Week 3 Flashcards
ontkiemen/ontstaan
germer
de roeping/het levensdoel
la vocation
het borrelen/gepruttel
le bouillonnement
het borrelen van culturen
le bouillonnement de cultures
de toestand
la disposition
ervaren (adj)
aguerri(e)
toekomstig/aanstaande/opkomend
… en herbe
een aanstaande schrijver (nog geen professional)
un écrivain en herbe
het bed/bloemenperk
la plate-bande
uitputten (vb. grond)
s’épuiser
ik word doodmoe van de kinderen
les enfants m’épuisent
de groentetuin/tuinbouwer
le maraîcher
de kwekerij/het tuinbouwbedrijf
le maraîchage
de oogst/ wijnoogst
la récolte
de stadsbewoner
le citadin/la citadine
een dorpeling
un villageois/une villageoise
de lengte/maat/grootte
la taille
een grote/kleine man
un homme de grande/petite taille
een middelgroot bedrijf
une entreprise de taille moyenne’
een broek maat 38
un pantalon taille 38
snoeien/knippen
tailler
een moestuin
un jardin potager
een siertuin
un jardin d’agrément
planten
planter
de meststof
l’engrais(m.)
wieden
désherber
wieden/benemen
arracher
het leven benemen
arracher la vie
het onkruid
la mauvaise herbe
klimmend/toenemend
grimpant
oogsten
récolter
vaste planten
des plantes vivaces
klimplanten
des plantes grimpantes
éénjarige planten
des plantes annuelles
uitdunnen/wegsnoeien
élaguer
innoverend
novateur/novatrice
de vernieuwer
l’innovateur
kortsluiting/korte voedselvoorziening
le circuit court
teamwork
le travail d’équipe
de honingbij
l’abeille(f.)
de impker
l’apiculteur/l’apicultrice
zaaien
semer
de omgeving/ de mensen rondom u
l’entourage(m.)
erven
hériter
moederlijk instinct hebben
avoir l’instinct maternelle
vergemakkelijken
faciliter
samenvatten
résumer
een doel
un but
de waarde
la valeur
bruggen achter zich verbranden (vb breken met familie)
couper les ponts
intimideren/ schrik aanjagen
épouvanter
uitschakelen/uitdoven
éteindre
de tv uitschakelen
éteindre la télévision
ladderzat drinker
picoler
let’s get drunk
picolons
het zwaar hebben
en baver
ik had het zwaarder dan u
j’en bavais plus que vous
hier en daar
par-ci par-là
de brandstof
le carburant
de waardering
la valorisation
waarderen
mettre un valeur
de toekomst
l’avenir (m.)
de file
l’embouteillage (m.)
een plaats
un endroit
een stijging (2mogelijkheden)
une hausse/une augmentation
een daling (2mogelijkheden)
une base/une diminution
de overbelasting/verstopping/opstopping
l’engorgement(m.)
het afvalverwerkingsbedrijf
la déchetterie
de richting
la filière
de technische richtingen
les filières techniques
de stortplaats/het vuilnisbelt
le décharge
het erfstuk/erfgoed
le patrimoine
efficiënte/bekwaam
efficace
proeven
goûter
het verwijt/berisping/standje
le reproche
in dubbel glas
à double vitrage
de vensteropening met dubbele beglazing
à double vitrage
een aanslag
un attentat
bullshit
n’importe quoi
zou u zo vriendelijk willen zijn om (mij te helpen)
auriez-vous la gentillesse de (m’aider)
ik wou net een bericht sturen (twee mogelijkheden)
je voulais justement envoyer un message
je venais d’envoyer un message
opgroeien
grandir
opvoeden
élever
ik ruik lekker
je sens bon
ik voel me goed
je te sens bien
de verkoop
la vente
de gloeilamp
l’ampoule
besparen/sparen
épargner
sparen voor het pensioen
épargner pour la rétraite
energie besparen
épargner l’energie
zijn vijand sparen
épargner son ennemi
verhinderen/weerhouden
empêcher
… verhinderen om weg te gaan
empêcher … de sortir
het geluid verhindert mij om te slapen
le bruit m’empêcher de dormir
een vuur/ een (bos)brand
un incendie de fôret
de woekering van
la prolifération de
schaden/aantasten
nuire
de gezondheid aantasten
nuire à la santé
besmetten/vergiftigen
contaminer
bewerken/veranderen/herzien
modifier
uw reis wijzigen
modifier votre voyage
onvoorwaardelijk/met nadruk/krachtig/ (staat in de wet)
formellement
streng/niet toegeven/volgens de regels
strictement
verbieden/opkomen voor/verdedigen
défendre
een idee verdedigen
défendre une idée
ik verbied je om te roken
je te défends de fumer
rolschaatsen
faire du rolleurs
vuur aanleggen
faire du feu
vuur vatten
prendre feu
vuur geven
faire feu
online gokken (twee mogelijkheden)
jouer les jeux sur internet
jouer les jeux en ligne
een zelfverwijt
un remords
(het milieu) beschermen
préserver (l’environnement)
schadelijk/ongezond/nadelig zijn
être nuisible
de soort
l’espèce (f.)
