6.1 - 6.3 Eiwitten Flashcards

1
Q

Wat zijn zymogenen en waarom worden ze inactief aangemaakt?

A

Zymogenen zijn inactieve enzymvoorlopers die pas geactiveerd worden op de plaats waar ze nodig zijn. Dit voorkomt autodigestie (zelfvertering, doorboring, verweeking) van de organen die de enzymen produceren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe wordt pepsinogeen omgezet in zijn actieve vorm?

A

Pepsinogeen wordt in de maag door zoutzuur (HCl) omgezet in pepsine, het actieve enzym dat eiwitten afbreekt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is het verschil in eiwitbehoefte tussen een kracht- en duursporter?

A

Krachtsporters: 1,5-2,0 g eiwit/kg lichaamsgewicht per dag.

Duursporters: 1,2-1,4 g eiwit/kg lichaamsgewicht per dag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat gebeurd er met eiwitten bij een positieve energiebalans?

A

Overtollige eiwitten worden omgezet in vetten of gebruikt voor energie als glycogeenvoorraden vol zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat gebeurt er met eiwitten bij een negatieve energiebalans?

A

Het lichaam breekt spiereiwitten af voor energie, wat leidt tot spierverlies?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe draagt eiwitinname na inspanning bij aan spierherstel?

A

Eiwitinname ondersteunt spierherstel door spierafbraak te verminderen en spiersynthese te bevorderen, vooral binnen 48 uur na inspanning.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de rol van de alvleesklier (pancreas) bij de eiwitvertering?

A

De alvleesklier scheidt zymogenen uit, zoals trypsinogeen, chymotrypsinogeen en procarbopeptidase, die in de dunne darm worden geactiveerd tot hun actieve enzymvormen voor verdere eiwitafbraak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke enzymen spelen een rol bij de afbraak van polypeptiden in de dunne darm?

A

Trypsine, chymotrypsine, carboxypeptidase, aminopeptidases, dipeptidases en tripeptidases breken polypeptiden af tot aminozuren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de rol van enterokinase bij de eiwitvertering?

A

Enterokinase, geproduceerd door het slijmvlies van de dunne darm, activeert trypsinogeen tot trypsine, wat op zijn beurt andere zymogenen activeert.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waarom kunnen alleen aminozuren worden opgenomen in de bloedbaan?

A

Alleen vrije aminozuren kunnen door de darmwand heen in de bloedbaan worden opgenomen. Di- en tripeptiden moeten eerst worden afgebroken door specifieke enzymen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe kan een tekort aan essentiële aminozuren de gezondheid beinvloeden?

A

Een tekort kan leiden tot spierafbraak, verminderde eiwitsynthese

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de “anabole window” en hoe lang duurt deze?

A

De periode na een training waarin spiereiwitsynthese verhoogd is. Dit venster duurt niet slechts enkele uren, maar kan tot 48 uur na inspanning doorgaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe draagt krachttraining bij aan spiergroei op cellulair niveau?

A

Krachttraining stimuleert de synthese van contractiele eiwitten (actine en myosine) en verhoogt het aantal sarcomeren en myofibrillen, wat leidt tot spierhypertrofie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke adaptaties in de spieren treden op bij duurtraining?

A

Duurtraining verhoogt het aantal en de grootte van mitochondriën, de capallarisatie en de hoeveelheid oxidatieve ezymen, zonder significante hypertrofie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is het verschil tussen netto eiwitsynthese en netto eiwitafbraak?

A

Netto eiwitsynthese treedt op wanneer de eiwitsynthese groter is dan de afbraak, terwijl netto eiwitafbraak optrreedt als de afbraak groter is dan de synthese, bijvoorbeeld bij onvoldoende eiwitinname

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe verschilt de eiwitbehoefte tussen een omnivoor, vegetariër en veganist?

A

Omnivoor: 0,8 g/kg lichaamsgewicht.

Vegetariër: 1,2x hoger (0,96 g/kg).

Veganist: 1,3x hoger (1,04 g/kg), vanwege de lagere verteerbaarheid van plantaardige eiwitten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat betekent de term ‘biologische waarde’ (BV) bij eiwitten?

A

De biologische waarde geeft aan hoeveel van het geconsumeerde eiwit daadwerkelijk wordt opgenomen en gebruikt door het lichaam. Hoe hoger de BV, hoe efficiënter het eiwit benut wordt.

18
Q

Wat is de PDCAAS-score en waarom wordt deze gebruikt?

A

De Protein Digestibility-Corrected Amino Acid Score (PDCAAS) beoordeelt de kwaliteit van een eiwit op basis van de aminozuursamenstelling en verteerbaarheid. Het wordt vaak gebruikt om de voedingswaarde van verschillende eiwitbronnen te vergelijken.

19
Q

Wat is het verschil tussen ‘net protein utilization’ (NPU) en ‘biologische waarde’ (BV)?

A

BV meet hoeveel van het geconsumeerde eiwit wordt opgenomen en gebruikt.

NPU meet de verhouding tussen geabsorbeerde eiwitten en daadwerkelijk in het lichaam ingesloten eiwitten, inclusief verliezen via feces en urine.

