Week 8 Flashcards
Als ik te laat aankom, blijf dan heel ontwijkend/vaag
Si j’arrive trop tard, restez le plus évasif possible.
Leg het mij uit in je eigen woorden/op jouw manier
Expliquez-moi à votre façon
Maar u hebt mij gevraagd om in mijn eigen woorden te antwoorden.
Mais vous m’avez demandé de répondre avec mes propres mots.
we doen het op mijn manier.
On fait à ma façon.
Maar laat me het op mijn manier doen.
Mais laissez-moi le faire à ma façon.
Ontwijkend/ vaag
évasif/évasive
Wegwezen! Ga weg!
Dégage
Ja, Ik wacht, dank u wel.
Oui, je patiente, merci.
Je mag hem niet eens, wat kan het jou schelen?!
Tu l’aimes même pas. Qu’est-ce que ça peut te foutre ?
- maak dan dat je wegkomt!
- rot op/verdwijn uit mijn ogen
- Barrez-vous
- Casse toi
Vrijen
Baiser
Hij gaat ervandoor/hij ontsnapt
Il se barre
losmaken
détacher
aan boord gaan (vliegtuig, boot)/inschepen/pikken
Embarquer
De passagiers gaan aan boord gaan
Les passagers vont embarquer.
passagiers inschepen goederen inladen
embarquer des passagers/des marchandises
Hij heeft mijn pen gepikt
Il a embarqué mon stylo
Het vliegtuig vertrekt/stijgt op om 12 uur.
L’avion décolle à 12 h.
in de fleur van zijn leven
àla fleur de l’âge
Ik lig in de zetel/ ik zit in de zetel
Je m’allonge sur le canapé/ je suis assis(e) sur le canapé
Een voetenbankje
Un repose-pied
het diner van gisteren eten
Manger le dîner de la veille.
Ik ben niet op de hoogte
Je ne suis pas au courant
wat doe je in hemelsnaam?
wat ben je verdomme aan het doen?
Qu’est-ce que vous foutez?!
Hij is knock-out geslagen
Il a été assommé
Ik heb geprobeerd het haar uit te leggen.
Ik heb geprobeerd haar te bellen.
J’ai tenté de lui expliquer.
J’ai tenté de l’appeler
Ik heb hem vermoord (twee mogelijkheden)
Je l’ai tué
je l’ai buté (un peu vulgaire)
plantaardige geneesmiddelen gebruiken
se soigner avec des plantes
zich tot een arts wenden
avoir recours à un médecin
gerechtelijke stappen ondernemen
avoir recours à la justice
zijn verdomd dagelijkse leven
sa foutue vie quotidienne
de verteller
le narrateur
de afwijzing/afstoting
le rejet
afkeuring (adj)
réprobateur
dat is verschrikkelijk
quelle horreur
Zich verzorgen
se soigner
genezen zijn
être guéri(e)
zich beter/minderwaardig voelen
avoir un sentiment de supériorité/d’infériorité
zich superieur voelen dan iemand
se sentir supérieur à quelqu’un
verbaasd (adverbe)
étonnement
de levenswijze/stijl
le mode de vie
zich tot iemand wenden, zijn toevlucht nemen tot iets
avoir recours à
breder/ruimer maken
vergroten
élargir
men telt..
on dénombre
een monster/een staal
un échantillon
een parfumstaaltje
un échantillon de parfum
een overzicht van (de situatie)
un aperçu de (la situation)
de afkeurende blik
un regard réprobateur.
