindstreep halen
To feel for
Begaan zijn met
To join
Ergens bij komen
To channel-surf
Zappen
Bound by friendship
Bevriend
To become friends
Bevriend raken met
Centuries old
Eeuwenoud
Initially
Aanvankelijk
To bloom
Tot bloei komen
To establish
Oprichten
Something for everyone
Voor ieder wat wils
Everything you can think of
Je kunt het zo gek nog niet bedenken
In groups
In groepsverband
The stamp
De postzegel
Collect
Verzamelen
Equal
Gelijk
At least
Minstens
To be a member of
Ergens bij zitten
Followed by
Gevolgd door
The coherence
De samenhang
To lead to
Leiden tot
The recreation
De vrijetijdsbesteding
The membership
Het lidmaatschap
The participation
De deelname aan/
De participatie
To be involved with
Betrokken zijn bij
The commitment
De betrokkenheid
Weekly
Wekelijks
Monthly
Maandelijks
The sociability, the conviviality
De gezelligheid
Tight, strong
Hecht
To have a bond, connection with
Een band hebben met
To get in contact with
In aanraking komen met
The opinion
De opvatting
The population group
De bevolkingsgroep
The consumer
De consument
The trade union
De vakbond
The movement
De beweging
The interest group, lobby
De belangenorganisatie
The political party
De politieke partij
To unite
Zich verenigen in
To join
Zich aansluiten bij
To be a part of
Behoren tot
To resit. To deliver
Opleveren