20
Q

Hoe wordt een overschot aan aminozuren in het lichaam verwerkt?

A

Overtollige aminozuren kunnen niet worden opgeslagen en worden via de deaminatie omgezet in ammoniak en ureum, waarna ze via de nieren worden uitgescheiden. De rest kan worden gebruikt voor energieproductie of vetopslag.

21
Q

Wat is de rol van glutamine in het lichaam?

A

Glutamine is een semi-essentieel aminozuur dat een belangrijke rol speelt in spierherstel, het immuunsysteem en de regulatie van stikstofbalans in het lichaam.

22
Q

Hoe beïnvloedt een tekort aan leucine de spieropbouw?

A

Leucine is een Branched Chain Amino Acid (BCAA) die een sleutelrol speelt bij de activatie van mTOR, een signaalroute die essentieel is voor spiergroei en eiwitsynthese.

23
Q

Wat zijn de voordelen en nadelen van plantaardige eiwitten ten opzichte van dierlijke eiwitten?

A

✅ Voordelen: Hoger in vezels, lager in verzadigde vetten, beter voor het milieu.

❌ Nadelen: Vaak een lagere biologische waarde, missen soms essentiële aminozuren, slechtere verteerbaarheid.

24
Q

Wat is het nut van eiwitsupplementen voor sporters?

A

Eiwitsupplementen zoals whey en caseïne kunnen helpen om de eiwitbehoefte te bereiken, vooral direct na inspanning, wanneer snelle eiwitaanvulling gewenst is voor spierherstel.

25
Q

Wat is het verschil tussen whey en caseïne?

A

Whey: Snel verteerbaar, ideaal voor spierherstel na training.

Caseïne: Langzaam verteerbaar, ideaal voor langdurige aminozuurafgifte, zoals voor het slapengaan.

26
Q

Waarom hebben veganisten een hogere eiwitaanbeveling dan omnivoren?

A

Plantaardige eiwitten worden minder efficiënt verteerd en opgenomen, dus veganisten hebben ongeveer 1,3x de normale aanbeveling nodig om voldoende aminozuren binnen te krijgen.

27
Q

Wat is sarcopenie en hoe kan eiwitconsumptie dit beïnvloeden?

A

Sarcopenie is leeftijdsgebonden spierverlies. Voldoende eiwitinname en krachttraining kunnen spierafbraak vertragen en spiermassa behouden

28
Q

Wat is het verschil tussen katabolisme en anabolisme van eiwitten?

A

Katabolisme: Afbraak van eiwitten tot aminozuren voor energie of hergebruik.

Anabolisme: Opbouw van nieuwe eiwitten, zoals spierweefsel, uit aminozuren.

29
Q

Wat gebeurt er met spiereiwitten tijdens vasten of caloriebeperking?

A

Bij een energietekort kan het lichaam spiereiwitten afbreken voor energie, vooral als koolhydraat- en vetvoorraden uitgeput zijn

30
Q

Hoe beïnvloedt insuline de eiwitopname en spiergroei?

A

Insuline stimuleert de opname van aminozuren in de spieren en bevordert de eiwitsynthese door mTOR-activatie

31
Q

Hoe beïnvloedt stress de eiwitbehoefte van het lichaam?

A

Chronische stress verhoogt de afbraak van spiereiwitten en kan de eiwitbehoefte verhogen, vooral tijdens ziekte of intensieve training.

32
Q

Waarom wordt eiwit gecombineerd met koolhydraten aanbevolen na training?

A

Koolhydraten verhogen de insulineproductie, wat de opname van aminozuren in de spieren bevordert en spierherstel versnelt.

33
Q

Wat is cachexie en hoe kan eiwitconsumptie hierbij helpen?

A

Cachexie is ernstige spierafbraak door ziekte (bv. kanker, COPD). Voldoende eiwitinname en krachttraining kunnen spierverlies beperken.

34
Q

Wat is het verschil tussen endogene en exogene eiwitten?

A

Endogeen: Eiwitten die het lichaam zelf aanmaakt.
Exogeen: Eiwitten uit voeding of supplementen.

35
Q

Wanneer worden eiwitten gebruikt als energiebron?

A

Vooral bij langdurige inspanning, vasten of koolhydraattekort, waarbij aminozuren via gluconeogenese worden omgezet in glucose.

36
Q

Wat is de glucose-alanine cyclus?

A

Alanine wordt in spieren gevormd uit aminozuren, naar de lever getransporteerd en daar omgezet in glucose.

37
Q

Wat gebeurt er met overtollige aminozuren?

A

Ze worden omgezet in ureum en uitgescheiden via de urine, of gebruikt als energiebron.

38
Q

Welke aminozuren zijn belangrijk voor spierherstel en groei?

A

BCAA’s (leucine, isoleucine, valine) spelen een grote rol bij spierherstel en -opbouw.

39
Q

Wat is het effect van krachttraining op eiwitmetabolisme?

A

Het verhoogt de eiwitsynthese en stimuleert spiergroei, vooral bij voldoende eiwitinname.

40
Q

Waarom is eiwitinname direct na inspanning belangrijk?

A

Omdat het de spierherstel en -opbouw versnelt door de eiwitsynthese te stimuleren.