de roddels, roddelrubriek
les potins
de droogte
la sécheresse
een vertekend beeld
une image déformée
het sedentarisme/vaste verblijfplaats
la sédentarité
afschaffen
abolir
de afschaffing
l’abolition
een van (paarden)
un van
een zonnewijzer
un cadran solaire
kruimels
des miettes
het perceel
une parcelle
zich uitwijken naar een ander land
s’expatrier
hij liegt altijd
il ment comme il respire
verslaafd zijn (twee opties)
être accro à (fam)
être dépendant à
elders
ailleurs
de verzadiging
la saturation
de armoede
la pauvreté
de wals
la valse
de landloper
le vagabond
het van iemand overnemen
prendre le relais de
een verslaafde
une accro
een mutatie/verandering/overplaatsing
une mutation
de verdienste, pluspunt, verdienstelijkheid
le mérite
een nadeel
un inconvénient
een troep
une troupe
de alomtegenwoordigheid
l’ubiquité
ik kan niet op twee plaatsen te gelijk zijn
je n’ai pas le don d’ubiquité
een reis (maar met moeilijkheden)
un périple
drukken/steunen
appuyer
de hoofdplaats van een departement
la préfecture
*
étoile
#
dièse
overplaatsing aanvragen
demander sa mutation
op een knop drukken
appuyer sur un bouton
zijn hoofd tegen de rugleuning laten rusten
appuyer sa tête contre le dossier
zijn kandidatuur steunen
appuyer sa candidature
een getuigenis
une témoignage
een enquete/ onderzoek(politie)
une enquête
een onderzoek leiden
mener une enquête
uitzetten
expulser
een huurder eruit zetten
expulser un locataire
iemand uit een land zetten/uitwijzen
expulser ··· d’un pays
het doorzettingsvermogen/ vastberadenheid
la ténacité
een aanhoudende pijn
une douleur tenace
koppig/hardnekkig
tenace
slagen/bereiken
parvenir à
ik heb een paar dingen gevonden door te gokken
j’ai trouvé des truc au pif
vermelde/geformuleerd
énoncé(e)
Hij is erg dom.
Il est d’une grande bêtise.
een steun
un appui
bekend/beroemd
réputé(e)
de gastvrijheid
l’hospitalité (m.)
gehecht zijn aan
être attaché à
uitgeleverd worden (naar uw eigen land)
être extradé
uitleveren (naar uw eigen land)
extrader
plegen
commettre
vragen/verzoeken (formeel)
solliciter
zich kandidaat stellen voor een functie
poser sa candidature à un poste
behoorlijk/goed/naar behoren (formeel)
dûment
de regels formuleren
énoncer les règles
Het ontbreken van deze informatie wordt naar behoren gemotiveerd.
L’absence de ces considérations est dûment justifiée.
bijgevoegde
ci-joint
toeschouwen/bekijken voor lange tijd/observeren
contempler
onafhankelijk worden/zijn vleugels strekken
voler de mes propres ailes
wegvliegen
s’envoler
(het vaakst) gebruikt
(le plus) usité
zo/zoveel
si/tellement
de mist
le brouillard
een massa van/ een menigte
la foule de
een behoefte/trek/zin om
une envie de
ontslaan (twee mogelijkheden)
virer/licencier
verlaten
quitter
ontslag nemen
démissionner
beu
saôulant
gaan varen/de openzee opgaan
prendre le large
zijn vrouw verlaten
quitter sa femme
zijn land van herkomst verlaten
quitter son pays d’origine
Ze heeft zoveel bang gehad dat ze nog trilt.
Elle a eu tellement peur qu’elle tremble encore.
ik vond het tijd dat ik op eigen benen kwam te staan
il était temps pour moi de voler de mes propres ailes.
Ik bracht mijn dagen door boten te observeren/aanschouwen
je passais mes journées à contempler les bateaux.
bijgaand het formulier
le formulaire ci-joint
een doel (twee mogelijkheden)
un but
une fin
een doel bereiken (tweemogelijkheden)
arriver/parvenir à ses fins
goal/doelpunt!!
But!!
de keeper/een doelman
un gardien de but
de goal/het doel
la cage
de aankomende zomer (twee mogelijkheden)
l’été qui vient
l’été qui approche
een obsessie/nooit aflatende angst
une hantise
de nooit aflatende angst voor de dood
la hantise de la mort
een behekst huis
une maison hantée
precies/gedetailleerd
minutieusement
maximaal profiteren van
profiter au maximum de
in ballingschap
en exil
repatriëren/ naar het vaderland doen terugkeren
rapatrier
verplaatsen
délocaliser
een staatloze
un apatride
het asielrecht/ het recht op asiel
le droit d’asile
illegaal de grens oversteken
traverser clandestinement la frontière
de woede/ de hondsdolheid
la rage
woeden
faire rage
de oorlog woedt om me heen
la guerre fait rage autour de moi
De storm woedt.
