vervolg H 8-9 Flashcards
leerstoel
la cattedra
de wetenschapper
lo scienziato
gave, kwaliteit
la dote
het lezen; de interpretatie
la lettura
de doctent (2)
il lettore/ la lettrice; il/la docente
scriptie; proefschrift
la tesi
het doctoraal
la laurea
de lof
la lode
naar voren komen, blijken
risultare
herexamen laten doen
rimandare
schoolbank
il banco di scuola
kostschool, internaat
il collegio
klasgenoot, schoolvriend(in)
il compagno/a
passer
il compasso
overschrijven, afkijken
copiare
natuurkunde
la fisica
bank (gebouw/instelling)
la banca
college (2)
la lezione/il corso
de compagnon, zakenpartner
il socio/a
kompas
la bussola
(foto)kopiëren
fotocopiare
het fysiek
il fisico
werktuig, gereedschap
l’attrezzo
uitrusting; gereedschap
l’attrezzatura
werktuig; stuk gereedschap
l’arnese
wegwerp-
usa e getta
knop, schakelaar
l’interruttore
stopcontact
la presa di corrente
verlengsnoer
la prolunga
aanhaken;vastmaken
agganciare
loshaken;losmaken
sganciare
de haak
il gancio
ophangen, bevestigen
attaccare
aanhechting, bevestiging
l’attacco
zagen
segare
de zaag
la sega
de spijker
il chiodo
vastspijkeren
inchiodare
de schroef
la vite
de veer
la molla
beitel
lo scalpello
tang
le tenaglie
boren
trapanare
boor
il trapano
boormachine
la trapanatrice
schrobzaag
il gattuccio
verfkwast, penseel
il pennello
email, lak
lo smalto
emailleren, lakken
smaltare
aanbrengen, opbrengen
applicare
verf, lak, vernis
la vernice
verven, schilderen, lakken
verniciare
de emmer
il seccio
het vastmaken; bevestigen
il fissaggio
(hang)slot
il lucchetto
touw(2)
lo spago/ la corda
meetlat, meetlint
il metro
duimstok
il metro pieghevole
waterpas
la livella
trechter
l’imbuto
de leiding
la conduttura
lopende band
la catena di montaggio
transportband
il nastro (trasportatore)
kantoorboekhandel
la cartoleria
enveloppe
la busta
verzegelde enveloppe
la carta da lettere
vel papier, blad
il foglio
de kaart, het formulier
la scheda
potlood
la matita
vulpen
la penna (stilografica)
vilstift
il pennarello
tekstmarker
l’evidenziatore (m)
nietmachine
la cucitrice
perforator
la perforatrice
slijper
il temperino
typemachine
la macchina da scrivere
inktpatroon, vulling
la cartuccia
vergrootglas, loep
la lente d’ingradimento
plakband
il nastro adesivo
paperclip
la clip
map, ordner
il raccoglitore
etiket, label
l’etichetta autoadesiva
versleten, kaal
logoro/a
(ver)slijten
logorare
map
la cartella
aangeven; opschrijven, noteren
segnare
automatiseren
computerizzare
databank
la baca dati
bescherming van gegevens
la protezione dei dati
aanklikken
cliccare
verwerking
l’elaborazione
spatiebalk
la barra spaziatrice
printer
la stampante
aansluiten op
connettersi
de beamer
il videoproiettore
Jong geleerd, oud gedaan
Apprendi l’arte e mettila da parte
leerjongen, leerling
l’apprendista
stragair(e)
il/la praticante
sollicitatiebrief (2)
la domanda di assunzione/ d’impiego
solliciteren
fare domanda di assunzione
leertijd, stage
l’apprendistato
verbetering, perfectionering
il perfezionamento
taak, functie
la mansione
beroepsopleiding
la formazione professionale
beginnen iets te doen
mettersi a fare qc
eigenaar (2)
il/la titolare/ proprietario
hoofd, chef
il capo
afdelingshoofd
il caporeparto
boekhouding
la ragioneria
ondernemer
il libero professionista
belastingadviseur
il/ la commercialista
belastingconsulent
il/la consulente fiscale
docent
l’insegnante
gynaecoloog
il / la ginecologo/a
dierenarts
il veterinario/a
bewaker, toezichthouder
il/la sorvegliante
onder streng toezicht
sotto stretta sorveglianza
handelsvertegenwoordiger
agente di commercio
een reisbureau
un’agenzia di viaggi
maatschappelijk werk
l’assistenza sociale
postbode
il/la postino/a
secretariaat
la segreteria
ambachtsman
l’artigiano/a
veeleisend
esigente
pretentie
la pretesa
pretentieloos
senza molte pretese
expert, deskundige
il perito/ l’esperto/a
bekwaamheid, deskundigheid
la perizia
verkoper (2)
il commesso/ venditore
vertegenwoordiger
il/la rappresentante
huisman/vrouw
il/la casalingo/a
matroos, zeeman
il marinaio
bakker
il fornaio
elektricien
l’elettricista
automonteur
il meccanico/a
monteur
il montatore
timmerman (2)
il falegname/ il carpentiere
metselaar
il muratore
loodgieter
l’idraulico
schilderen, verver (2)
pitturare, dipingere
dakdekker
il copritetto
horlogemaker
l’orlogiaio
schoenmaker
il calzolaio
ophalen, afhalen
ritirare
fulltime
a tempo pieno
onregelmatig
saltuario/a
tijdelijk; onzeker
precario/a
tijdelijke arbeidsovereenkomst
il precariato
werktijd
l’orario lavorativo
de dienst
il turno
pendelaar
il / la pendolare
overwerk, overuur
lo straordinario
onderneming, bedrijf (2)
l’impresa/ l’azienda
iemand die belast is met
l’addetto/a
specialist, expert
l’addetto al lavoro
verboden toegang voor onbevoegden
Vietato l’accesso ai non addetti!
het loon
la paga
voorschot, aanbetaling
l’anticipo
collectieve arbeidsovereenkomst
il contratto normativo
het salaris
lo stipendio
verdienen
guadagnare
veeleisend, moeilijk
impegnativo
bezet, bezig
impegnato
het nalaten van een verplichting
il disimpegno
de tijdelijke baan
l’impiego precario
ambtenaar, medewerker (3)
l’impiegato/ il collaboratore / il dipendente
iemand in dienst nemen
assumere qu
ongewenste intimiteiten
la molestia sessuale
Mario is op staande voet ontslagen
Hanno licenziato Mario su due piedi
(massa)ontslag
il licenziamento (in massa)
werkloosheid
la disoccupazione
vervroegd pensioen
il prepensionamento
staking beginnen
entrare in sciopero
sociale premies
i contributi previdenziali
bijstandsrecht
il diritto all’assistenza
ligging, plaats
l’ubicazione
fabriek, werkplaats, bedrijfspand
lo stabilimento
de wint
il guadagno
het papier
la carta
medewerker
il collaboratore
gegeven
il dato
manager, leider
il dirigente
ontslaan
licenziare
noteren, markeren
segnare
stempel
il timbro
kaart
la cartolina
collaborateur
il collaborazionista
datum
la data
dirigent
il direttore d’orchestra
licentie geven
concedere una licenza
signeren, tekenen
firmare
postzegel
il francobollo