H 13 Flashcards
cultuurgoed
i beni culturali
ontwikkeld, beschaafd
colto/a
de zestiende eeuw
il Cinquecento
pracht, praal
lo splendore
vorstelijk, soeverein
sovrano/a
kronen
incoronare
omverwerpen, ten val brengen
rovesciare
de efgenaam
l’erede
onterven
diseredare
ruïne, de resten
i ruderi
ontdekking, de vondst
il reperto
(op)graven
scavare
opgravingen
gli scavi
verslaan, overwinnen
sconfiggere
verspillen, verkwisten
sprecare
de zondvloed
il diluvio
Na mij de zondvloed!
Dopo di me il diluvio
bedenking, gewetensbezwaar
lo scrupolo
beschermheilige (2)
santo protettore/ il patrono
patroonheilige
il santo patrono
bidden
pregare
het gebed
la preghiera
vloek; godslastering
la bestemmia
vervloeken
bestemmiare
de sekte
la setta
in de kerkban doen, excommuniceren
scomunicare
verrijzen, herrijzen
risorgere
de doop
il battesimo
vormsel
la cresima
bijbel
la bibbia
het evangelie
il vangelo
gebod
il comandamento
de tien geboden
i dieci comandamenti
de naaste
il prossimo
offeren
sacrificare
Wantrouwige personen
gente di poca fede
de gelovige
il/la fedele
zondigen
peccare
de erfzonde
il peccato originale
spijt hebben van
pentirsi di
biechten
confessarsi
iemand iets vergeven
assolvere qu da qc
Loop allemaal naar de hel!
All’inferno tutti!
Loop naar de duivel!
Ma va’ al diavolo!
bijgelovig
superstizioso/a
de pastoor
il parroco
bisschop
il vescovo
paus, pontifex
il pontefice
priester (2)
il prete; il sacerdote
tot priester gewijd worden; in een kloosterorde opgenomen worden
prendere gli ordini
zegenen
benedire
God zegene je!
Dio ti benedica!
de klok
la campana
de (klokken)toren
la campanile
levensopvatting
la concezione della vita
het recht
il diritto
afdruk; stempel
l’impronta
duidelijk, onmiskenbaar
manifesto/a
het gezond verstand
il buonsenso
redelijk, verstandig
ragionevole
ongelovig
incredulo/a
sceptisch
scettico/a
geldig
valido/a
het vraagstuk, het probleem
la questione
de vraag
la domanda