Hoofdstuk 15 Flashcards
Het certificaat
The certificate
Voor het examen slagen
To pass the exam
Of
Or
Huiswerk maken
To do huiswerk
Het bureau
The desk
De computer
The computer
Pijn doen
To hurt
Thuis blijven
To stay home
Vrij krijgen
To get a day off
Omdat
Because
Doordat
As a result of
Aangezien
Since
Besluiten
To decide
Rennen
To run
De marathon
The marathon
De taalcursus
The language course
Zodat
In order to
Gauw
Soon
Hoewel
However
Although
Ondanks dat
However
Although
Tenzij
Unless
Voordat
Before
Weer
Again
Nadat
After
Zodra
As soon as
Als
When
If
Tenzij
Unless
Voordat
Before
Weer
Again
Nadat
After
Zodra
As soon as
Als
When
If
Terwijl
While
De discotheek
The discotheque
De uitverkoop
The sale (bargain)
Indien
If
De toegang
The access
De verblijfsvergunning
The residence permit
De spruitjes
The brussel sprouts
De hypotheek
The mortgage
Downloaden
To download
Het ticket
The ticket
Het visum
The visa
De kano
The canoe
Het zomerweer
The summery weather
Onweren
To thunder
Het museum
The museum
Historisch
Historical
Het weerbericht
The weather forecast
Het bericht
The message
Beter worden
To improve
To Progress
Na regen komt zonneschijn
After rain comes the sunshine
Gevaarlijk
Dangerous
Bliksemen
There is a flash of lightning
Buinradar
Rainfall radar
De bui
The shower
The mood
De regenbui
The rain shower
Specifiek
Specific
Het midden
The middle
Weg
Away
Gone
Kortom
In short
Inderdad
Indeed
De voorspelling
The prediction
Kloppen
To be right
To knock
De voorspelling
The prediction
Kloppen
To be right
To knock
Een tijdje
A while
Ophouden
To stop
Zo..
We’ll..
Allemaal
All (of them)
Eindelijk
Finally
Droog
Dry
Het kwartier
15 minutes
De verwachting
The expectation
Verwachten
To expect
Uitgebreid
Extensively
Het overzicht
The overview
Bekijken
To look at
Matig
Moderate
Afgelopen
Last
Maximaal
Maximum
Zeker
Sure
Mooi weer
Lively weather
Lekker weer
Lively weather
De thermometer
The thermometer
Graden
Degrees
De graad
The degree
Schijnen
To shine
Slecht weer
Bad weather
De neerslag
The precipitation
Sneeuwen
To snow
Hagelen
To hail
De wind
The wind
Waaien
To blow
De storm
The storm
De bliksem
The lightning
De donder
The thunder
De wolk
The cloud
Bewolkt
Cloudy
Vriezen
To freeze
Het vriest vandaag twee graden
It’s two degrees below zero
Klagen
To complain
Boffen
To be lucky
We mogen niet klagen
We can’t complain
We boffen met het weer
We’re lucky with the weather
Lekker weertje, he
Lovely weather, isnt it
Zich afvragen
I wonder