Lecture hematologie Flashcards
verhoudingen bloedcellen
RBC: 4.5-5x10^12/L
WBC:150-350x10^9/L
leukocyten:4-10x10^9/L
kleinste bloedcellen
thrombocyten
welke buis als je naar bloedcellen wil kijken
EDTA; anti-coagula. Vangt calcium op; geen stolling
alle bloedcellen komen uit de
hematopoetische stamcel. Is een pluripotente cel die nog elke bloedcel kan worden. De niche (GF en eiwitten) bepalen welke cel het wordt; lymfatische (lymfocyten) lijn of myeloid (granulocyten, RBC, bloedplaatjes) lijjn
TAT
Turn around time
TAT RBC, thrombocyten en leukocyten
RBC: 3-4 maanden
thrombocyten: 7-10 dagen
leukocyten: 8 uur
Aanmaak bloedcellen
erthrocyten: 200x10^9 p dag
thrombocyten: 400x10^3
leukocyten: 10x10^9
hematopoese locatie
prenatale fase; lever en milt
postnatale; beenmerg
hematocriet
de verhouding tussen plasma en bloedcellen; is groter bij mannen dan bij vrouwen.
Differentiatie hematopoeiete stamcel
De hematopoiese begint
met een pluripotente cel die nog
elke bloedcel kan worden. Deze wordt gedifferentieerd in
myeloïde en lymfoïde stamcellen. Myeloïde stamcellen kunnen differentiëren tot granulocyten,
monocyten, trombocyten
en erythrocyten. Lymfoïde stamcellen differentiëren
tot lymfocyten en plasmacellen.
beenmerg bestaat uit
vetten, fibrinogeen en rodebloedcellen
Erytropoetine
)EPO) In de nieren gemaakt, belangrijk voor RBCs. Wordt gemaakt wanneer er weinig zuurstof aanwezzig is.
Trombopoteine
In de lever gemaakt, voor thrombocyten
GM-CSF
Voor de aanmaak van granucolytenen macrofagen is GM-CSF (aangemaakt in beenmergstromacellen) van belang.
Wanneer begint aanmaak bloedcellen
Er is al hematopoiese in de eerste 12 weken van de zwangerschap. De lever vanaf 6weken hematopoiese. In het beenmerg pas vanaf maand 4. Die gaat alles overnemen tot devolwassen leeftijd. Op volwassen leeftijd veelal alleen nog beenmerg en lymfeklierenbelangrijk
Beenmerg locatie en fysiologie
Beenmerg zit in pijpbeenderen. Dit is spongeous weefsel. Veel bloedvaten met daartussen weefsel waar bloedcel aanmaakplaatsvindt. Steunfunctie van de botten zorgt voor compactheid. Als je beenmerg wiltafnemen voornamelijk bij het axiale skelet. Waar je bij kunt komen, is het bekken. Eventueelhet borstbeen (sternum) als je niet bij het bekken kunt komen, maar dit wil je liever nietomdat het dun is. Bij te diep doordrukken eindig je in het hart. Patholoog wil een pijp metbeenmerg (minimaal 2 cm lang). Analisten tellen handmatig de vele cellen. Een myeloide stamcel is een hele rijpe blast. De kern kan vervolgens op verschillende maniergevormd worden wat bepaald welke rijpe cel het wordt. Heel veel cellen lijken erg op elkaar.
anemie is
verminderde Hb/RBCs
Symptomen: vermoeidheid, pallor
thrombopenia is
verminderde bloedplaatjes.
Symptomen: bloedingen, blauwe plekken, petechia (kleine bloedingen onder huid)
Leukoponia is
verminderde leukocyten (neutropenia, lymphopenia)
Symptomen: gevoelig voor infecties
Pancytopenia
Vermindering in alle bloedcellen
beenmergaspiraat
vloeibare gedeelte van het afgenomen beenmerg. Wordt op horlogeglas uitgestreken en beenmergvlokjes worden uitgezocht; preparaten.
Wordt ook naar organisatie binnen bot gekeken door preparaat uit holle naald; kunnen cellen worden geteld; aantal aanwezige cellen zegt iets over eventuele aandoeninge; kan lastig zijn omdat veel cellen op elkaar lijken
van onrijpe rode bloedcel naar rijp
onrijpe RBC zijn groot en hebben een celkern. Ook hebben ze een donkerblauw cytoplasma met fijne chromatine.