vuile leugenaar
Espèce de sale menteur
contant betalen
payer en espèces
op maat
sur mesure
een maatpak
un costume sur mesure
dat verklaart veel
ça explique beaucoup de choses
niet toegestaan
être pas autorisé
het is verboden om + inf
il est interdit de + inf
il est défendu de + inf
verboden te + inf/mot
interdiction de + inf/mot
défense de + inf/mot
men mag niet
il ne faut pas + inf
on ne dois pas + inf
het gebruik van pesticiden is verboden
l’utilisation des pesticides est interdite/defendue
bekend (adj)
connu/célèbre
weinig schelen of/mislopen/mislukken
faillir
in slaap doen vallen
endormir
een melige film
un film à l’eau de rose
doof (adj.)
sourd(e)
stom (niet kunnen praten) (adj.)
muet/muette
de muziek, hoe vind je die?
la musique, tu l’as trouvée comment
tenminste (iets positief)
minimum
au moins (un point positif) au moins
eerlijk/open (adverbe)
franchement
hij heeft eerlijk geantwoord
il a répondu franchement
teleurstellen
décevoir
Je stelt me erg teleur
tu me déçois beaucoup
Sorry dat ik je teleurstel
Je regrette de te décevoir
zich interesseren
s’intéresser
De kleermaker
Le tailleurs
Het politiebureau
Le commissariat (de police)
Leeg/onbevolkt/verlaten (adj)
Désert
de kleermaker
le tailleurs
de tranen in de ogen hebben
avoir les armes aux yeux
geïnteresseerd zijn in
être intéressé à
zich interesseren in
s’intéresser à
komen van
venir de
aankomen in
venir à
in staat zijn om
être capable de
beginnen
se mettre à
het begint te regenen
il se met à pleuvoir
twijfelen aan
douter de
instemmen met
lidwoorden van
adhérer à
praten over
parler de
praten met
parler à
overtuigd zijn van
être persuadé de
tegen… zijn
être opposé à
eten van
manger de
zin hebben om
avoir envie de
zich bezighouden / zich bekommeren om
s’occuper de
bewust zijn van (de situatie)
être conscient de (la situation
slagen in (een doel)
parvenir à (un but)
een voorbeeld zijn voor
être un exemple de
denken aan
penser à
getuigen van
témoigner de
zich verzetten tegen
s’opposer à
op iets zinspelen/toespelen
faire allusion à
zich voorbereiden om
se préparer à
een bewijs zijn voor
être une preuve de
weigeren te (twee opties)
refuser de
se refuser à
ik weiger om vlees te eten
je me refuse à manger de la viande
ik weiger om engels met hun te praten
je me refuse à parler anglais avec eux
verslag uitbrengen/melden/vertellen
se rendre compte de
gevoelig zijn voor
être sensible à
opstijgen/klimmen/doen toenemen
monter à
af gaan/uitstappen
descendre de
de trein uitstappen
descendre du train
de commissaris
le commissaire
de rechter
le juge
de verdachte
le suspect
bemachtigen/verkrijgen van schuldbekentenissen
obtenir des aveux
iemand gerechtelijk vervolgen
poursuivre ··· en justice
toegeven/opbiechten
avouer
een beschuldiging
une mise en examen
een moord
un meurtre
een moordenaar (drie opties)
un assassin
un meurtrier
un tueur
vermoorden(twee mogelijkheden)
tuer
assassiner
kwaadaardig
maléfique
verklikken/verraden/ontdekken
déceler
noemen/vernoemen
nommer
meteen/dadelijk/subiet
aussitôt
optellen/toevoegen
ajouter
blijven zitten
se rasseoir
het niet/de leegte
le néant
de huiszoeking
la perquisition
wegglippen tussen de vingers
filer entre les doigts
ontraadselen/uitpluizen
se démerder
se débrouiller
Zoek het uit!