La tempête fait rage.
een bittere vrucht
un fruit amer
een staaf
une barre
een ijzeren staaf
une barre de fer
een reep chocolade
une barre de chocolat
cijfers scheiden door een schuine streep
séparer des chiffres par une barre oblique
een stuwdam
un barrage
een (politie)versperring
un barrage (de police)
op zich laten wachten
tarder
(een) lenige (acrobaat)
(un acrobate) agile
de boon
le haricot
Hij heeft er te lang over gedaan een besluit te nemen
Il a trop tardé à se décider.
sperziebonen/prinsessenbonen
des haricots verts
bruine bonen
des haricots rouges
de motorkap openen
ouvrir le capot
hij sterft (fam)
il clamse
Een stervende vampier is geen fraai gezicht.
Un vampire qui clamse, c’est pas beau à voir.
ompraten/lullen (dingen zeggen die niet waar zeggen om bv iets te verkopen)
baratiner
de gebruikelijke onzin
le baratin habituel
het vervellend (irritant)/ het is rot
c’est emmerdant
een telefoontje
op een telefoontje wachten
een telefoontje plegen
un coup de fil
attendre un coup de fil
passer un coup de fil
na een week
Au bout d’une semaine
mokken
bouder
de ondeugd/slechte eigenschap
le vice
steunkousen
des bas de contention
vreemd/louche/raar
chelou
een varkenstal (rommelige kamer)
une porcherie
rotzooien/zwannen
déconner
Het is toch duidelijk dat ik ‘n geintje maak.
Nee ik treiter je maar.
C’est clair que je déconne.
Non, je déconne.
stop met dat idiote gedoe
arrête de déconner.
een grapje(fam)
une vanne
treiteren/pesten(fam)
charrier
Ik maak maar een grapje/Ik ben maar wat aan het dollen.
Je te charrie.
waakzaam
vigilant(e)
Je moet waakzaam zijn!
Tu dois être vigilant!
een stevige kerel/zak
un homme/sac costaud
zich afspoelen
se rincer
hij kreunt/hij kermt (van de pijn)
il gémit
het bloedbad/slachtpartij/slachting
la tuerie
het kusje
la bise
dus (zoals “donc” (familier))
du coup
zij maakt een grapje
elle charrie
ga weg
va-t-en
adoreren/zien zitten
kiffer
ik zie u zitten (fam)
je te kiffe
opgewekt/goedlachs
rieur
hij is vrolijk/opgewekt
il est rieur
de rotzooi/ellende/troep
le merdier
Ja, en veel geluk om alle rotzooi op te ruimen.
Oui et bonne chance pour nettoyer ce merdier.
het madeliefje
la pâquerette
in rouw zijn
être en deuil
een rouwende vrouw
une femme en deuil
het geld (3manieren fam)
le fric/l’oseille/la thune
Ik denk dat die meid op me valt.
Je crois qu’elle me kiffe.
gek zijn (fam)
être taré
een sigaret (fam)
une clope
roken (fam)
cloper
neuriën
chantonner
kirren(rire en poussant de petits cris)/giechelen
glousser
kirrende meisjes
des filles qui gloussent
ik wil een omhelzing/knuffel
je veux un câlin
even goede vrienden/ik vergeef het jou
sans rancune
Even goede vrienden over daarnet?
Sans rancune, pour tout à l’heure ?
zorgen hebben
avoir des soucis
de slordigheid/ de nonchalance
le laisser-aller
vervloeken/verwensen
maudire
een ondraaglijke pijn
une douleur atroce
knettergek/gestoord zijn
être fou à lier
de telefoonnummer vragen
demander le 06
de herrie (bv van spelende kinderen)
le chahut
kermen/kreunen
grémir
de uitkering
les ASSEDIC
een lelijke vrouw
un thon
een kleine man/dwerg
un nabot
gedumpt worden door
se faire larguer par
zich beter voelen (adj)
hautaine
het is geweldig/super
c’est chanmé
een smalle weg
un chemin étroit
ik heb gescoord gisterenavond
j’ai pécho hier soir