Naarmate cel rijper wordt, neemt afmeting af en verdwijnt de celkern. Ook het blauwe cytoplasma wordt korrelig en kleiner en zal uiteindelijk uit de cel gaan.
Vorm RBC
Zijn biconcaaf van vorm; optimale zuurstofuitwisseling. Behouden van deze vorm is zeer belangrijk
Beenmergbeoordeling
- Beoordeling en telling door 2 analisten (telling van 200 cellen)
- Zeer veel ervaring nodig
- Beoordeling in klinische context door klinisch chemicus of hematoloog
- Beoordeling celrijkdom , uitrijping erytropoiese , myelopoiese en megakaryopoiese
- Beoordeling afwijkingen lymfocyten, plasmacellen en mestcellen
MCV
Mean corpuscular volume.
Is de volume van de erthryocyt. Kan helpen in de differentiaal diagnose van anemie.
Een RBC is 7.5 um breed en 2.5 um dik
Laag hemoglobine kan komen door
verhoogde afbraak
verminderde aanmaak
verlies hemoglobine
gestoorde uitrijping
Screening kan via MCV en Hb en Ht bepaling
Lage hemoglobine aandoeningen
Microcytaire:
MCV < 80 fL
Bijv. ijzergebreksanemie
Normocytaire anemie
MCV: 80 -100 fL
Bijv. hemolyse, bloedarmoede door nierfalen
Macrocytaire anemie:
MCV> 100 fL
Bijv. B12 en foliumzuur tekort
Hemoglobine
80% vd oplosbare eiwitfractie in erytrocyten bestaat uit Hb. Halfwaardetijd van 60 dagen ongv. Heeft 2x een alpha en 2x beta ketting. Deze hebben een heenmolecuul waar ijzer in zit.
Hb ketens tijdens ontwikkeling
Hb-F meest in foetus fase. Vlak voor de geboorte switch plaats naar Hb-A. Hb-F 2 alfa 2 gamma en Hb-A is 2 alfa 2 beta.
Hemoglobine samenstelling globins
Adult stadium
*HbA (α 2 β 2 ))>95%
*HbF ( α 2 γ 2 ) 2.2-3.2%
*HbA2 (α 2 δ 2 ) <1%
hematopathieen
kwantitatief: geen of verminderde Hb-ketens. als dit alfa-keten betreft heet dit alfa-thalassemie (85% door 7 deleties, PCR detectie), bij bèta-ketens heet dit bèta-thalassemie (>200 puntmutaties, electroforese)
Kwalitatief: mutaties waardoor aa volgorde verandert. Vaak >1000 puntmutaties waar abnormale ketens ontstaan. O.a. HbSS (sikkelcelziekte; electroforese)/
Gecombineerd: α-thalassemie gecombineerd met sikkelceldragerschap HbAS
hemoglobinepathie
aanmaakproblemen in 1 vd ketens
alfathalassemie
Alfa thalassemie is probleem bij
alfa ketens door maar 7 deleties en kunnen we meten met een PCR en beta wordt veroorzaakt door puntmutaties. Stuk lastiger om die op te pikken. Kan ook kwalitatief probleem hebben dan mutatie waardoor aminozuurvolgorde verandert en kan leiden tot abnormale keten. Als je thalassemie hebt
dan doet malaria het minder goed.
Hb varianten
1818 varianten
24% vd bevolking heeft Hb variant
~5% klinisch relevant
jaarlijks >300.000 aangedane kinderen geboren. Verantwoordleijk voor 3.4% mortailiteit < 5 jaar.
Beta thalassemie
Beta thalassemie verminderde synthese van beta globuline ketens door een mutatie in dat gen (200 mutaties bekend). Verschillende gradaties. Beta plus thalassemie is verminderde expressie of een beta nul en dan ligt het hele gen eruit. Omdat normaal Hb bestaat uit 2 beta of 2 alfa krijg je overmaat aan alfa globuline
ketens. Beta thalassemie vooral mediterraan gebied. Ernst is variabel afhankelijk van de mutatie
minor: één beta aangetast
intermedia: twee beta aangetast; 2x plus of plus en nul. Af en toe transfusie nodig.