démerdez-vous!
een bewijs
une preuve
wurgen
étrangler
vrijlaten/verslappen
relâcher
zijn aandacht laten verslappen
relâcher son attention
besluiten/zeggen met gezag
conclure/dire avec fermeté
angstig
angoissé
de angst
l’angoisse
gespannen (adj)
tendu
gespannen zijn
être tendu
de vervanger
le substitut
beschuldigen
accuser
een aanhouding (24u, max 72u)
une garde à vue
een opening, een start, een gat
une ouverture
een bankoverval (twee mogelijkheden)
un casse d’une banque
un braquage d’un banque
een inbraak
un cambriolage
een gijzeling
une pris d’otage
een seriemoordenaar
un tueur en série
een levenslange gevangenisstraf
la condamnation à perpétuité
een voorwaardelijke straf (als hij opnieuw een fout begaat, gaat de straf in werking
une amende avec sursis
iemand verdriet doen
faire de la peine à
nauwelijks/ (nog maar net)
à peine
hij heeft nauwelijks gegeten
il a à peine mangé
hij is nog maar net wakker
il est à peine réveillé
vergeefs moeite doen
perdre sa peine
ondergaan
subir
een operatie ondergaan
subir un opération
la victime a subi un dommage
het slachtoffer heeft schade ondervonden
zich beklagen/morren/bezwaren
se plaindre
de aanklager
la/le plaignant(e)
humeurig, knorrig
plaignant
een aanklacht tegen iemand doen
porter plainte contre
een oplichting/fraude
une escroquerie
verkrachten/overtreden/schenden
violer
een graf schenden
violer une tombe
aanklagen/aangeven/beschuldigen
dénoncer
schuldig
coupable
ik voel me schuldig
je me sens coupable
de getuige
le témoin
rapporteren/melden
relater
meebrengen/veroorzaken
apporter
(de feiten) bekennen
reconnaître (les faites)
argumenteren,tegenspreken,betwisten
contester
ontkennen
nier
opbiechten
avouer
verzachtende omstandigheden
des circonstances attenuantes
verzwarend
aggravante
zijn gezondheidstoestand verergeren
aggraver son état de santé
verergeren
aggraver
de voorbedachtheid
la préméditation
voorbedacht/met opzet
prémédité
moord met voorbedachten rade
meurtre avec préméditation
ik heb mezelf niets te verwijten
je n’ai rien à se reprocher
een boete
une amende
zich verwijten
se reprocher
lastig vallen/hinderen (twee opties)
importuner
déranger
een ruitenwisser
une essuie-glace
zich dubbel parkeren
se garer en double file
nachtkabaal/herrie
le tapage nocturne
je maakt deel uit van het meubilair (uitdrukking als iemand ergens al lang is)
tu fais partie des meubles
uitermate
vachement
essentieel/onmisbaar
inéluctable
zich aangetrokken tot iemand voelen
être attirer par
aantrekken
attirer
het licht trekt de muggen aan
la lumière attire les moustiques
de voormiddag
la matinée
snel gaan/ ervandoor gaan
filer
een snel rijdende auto
une voiture qui file
ik moet ervandoor
il faut que je file
de gijzelaars
des otages(m.)
gijzelaars vrijlaten
relâcher des otages
een gewapende overval
un hold-up
un vol à main armée
orgeorganiseerde evacuatie
évacuation faite dans le désordre
een rommelige slaapkamer
une chambre en désordre
wanorde/ verwarring
le désordre
stinken
puer
ik stink, ik moet me wassen
je pue, il faut que je lave
je pue, je dois me laver
grappig/belachelijk/komisch
risible
als je tegen een hondje zegt om in zijn mand te gaan
coucouche panier
verorberen/onfatsoenlijk eten
croquer
instorten/neerstorten/zich gedeisd houden
s’écraser
flapuit, praatziek
bavard
koffiekletsen
bavarder
ik heb de film afgezet omdat
j’ai arrêté le film par
gebruiken
se servir de
een standje geven aan (een kind)
gronder un enfant
ik gebruik mijn computer elke dag
je me sers de mon ordinateur tous les jours
bedienen/serveren
servir
Mag ik je telefoon gebruiken?
Puis-je me servir de ton téléphone