Boek 2 Hoofdstuk 14 Flashcards
Tegenkomen
To meet occasionally
Schitteren
To shine
Een rondje
A tour, a ride
Lek
Flat (tyre)
Ophalen
To pick up
Plakken
To stick, to paste
Verbijsterd
Flabbergasted
De reparatie
The repair
Oppassen (voor)
To be careful with
In orde zijn
To be okay
De schat
Darling
De barvrouw
The bartender
Geschikt
Appropriate, decent
Uitdagen
To challenge
Uitbeelden
To portray
Van belang zijn
To be of any importance
Van tevoren
Before
Beforehand
Vergroten
To enlarge
To increase
De kans op
The chance of
Deelnemen aan
To take part in
Voor het geval dat
In case
Goedkomen
It will be all right
Wachten met
To wait to do
Inzetten
To apply
Redden
To save
Zich redden
To manage (without help)
Te redden zijn
To be salvageable
Boeien
To captivate
Het onderwerp
The subject
Delen met
To share with
Meepraten over
To take part in a conversation
Algemeen
General
Het thema
The topic
Ingewikkeld
Complex
Politiek
Politics
Luchtig
Lightly
Immers
After all
Aandacht hebben voor
To pay attention to
Laat je niet kennen
Put a brave face on
Aanspreken op
To appeal to
De zenuw
The nerve
Loskomen
To loosen up
Dubbelzien
Diploma, double vision
Het gezelschap
The company
Over gesproken
Speaking of which
Het koppel
The couple
Keltsen
To chat
Bijpraten
To catch up
Beleefd
Polite
Klikken tussen
To hit it off
To click with
Bewijzen
To prove
Soepel
Flexibele
Easy-going
Vlot
Smooth
Energetic
Stroef
Rough
Awkawrd
Lastig
Difficult
Stroef
Rough
Awkward
Moeizaam
Exhausting
Op gang komen
To take off
Intercultureel
Intercultural
Persoonlijk
Personal
Vermijden
To avaoid
Ongedwongen
Easy going
Gemoedelijk
Friendly
In contact komen met
To get in touch with
Iets/iemand aanraken
To touch
Aan iets/iemand zitten
To touch
Klef
Sticky
Greasy
De afknapper
The let down
Roddelen
To gossip
De roddel
The gossip
Opvallen
To attract attention
To stand out
Zich gedragen
To behave
Ergens tegen kunnen
To handle
In de gaten houden
To keep an eye on