Major; 2x nul of nul en plus. Transfusie afhankelijk, geen productie HbA
EPO verspreid zich door lichaam; kan leiden tot opgezette buik en wangen
Sikkelcelziekte
Sikkelcelziekte normaal 2 alfa ketens en 2 beta ketens. Bij homozygoot heb je 2 alfa keten en 2 gemuteerde beta ketens. Slechte ketens met mindere zuurstofaffiniteit dus HbF kan hoger zijn ter compensatie, hoe hoger dit is hoe lichter de klachten zijn.
Hair on end skull
Hair‐on‐end appearance of the skull is a characteristic feature of chronic haemolysis usually seen in patients with thalassaemia and sickle cell anaemia. It results from accentuated vertical trabeculae between the inner and outer tables of the skull because of excessive bone marrow hyperplasia.
Sikkelcelziekte en hemoglobine
Geen HbA, veel HbS. De klachten zijn afhankelijk van de HbF% (hoge gamma-globine expressie = hoog % HbF)
MCV normaal tot licht verlaagd
vaso-occlusie
In sikkelcelziekte heb je meerdere vormen sikkelcellen; blokkeren de bloedvaten.
Mutatie HbA naar HbS
6e aminozuur; glutamaat (neg. geladen) naar valine (neutraal)
Meten HbS
Capillair electroforese; migratie eiwitten op basis van lading. HbS heeft een piek rond de 200; HbA piek is normaliter lager (140)
hemolyse
wanneer de bloedcel kapot gaat
Hemolyse oorzaken
Hb-pathie: thalassemie, sikkelcelanemie
Ig aan RBC: AIHA, B celmagligniteit, virussen, medicatie, transfusiereacties
Membraanafwijkingen: spectrine-deficientie lijdt tot sferocyten of elliptocyten
Enzymdeficientie; G6PD, PK
Mechanistische beschadiging: kunsthartkleppen, TTP
spectrine deficientie
Is belangrijk in cytoskelet van RBC; zorgt voor rare vormen RBC. Ook is de osmotische resistentie verlengd ( Als de erytrocyten bij een hogere zoutsterkte kapot gaan dan de zoutsterkte waarbij gezonde erytrocyten kapot gaan, is er sprake van verhoogde osmotische fragiliteit.)
schizocyten
een gefragmenteerd deel van een rode bloedcel. Schistocyten zijn meestal onregelmatig gevormd, gekarteld en hebben twee puntige uiteinden.
Dir.Coombstest
The direct Coombs test detects antibodies that are stuck to the surface of the red blood cell
haptoglobine
vangt vrij bilirubine weg
reticulocyten
jonge RBC zonder kern
TTP
Trombotische trombocytopenischepurpera. TP is een acuut ontstane levensbedreigende ziekte waarbij overal in het lichaam kleine bloedstolsels ontstaan in de bloedvaatjes; knipenzym deficient
DIS
Difuus intravasale stolling; systemische stolling. O.a. bij sepsis
Screenende testen hemolyse
Hb en LDH (zitten in RBC).
Bilirubine (afbraakproduct hemoglobine)
Haptoglobine (verlaagd bij intravasale hemolyse)
Reticulocyten (onrijpe RBC bij verhoogde turnover)
Behandeling te lage Hb
transfusie is nodig. Compatibele bloedgroep nodig!!!!! Anders ernstige transfusiereactie.
ABO bloedgroepen
A (AA of A0). A-antigenen en anti-B anti-stoffen. Kan van A of 0 ontvangen, en aan A of AB geven.
B (BB en B0). B-antigenen en anti-A anti-stoffen. Kan van B of 0 bloed ontvangen, en aan B of AB geven.
AB (AB). A en B anti-genen, geen antistoffen. Kan van iedereen bloed ontvangen,maar alleen aan AB geven.
- Geen antigenen, A en B anti-stoffen. Kan bloed ontvangen van 0, en aan iedereen geven.
Agglutinatietesten
Rode bloedcellen hebben antigenen op, daar doen we antilichamen bij en kijken of het gaat agglutineren.
Hoeveel bloedgoedsystemen zijn er?
33 systemen; 300 bloedgroep antigenen. Echter, veel geven geen heftige immuuunreactie bij verkeerde match. Het Rhesus systeem (D) heeft 70% immunogeniciteit.
Testen bloed patient operatie
voordat iemand geopereerd wordt, wordt bloed gescreend op irreguliere antistoffen; serum van patiënt wordt hiervoor toegevoegd aan testcellen met bekende antigenen; dmv wegstrepen wordt bepaald welke antistoffen aanwezig zijn in serum van patiënt
Als er in de rechter kolom een 0 staat is er geen reactie op antistoffen; deze kunnen weggestreept worden. Dit doe je per cel. Als een cel wel een reacite heeft sla je deze even over.
hemolytische transfusiereactie
Bij het geven van verkeerd bloed. Reactie is intravasaal; immuun- en complementsysteem activatie waardoor RBC afbreken en in bloed komt. Andere RBCs worden herkend door antistoffen, waarnaar ze aangevallen worden door macrofagen.
myelopoiese
aanmaak granulocyten, eosinofielen, basofielen en monocyten
monocyt komt uit de monoblast
De rest komt uit de myeloblast - myelocyt
lymfopoiese
B-cellen, T-cellen en NK-cellen
Verdeling leukocyten
- Segmentkernige granulocyten ~ 40-75%
*Lymfocyten ~ 20-40%
*Monocyten ~ 2~8%
*Eosinofielen~ 1 2%
*Basofielen~0.5 1%
B-cel uitrijping
B cellen rijpen uit in het beenmerg. B cel rijpt uit in het beenmerg en ook affiniteitsrijping plaats. Als ze niet reageren dan gaan ze in apoptose. Dan krijg je een naive B cel. Op het moment dat ze in bloedbaan zitten zijn ze rijp, kunnen antigeen tegenkomen en dan heb je isotype switching. Kan ook geheugen B cellen of plasma B cellen krijgen. B cellen kunnen naar follikels in de lymfeklieren en die hebben bepaalde anatomische opbouw met een mantel erop (mantelcell). Een geactiveerde B-cel kan naar een follikelgaan waar het can differentieren naar long-lived plasma cellen of geheugen B-cellen
één plasmacel maakt één soort antistof (Ig)
T-cel rijping
Gebeurt in het beenmerg eerst (antigen onafhankelijk). Hier ontstaan pro-B cellen. Vroege B-cel gaat naar de thymus, waar het CD4+ en CD8+ T cellen maakt. Deze cellen worden in lymfeklieren opgeslagen, en worden geactiveerd via antigenen.
Leukemie is
Verhoogde proliferatie van hematopoietische cellen en een vermindering in apoptose. Ook is er abnormale differentiatie. Bijna altijd een mutatie.
Acute leukemie
Mutaties in vroege maturatie; acute onset. Aggresieve vorm. Onrijpe cellen (geen ontwikkeling van de immuun cellen)
CHronische leukemie
Langzame opzet. Wordt langzamerhand erger. Kan acuut worden. Bevat volwassen cellen. Ontstaat in het bloed.
Folliculair lymfoon
leukemie in lymfeklieren
Peyer patch
lymfeklieren in de darmen
myeloid en lymfatische neoplasmes
myeloid: oorzaak in beenmerg
lymfatisch: oorzaak lymfe
Acute myeloide leukemie (AML)
Gaan wel delen maar niet uitrijpenterwijl er een hevige celdeling is. Veel meer cellen in het beenmerg dan normaal. Tekort aanrijpe cellen waardoor infecties ontstaan (granulocyten verminderd), bloedingen en anemiekunnen ontstaan. Meer aanwezig op middelbare leeftijd
Acute lymfatische leukemie (ALL)
meest aanwezig op jonge leeftijd en meeste zijn goed te behandelen (snelle proliferatie voorlopercellen)
Chromische lymfatisch/myeloide leukemie
Leukemie in volgroeide cellen. Ook aanwezzig op middelbare leeftijd. CLL vooral
Multiple myeloma
Toename van plasmacellen dan wordt het multiple myeloom genoemd
CML in neutrofielen
CLL in B-lymfocyten
Multiple myeloma
Toename van plasmacellen dan wordt het multiple myeloom genoemd
polychytemia veta
In RBC. Vorm van myeloproliferatieve aandoeningen
essentiele thrombocytopenia
Verminderde bloedplaatjes